Overcapaciteit vloten leidt tot visserij-ruzies

De visserij-oorlog tussen Canada en de Europese Unie is de laatste in een reeks ruzies over vangstquota en overbevissing. De Canadezen beschuldigen de Europeanen ervan tegen de afspraken in veel te veel vis te vangen....

Van onze milieuredactie

AMSTERDAM

Vorig jaar raakten Spaanse vissers slaags met de marine van Frankrijk, Groot-Brittannië en Ierland. Er woedde een kabeljauwoorlog tussen IJsland en Noorwegen. En bij de Koerilen beschoot een Russisch marineschip een Japanse vissersboot.

Volgens een schatting van de FAO, de voedselorganisatie van de VN, is de mondiale visserijvloot tussen 1970 en 1990 verdubbeld. Daarmee bedraagt de overcapaciteit ongeveer 100 procent.

De hoeveelheid gevangen vis lag volgens de FAO in 1993 op 101 miljoen ton, waarvan 72 miljoen bestemd is voor menselijke consumptie en 29 miljoen ton voor de vismeelindustrie. Per hoofd van de bevolking is per jaar dertien kilo vis beschikbaar. Om dat, bij de groei van de wereldbevolking, zo te houden, zou de visvangst moeten groeien naar 90 miljoen ton.

Volgens de FAO is er op 70 procent van de visgronden nu sprake van overbevissing. In het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (voor de Canadese kust en bij Groenland) was de vangst in 1992 zelfs 42 procent lager dan in het topjaar 1973. Mede daarom heeft Canada drie jaar geleden besloten de visgronden voor zijn oostkust te sluiten voor buitenlandse schepen.

De overcapaciteit is mede ontstaan doordat veel regeringen grote bedragen aan subsidies hebben gestoken in het moderniseren van de vloot. Er kwamen grotere en snellere schepen terwijl de oude vaak in bedrijf bleven. Volgens de FAO werd de visserij de laatste jaren wereldwijd voor bijna 90 miljard gulden per jaar door regeringen gesubsidieerd. EU-staten bijvoorbeeld steunen de tonijnvisserij jaarlijks met 900 miljoen gulden.

Doordat veel traditionele visgronden te weinig opleveren, zijn vooral de rijke landen uitgeweken naar elders. EU-landen betalen jaarlijks meer dan driehonderd miljoen gulden aan Afrikaanse landen om in hun wateren te mogen vissen. De vis gaat naar Europa.

Een andere verschuiving is die naar goedkopere vissoorten. De vangsten van commercieel aantrekkelijke soorten als haring, kabeljauw en schelvis zijn de laatste jaren drastisch teruggelopen. In plaats daarvan worden, zolang de voorraad strekt, soorten gevangen als ansjovis, pelser, makreel en pollok. Maar hun waarde is zo'n 80 procent lager dan die van kabeljauw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.