Overdrijven is ook een kunst

'Overal in Europa gaan de lichten uit. (¿) Mijn proces staat niet op zichzelf. Alleen de onnozelen denken dat het een incident is. Door heel Europa vechten de multiculturalistische elites een totale oorlog uit tegen hun bevolkingen. Met als inzet de voortzetting van de massa-immigratie, uiteindelijk resulterend in een islamitisch Europa - een Europa zonder vrijheid: Eurabië'.


Het is 3 augustus 1914. De Britse minister van Buitenlandse Zaken Sir Edward Grey kijkt uit het raam, naar de binnenplaats, waar lantaarnopstekers de gaslampen aan doen. Die dag heeft Grey premier Henry Asquith geholpen met het opstellen van een ultimatum aan Berlijn, voor het geval de Duitsers België zouden binnenvallen. Een oorlog, bloediger en omvangrijker dan de wereld ooit had gezien, is onvermijdelijk, en Grey weet het. Hij draait zich om naar een vriend en zegt de historisch geworden woorden: 'Overal in Europa gaan de lichten uit'.


Het is 7 februari 2011. Het proces tegen Geert Wilders, die terechtstaat op verdenking van groepsbelediging en het aanzetten tot haat en discriminatie, wordt hervat. Aan het eind van de eerste zittingsdag krijgt Wilders het woord voor een slotverklaring. Hij begint met de woorden: 'Overal in Europa gaan de lichten uit.' In de 456 woorden die volgen, zal hij deze zin nog drie keer herhalen.


Dat hij juiste deze woorden gebruikte, dat hij refereerde aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, terwijl hij sprak over de islam, dat was geen toeval.


De oorlogsmetafoor is een constante factor in Wilders' taalgebruik. Zeker wanner het gaat om de 'islamisering van Nederland' spreekt de PVV-leider consistent in termen van oorlog, zegt Maarten van Leeuwen, taalbeheerser aan de Universiteit Leiden. Van Leeuwen (30) doet promotieonderzoek naar de retorische effecten van formuleringskeuzes in politieke speeches. Het gaat hem niet om wat politici zeggen, maar hoe ze dat zeggen. Hoe de stijl waarin een boodschap is gegoten, bijdraagt aan het overdragen ervan.


Taal heeft een sturend karakter, zegt Van Leeuwen. 'De integratieproblematiek neerzetten als een oorlog, heeft gevolgen voor hoe je ernaar kijkt.'


De oorlogsmetafoor roept een zeer sterk beeld op. Wilders spreekt van elites die 'een totale oorlog tegen hun bevolkingen' voeren, van 'een Europa zonder vrijheid'. Hij noemde premier Bal-kenende meermalen 'Chamberlain', naar de Britse minister-president die Hitler gaf wat hij wilde op de conferentie van München en daarmee dacht 'peace in our time' te hebben veiliggesteld. Wilders noemt de islam 'het paard van Troje in Europa', wil de verzekering van het kabinet dat het nooit zal 'capituleren', en heeft het over de regering die 'de aftocht blaast'.


De oorlogsmetafoor draagt bij aan het heldere karakter van zijn boodschap. Van Leeuwen: 'Bij oorlog geldt een heel heldere rolverdeling. Er zijn de goeden, miljoenen Nederlanders, en er is het kwaad, de islam. Er zijn lafaards, de regering, en er zijn de verdedigers van de vrijheid, de PVV.' Daarnaast: niets is zo erg als oorlog; er zijn nooit verdergaande maatregelen nodig dan wanneer de vrijheid in het geding is. Daardoor geeft de vergelijking met de oorlog Wilders een rechtvaardiging voor zijn extreme standpunten.


Voorzitter, wij hebben niets meer te zoeken in Afghanistan.


De beste manier om Nederland en Europa te beschermen tegen de gevaarlijke islam is het beperken van immigratie uit islamitische landen en het beter controleren van onze grenzen.


Zoals altijd is de positie van de PVV helder en consistent.


De helderheid van Wilders' taal zit 'm niet alleen in het bombastische, niet alleen in de krijgszuchtige metaforen. Ook op een veel subtieler niveau brengt de PVV-leider zijn boodschap duidelijk de wereld in. Dat is op het niveau van de grammatica van zijn zinnen. Van Leeuwen ontdekte dat Wilders relatief weinig gebruiktmaakt van een bepaald type bijzinnen. Hij spreekt in hoofdzinnen. En dat maakt een verschil.


Van Leeuwen: 'Je kunt je standpunt uitdrukken in een hoofdzin plus bijzin. In het geval van Wilders: 'Ik vind dat de islam een gewelddadige ideologie is.' Daarmee koppel je het standpunt dat je wilt overbrengen aan jouw perspectief van het standpunt. Met zo'n formulering laat je de ruimte open voor andere visies op de kwestie. Wanneer je zegt 'de islam is een gewelddadige ideologie' breng je de boodschap rechtstreeks en feitelijk. Het is een heel subtiel verschil, maar het heeft consequenties. Door de afwezigheid van de bijzin is er minder ruimte voor discussie.'


Wilders gebruikt significant minder bijzinnen dan Rutte en Halsema, onderzocht Van Leeuwen. En ook opvallend: op het moment dat de PVV in 2007 met 9 zetels in de Kamer kwam, ging het bijzinnengebruik van Wilders drastisch omlaag. De onderzochte toespraken van Wilders in de Tweede Kamer laten er geen misverstand over bestaan. Sinds 2007 is het gebruik van deze bijzinnen bijna gehalveerd.


Opvallend is dat die teruggang in het aantal bijzinnen parallel loopt met de periode waarin Wilders' standpunten steeds extremer worden. Zo schrijft Meindert Fennema, auteur van De Tovenaarsleerling (een biografie over de politieke carrière van Wilders), over deze periode dat 'hij radicaliseert met de dag'. 2007 is immers het jaar waarin de PVV-leider voor het eerst voor een boerkaverbod pleit, en voor het eerst met de term 'islamisering' op de proppen komt.


De radicalisering van zijn standpunten valt dus samen met het minder gebruikmaken van bijzinnen. 'Dat is een aanwijzing dat Wilders zijn hardere overtuigingen meer is gaan verwoorden in zinnen die minder ruimte laten voor discussie', aldus Van Leeuwen.


Er wordt flink gesneden in linkse hobby's, en dat werd tijd ook.


Geert Wilders kan zich heel goed verplaatsen in zowel zijn publiek als in zijn vijand, zegt Jan Kuitenbrouwer (54), auteur van het boek De woorden van Wilders & hoe ze werken. En daar anticipeert hij op door zijn boodschap heel knap te framen.


Een frame is, in de definitie van de invloedrijke Amerikaanse taalkundige George Lakoff, een mentale constructie die bepaalt hoe wij de wereld zien. De titel van het boek herbergt het klassieke voorbeeld: 'Don't think of an elephant'. En onmiddellijk zie je een groot grijs beest met een slurf en flaporen voor je.


Dat is de grote kracht van een goed frame, volgens Kuitenbrouwer. 'De ontkenning bestaat niet, de weerlegging werkt niet.' Het is dan ook niet eenvoudig een goed frame te bedenken. 'De frames van Wilders zijn zo sterk omdat ze authentiek zijn, origineel. Je kunt niet echt liegen of er eentje compleet bij elkaar fantaseren. Er moet altijd iets zijn, een haakje om een frame aan op te hangen.'


Goed voorbeeld: linkse hobby's. Het was Wilders die de term lanceerde. En de oppositie die er gretig tegenin ging. 'Agnes Kant begon in debatten te spreken over rechtse hobby's', zegt Van Leeuwen. 'Maar daarmee accepteer je dat er linkse hobby's zijn.' En, zegt Kuitenbrouwer, 'De oppositie ging proberen te bewijzen dat kunstsubsidie helemaal geen linkse hobby is. Dat zou misschien nog kunnen lukken, maar daar win je het debat niet mee. Ondertussen ging het de hele tijd over linkse hobby's. Daarmee verleen je het begrip bestaansrecht. Zodra je moet reageren op een frame, ben je het initiatief kwijt.'


Wat van belang is bij een frame: herhalen, herhalen, herhalen. Kuitenbrouwer: 'Er heerst bij de PVV een grote communicatiediscipline. Ze zullen altijd spreken van linkse hobby's, nooit van progressieve liefhebberijen. Niet variëren, telkens hetzelfde woord, geen synoniemen gebruiken. Dat is de kracht van de herhaling, al bekend sinds Cicero. Het heeft sinds het nazisme een kwade reuk gekregen, vooral in de linkse wereld is het verdacht. Maar het is geen zwarte magie, dit is hoe onze hersenen werken. Neuropsychologen zijn de Verlichting al lang voorbij'.


De Haagse regentenkliek en de linkse grachtengordelelite staan huilie-huilie te doen op de gang.


Van Leeuwen zegt: 'In het taalgebruik van Wilders is weinig ruimte voor nuance. Dat draagt bij aan een heldere manier van spreken, aan het beeld van een man die weet hoe het zit.' Kuitenbrouwer zegt: 'De essentie van Wilders taalgebruik is dat hij emotie communiceert. Hij is altijd bezig met het oproepen van en het appelleren aan emoties. Het gaat hem niet zozeer om de ratio.' In feite bedoelen ze hetzelfde.


De stijlfiguren waarvan iemand zich bedient, tekenen het profiel van de redenaar, meent Kuitenbrouwer. Wilders gebruikt de stijlfiguren die bijdragen aan ongenuanceerde, maar emotionele taal.


Hij spreekt bijvoorbeeld graag in hyperbolen, in overdrijvingen, zoekt steevast het einde van de semantische schaal op. 'Het kabinet is in Wilders' taal niet heel goed in het wegredeneren van een probleem, zelfs geen kampioen, maar wéreldkampioen. Nederlanders zijn het niet zat, maar spuugzat. En er moest volgens hem een eind komen aan de bouw van buitenproportioneel grote megamoskeeën', zegt Van Leeuwen.


In het appelleren de emotie is Wilders extreem in de Nederlandse politiek, vindt Kuitenbrouwer. 'Het is nooit weinig, het is 'helemaal niets'. Hij zal niet zeggen dat hij zich niet kan vinden in een regeringsverklaring, het is een flutstuk van het allerslechtste kabinet ooit.'


Wilders houdt ook van abstraheren, van de boel op een hoop gooien. Juist daardoor ontstaat een helder beeld. Van Leeuwen: 'Hij spreekt consequent over de islam, de Haagse politiek, de elite. Daarmee ga je voorbij aan de verschillen in zo'n groep. Het gaat Wilders niet om de details, niet om de nuances. Wat bijdraagt aan het beeld dat hij een heel heldere boodschap heeft.'


Dat is ook de reden waarom Wilders het debat uit de weg gaat, denkt Kuitenbrouwer. 'In een debat wordt hij gedwongen zijn werkelijke argumenten toe te lichten. Maar met doortimmerde argumenten komen, dat is niet zijn manier. Hij is erop uit stemming te maken.'


De fout die de oppositie maakt, vindt Kuitenbrouwer, is dat ze het tegenovergestelde doet. Die schiet in de 'antipolarisatiekramp'. 'De oppositie wil een handreiking doen, in gesprek gaan, positieve invloed uitoefenen, het nog beter uitleggen. Maar dat is een tragische miskenning van de werkelijkheid.'


Het probleem is dat de onderbuik- metafoor de linkse partijen in de weg zit, waardoor de emotie in het verdomhoekje is geplaatst. Kuitenbrouwer: 'Vroeger kwamen de emoties uit het hart, nu zitten ze in de onderbuik. Het komt doordat veel van die emoties, van die angsten, niet nobel zijn. Het is de angst voor de vreemdeling die met zijn rimboecultuur onze beschaving komt verdrijven. Maar die angsten zijn wel reëel aanwijsbaar. Het is grievend voor de mensen die ze hebben om ze onderbuikgevoelens te noemen. Het is eigenlijk zeggen: je stinkt. Het heeft iets onwelriekends, alsof iemand een scheet laat.'


Toppunt vindt Kuitenbrouwer de slogans van de PvdA en D66 voor de verkiezingen. D66 komt met 'Het kan verstandiger', de PvdA met 'Het moet eerlijker'. Kuitenbrouwer: 'Daarmee geef je dus aan dat het al verstandig en eerlijk is, maar eventueel misschien nog wel iets verstandiger zou kunnen. Ik vind het verbijsterend. Neem Rutte dan gewoon lekker te grazen, ga hard en fel en scherp het debat aan. Ik wil dirty campaigning op z'n Amerikaans niet propageren hoor, maar kom in ieder geval niet aan met die kneuterige niksigheid.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.