'Overal zien we: minder muggen tegen de voorruit'

De afgelopen tien jaar is het aantal insecten enorm teruggelopen als gevolg van een gif dat meestal overbodig is.

AMSTERDAM - Neonicotinoïden brengen meer en ergere natuurschade toe dan verwacht, rapporteert een internationale 'taskforce'. Eén van de leden is chemicus en universitair hoofddocent nieuwe risico's Jeroen van der Sluijs (Universiteit Utrecht).

Wat is er aan de hand?

'Overal zien we de laatste tien jaar een enorme terugloop van het aantal insecten. Je kent het wel: dat je ze veel minder ziet tegen je voorruit en nummerbord en dat je op fietsvakantie veel minder tegen de vliegjes in moet fietsen. Eén van de mogelijke oorzaken is de enorme explosie in het gebruik van neonicotinoïden. Vijf jaar geleden kwam daarom in Notre-Dame-de-Londres in Frankrijk een groep entomologen en vogeldeskundigen bijeen die zich grote zorgen maken over deze ineenstorting van de entomofauna in Europa. Zo ontstond het initiatief: laten we de zaak onderzoeken met een groep onafhankelijke wetenschappers. Dit is dus eigenlijk het antwoord vanuit de academische wetenschap op dit opkomende probleem.'

Hoe zijn we eigenlijk aan de neonicotinoïden gekomen?

'Ze zijn in 1992 voor het eerst op de Europese markt gekomen. Het mooie van het middel is dat het systemisch is: als je het op de plant spuit, wordt het door de plant opgenomen zodat het ook de onderkant van het blad bereikt. Nog slimmer is het gebruik als zaadcoating: tijdens de groei wordt het dan opgenomen door de worteltjes en zo wordt de hele plant van binnenuit giftig voor plaaginsecten. Destijds bleek uit tests dat het middel veilig was. Maar daar zit meteen het probleem: de tests waren gemaakt voor de oude generatie middelen. Een ander probleem is dat deze middelen ook belanden in het stuifmeel en de nectar van het gewas. Dat was destijds nog niet te meten.


'Inmiddels beslaan de neonicotinoïden ruim 30 procent van de wereldinsecticidenmarkt. In grote delen van de wereld kun je geen zaad meer kopen dat er niet mee is behandeld. En in Nederland zit meer dan de helft van het oppervlaktewater boven de norm die is vastgesteld om het ecosysteem te beschermen tegen imidacloprid, de meest gebruikte neonicotinoïde.'

Dat heeft gevolgen voor het leven rondom die sloten.

'Van insecten, vooral soorten die een larvenstadium in water hebben, weten we vrijwel zeker dat ze allemaal gevolgen ondervinden: het is namelijk een generiek insecticide. Maar ook allerlei andere diertjes in de sloot en in de bodem hebben er last van. En nu hebben we de eerste veldstudie die het domino-effect empirisch aantoont: dus dat het verdwijnen van insecten leidt tot een afname van de vogels, op plekken waar imidacloprid het hoogst is. Dan heb je toch wel een vrij compleet plaatje.'

U vergelijkt de stoffen met het beruchte insecticide ddt, dat in 1973 werd verboden.

'Het grote verschil is dat bij ddt de concentratie van het gif zich ophoopte in vetweefsel, waardoor je in de top van de voedselpiramide problemen kreeg. Neonicotinoïden werken anders: hier hoopt de schade aan het zenuwstelsel zich geleidelijk op. Tot er op een gegeven moment zoveel schade is dat de bij, regenworm of wat het ook is niet meer goed functioneert of ten prooi valt aan roofdieren of ziekte. De overeenkomst is dat DDT een insecticide was dat op wereldschaal impact had op het ecosysteem. Bij dit totaal andere middel zie je de impact op wereldschaal nu ook zichtbaar worden.'

En nu?

'Als taskforce doen we geen aanbeveling hoe je het moet oplossen. We zeggen alleen dat de huidige schaal van gebruik niet kan worden voortgezet, omdat de nevenschade te groot is. Zelf denk ik dat je dit op wereldschaal moet aanpakken: dat je de neonicotinoïden op de lijst van persistente organische vervuilers (pop's, red.) moet zetten en uitfaseren. Zeker als je in ogenschouw neemt dat 95 procent van het gebruik helemaal niet nodig is - het wordt profylactisch gebruikt, als voorzorg aangebracht op het zaad van een gezonde plant. Er is geen enkele studie die laat zien dat de opbrengst toeneemt door het gebruik van neonicotinoïden.'

Maar je wilt toch af van de luizen.

'Het zou al enorm schelen als je het inzet als laatste redmiddel. Nu zit het gif al op het zaadje. Maar bij bijvoorbeeld integrated pest management (ipm) is gif de laatste optie. Bij ipm begin je met de gewaskeuze, probeer je met roofinsecten de plaagdruk onder controle te houden en zo kun je steeds een stapje opschalen tot je op een gegeven moment middelen inzet. En zelfs dan zijn er tal van andere middelen beschikbaar die veel minder nevenschade geven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden