Overal thuisgekomen

Alicia Framis zei de performance vaarwel, maar blijft zoeken naar direct contact met haar publiek. In Arnhem is een grote overzichtstentoonstelling te zien.

Kunstenares en spraakwaterval Alicia Framis valt even stil. Buiten in de zon is ze de opbouw van haar tentoonstelling even ontvlucht, om te praten en, niet te vergetenen, te roken.De vraag was: waar voelt zíj zich thuis?


Ze woonde in Barcelona, Parijs, Amsterdam, Berlijn, Shanghai. Ze is dol op Tokio. In haar werk maakte ze huizen en kamers en schuilplaatsen in allerlei vormen en ze bevraagt anderen over hun notie van 'thuis'. Maar zelf?


'I feel at home... I feel at home...- lang blijft het stil - ...als ik zeg: I go home. Als ik de route ken die ik elke dag fiets', besluit ze dan. Het huis maakt niet veel uit, in elk huis kun je binnen twee maanden thuis zijn, ondervond ze zelf tijdens haar omzwervingen. Zelf is ze ontwerpster van allerlei woonmodellen, tot aan een IKEA-handleiding voor een huis op de maan aan toe.


Maar 'thuisvoelen' gaat over controle, over zekerheid, over ergens bij horen. Nu is ze sinds drie jaar weer terug in Amsterdam, de stad waar midden jaren negentig haar carrière begon. Waar ook 'haar' generatie kunstenaars - Aernout Mik, Barbara Visser, Fiona Tan - vandaan komt. Waar ze zich bij uitstek 'erbij' voelt horen. 'Als je weet dat je naar huis kúnt gaan, als je deel uitmaakt van het leven en de straten - then you are at home.'


Alicia Framis werd bekend met performances waarin ze direct contact zocht met het publiek. Als Dreamkeeper ging ze waken bij slapende mensen. Of ze richtte ruimtes in waar bezoekers verwend konden worden of hun frustraties van zich af konden schreeuwen.


Vanavond opent de grote solotentoonstelling Framis in Progress in het Museum voor Moderne Kunst Arnhem. Een overzicht van vijftien jaar relational aesthetics, de kunst van het directe engagement. In het museum leidt ze rond langs drie thema's waarin de tentoonstelling verdeeld is: 'sociale architectuur', een grote zaal 'Fashion and demonstrations' en 'Wishing wall'; een zaal waar bezoekers wensen, dromen en berichten kunnen achterlaten in door Framis bedachte meubels.


Lopend langs de architectuurmodellen (bezoekers kunnen de plattegronden ervan kopiëren en meenemen) zegt Framis: 'Ik denk veel na over hoe een persoon in een ruimte of gebouw beweegt. En hoe dat anders zou kunnen.'


Dat kan sociaal zijn, maar ook zeer politiek bewogen, afhankelijk van wat de omgeving haar brengt. 'Hier heb ik een plein ontworpen voor verdwenen mensen', wijst ze naar een computertekening. 'Er staan losse stoelen op het plein met een datum in de rugleuning. Ik heb dat gemaakt toen ik in China woonde en met mensen sprak over hun verdwenen geliefden - er verdwijnen nog dagelijks mensen in China, vergeet dat niet. De mensen die achterblijven, herinneren zich zonder uitzondering de datum waarop ze de verdwenen persoon voor het laatst hebben gezien.' Framis woonde drie jaar in China maar kon haar kritische ruimtelijke ontwerpen daar nooit uitvoeren. Of haar kledinglijn gemaakt van de Chinese vlag tonen. 'Ik moest mezelf constant censureren. Technici en assistenten wilden vaak het concept niet weten, uit angst. Als kunstenaar kon ik er uiteindelijk niet werken.'


Framis' ontwerpen beginnen altijd met een menselijke vraag of behoefte. Dat is wat de basis is van relational aesthetics, de beweging waarin zij midden jaren negentig groot werd. 'Dat is nu helemaal uit hè', zegt ze. 'Mijn studenten - vorig jaar doceerde Framis aan het Sandberg Instituut, red. - hebben helemaal geen interesse in het publiek. Helemaal niet. Niet in contact, niet in wat de impact van een werk op de ander is.'


Op zich is dat niet erg, een nieuwe generatie wil andere dingen. 'Maar', zegt ze fel, 'het idee is dat kunst weer 'autonoom' moet zijn. En dat zie ik als regressie.' Pas sprak Framis erover met kunstenaar Rirkrit Tiravanija, die bekend werd met zijn kookperformances. 'Hij zei dat de relational aesthetics verkeerd begrepen zijn. Wij kregen het verwijt dat we alleen maar sociale kunst wilden maken zoals de regering het graag zag. Dat wij softe kunstenaars alleen maar aardig probeerden te zijn.' Maar ze wilde - en wil nog steeds - grenzen doorbreken. De kunst niet alleen in musea laten bestaan.


En ja, ze weet dat daar behoefte aan is. Eens per maand leegt ze de sculptuur Cartes al Cielo, een openbare brievenbus in de vorm van een zilverkleurige bal die in het Amsterdamse Amstelpark staat en waarin mensen hun boodschap 'aan de hemel', aan het hiernamaals en de overledenen, kunnen achterlaten. Altijd heeft ze veel post. 'Maar ik ben er nog niet aan toe om het open te maken - ik bewaar het nog een paar jaar.'


Twee jaar geleden raakte Alicia Framis in crisis. Het project Moon Life - ontwerpen voor leven onder extreme omstandigheden, van maanpakken tot een denktank in samenwerking met ruimtevaartorganisatie ESA (alle niet in Arnhem te zien) - groeide haar boven het hoofd. Ze voelde zich meer producent dan kunstenaar. En ze nam het besluit zelf niet meer in performances op te treden. 'Ik heb groot bezwaar tegen de mythe van het kunstenaarschap. Je ziet aan iemand als Marina Abramovic, die ik altijd gevolgd heb, hoe erg dat kan doorschieten. Mijn performances moeten zonder mij kunnen bestaan.'


En als ze terugkijkt op haar oeuvre denkt ze dat in het bedenken en becommentariëren van ruimtes en omgevingen haar kracht ligt. Ze is ze zelfs weer gaan tekenen, gewoon aan tafel, in haar eentje, op papier - voor het eerst sinds vijftien jaar. 'Ik dacht: ik heb nog zo'n vijfentwintig jaar als kunstenaar. Dit is mijn kracht. Hier kan ik mee vooruit.'


Extra: Wie is Alicia Framis?

Met een toren van 300 mensen die op elkaars schouders klommen op de Dam om daar minutenlang een 'menselijk monument' te vormen, won de Spaanse Alicia Framis in 1997 de Prix de Rome. Framis had toen net, na opleidingen in Barcelona en Parijs, in Nederland de Rijksakademie afgerond. Ze brak internationaal door met performances en acties waarbij het menselijk bestaan en sociale relaties centraal staan. Haar performances raken aan design, architectuur en mode; zo vertegenwoordigde ze Nederland op de Biënnale van Venetië in 2003 met de couturelijn 'Anti-Dog', gemaakt van het kogel-, honden- en messteek-bestendige materiaal Twaron. De afgelopen jaren besteedde ze aan het (afgesloten) Moon-project, met plannen, modellen en producten voor leven op de maan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden