Overal lokt de zee

De Vélodyssée, langs de Franse oceaankust, is tijdens de Fiets en Wandelbeurs verkozen tot fietsroute van het jaar. 80 procent gaat over autovrije paden.

Er waren jaagpaden langs kanaaltjes geweest, en autoluwe boulevards. Een dam doorkruiste droogvallend slik. Over slenken in het moeras lagen bruggetjes. Maar hier, aan de oever van een blikkerende watervlakte, geeft de piste cyclable zich toch gewonnen.


Terugtrekkend tij trekt donkere ribbelstrepen over de Gironde. Een bleke naald op de kim markeert de kilometersbrede riviermonding, het is de vuurtoren van Cordouan. Een veerpont is de enige mogelijkheid om vanuit Royan in de Charente Maritime Le-Verdon-sur-Mer te bereiken, de uiterste punt van het volgende departement. Maar dat mag geen reden tot klagen zijn, nadat eerder voor de fietser over honderden kilometers zo'n beetje de loper is uitgelegd.


Het is de enige barrière van formaat op de Vélodyssée, een nieuwe bewegwijzerde fietsroute die vanaf Roscoff in het noorden van Bretagne langs de Franse oceaankust tot aan de grens met Spaans Baskenland voert. Een afstand van ruim 1.200 kilometer; 80 procent gaat over autovrije paden. Het traject werd vorige maand tijdens de Fiets en Wandelbeurs in Amsterdam verkozen tot de Fietsroute van het Jaar 2013. De jury roemde de variëteit van het landschap, de nabijheid van historische steden en dorpen en de fietsvriendelijke accommodaties onderweg.


Bestuurlijk was het een tour de force: de Vélodyssée loopt door tien departementen en vier regio's. Van de fietsers zelf wordt niet het uiterste gevraagd: dit is geen onderneming voor adelaars van het laagland. Hier fiets je gerust met tassen en het gezin. En vrijwel overal lokt de zee.


Na de pont over de Gironde wordt al snel duidelijk wat de komende kilometers de toon gaat zetten: den en duin. Achter de zandruggen strekt zich schier oneindig pijnbos uit. Wat hier ruist, zijn alleen de boomtoppen of de metershoge brekers van de oceaan. La Fôret des Landes de Gascogne meet een miljoen hectare en is goeddeels geplant in de 18de en 19de eeuw. Daarvoor was het moeras, waar malaria heerste en schapenboeren woonden, die zich op stelten verplaatsten.


Het is natuurlijk wat vroeg voor de odyssee. Het bos ruikt nog niet naar den, de februarizon legt lange schaduwen over het pad. In de berm bloeit gaspeldoorn. De boulevard van Soulac-sur-Mer is vrijwel verlaten. De luiken van de restaurantjes en winkeltjes in Montalivet-les-Bains zijn nog dicht. Op de campings sluiten schotten het loket van de receptie af.


Soulac-sur-Mer is aan deze kust een plek met een lange geschiedenis. Benedictijner monniken bouwden hier in de 11de eeuw een romaanse kerk, de Notre Dame de La Fin de Terres - een uithoek was het toen ook al. Tussen de 14de en 18de eeuw verdween het bouwwerk vrijwel volledig onder het stuifzand. Halverwege de 19de eeuw gaf de aartsbisschop van Bordeaux de opdracht de basiliek weer uit te graven. Dat is niet helemaal voltooid, wie vanaf het plein de kerk betreedt, moet eerst een trap af. Soulac staat nu vooral bekend als het dorp van vijfhonderd villa's. Ze werden in de 19de eeuw opgetrokken - in bruinrood metselwerk en lijsten van kalksteen - als weekendverblijven van de gegoede burgerij uit Bordeaux; de wortels van de naaldbomen hadden het zand inmiddels getemd.


Het is dan ook snel weer bos. Een weg volgt even hardnekkig het fietspad, pal zuidwaarts. Maar waar het asfalt voor de auto plotseling uitkomt op een zanderig parkeerterrein, kan de fietser tussen enkele paaltjes door laveren en verdwijnt hij tussen de pins maritimes en de pins parasols, de stilte is exclusief voor hem.


De Fransen zijn het fietstoerisme aan het ontdekken, verzekert Jacqueline van der Zalm, al jarenlang werkzaam bij het Comité Départemental du Tourisme de la Gironde in Bordeaux. De forens is eerst het rijwiel gaan omarmen - 'we staan af en toe al met z'n tienen bij het stoplicht' -, en nu volgt de recreant. Het succes van het netwerk langs de Loire is ook in andere departementen opgevallen. Er komen honderdduizenden fietsers op af. Daar hoopt de kust ook op - waar ze het tot dusver vooral van de badgast moeten hebben.


Na enkele uren komt de schaduw van rechts. De zon schemert als een spaarlamp tussen de donkere dennenkruinen. Onder de banden knerpt soms het gruis van een verweerd houtvesterspad, dan weer plooit zich rimpelloos donker asfalt langs open plekken uitnodigend naar de verte. De tocht schampt badplaatsen als Montalivet en Hourtin, trekt voorbij langs de hoge schuttingen van blootloperscentra en kiest letterlijk een middenweg tussen de langgerekte binnenmeren en de kust; kilometers maken doe je zo.


Wie vertier of oponthoud zoekt, moet maar even de borden negeren, voor een duinovergang, voor een terras of voor smallere paadjes - die van de Duitsers bijvoorbeeld, die zich in de oorlogsjaren hier per fiets van bunker naar bunker begaven. In de buurt van het vakantiedorp Maubuisson, aan de zuidoever van het Lac d'Hourtin et de Carcans, begint het tussen bungalows en appartementen ineens serieus te slingeren en te heuvelen, met klimmetjes van 10 procent.


Die avond, in een hotel in surfersparadijs Lacanau-Océan, toont de eigenaar zich enthousiast over de komst van fietsers. Ze zijn très sympa, die lui. 'En zo rustig, ook. Ze hebben hart voor het milieu. Ze maken geen rotzooi.'


Je begint er zowaar van te houden, van de beslotenheid en het zwijgen van het bos. Bij de nadering van de baai van Arcachon is er ineens de grasvlakte en ruist het verkeer. Het voelt als afscheid. Dag duin, dag den.


Het bassin, domein van oesterkwekerijen en pleziervaart, laat zich vanaf de Vélodyssée nauwelijks zien. Het pad wurmt zich door buitenwijk, bedrijfsterrein, een enkel bosperceel en langs een pretpark. Voor een bezoek aan de oesterhaventjes moet je een provinciale weg over. Een alternatief is een doorsteek over de landtong van Cap Ferret, vol buitenverblijven van de Franse beau monde. Er varen bootjes naar de overkant, naar Arcachon.


Een klim te voet naar de top van het Dune de Pyla, met ruim 100 meter het hoogste duin van Europa, biedt vrij zicht op de glinsterende baai en de droogvallende platen van de Banc d'Arguin - de oesters daar vandaan smaken naar verluidt nog voller dan die uit het bassin. In het zuiden reiken de pijnbossen van Les Landes tot de horizon. Daar, onder die grijsgroene borsteldeken, wenkt weer de stilte.


velodyssee.com


nl.rendezvousenfrance.com


LANGEAFSTANDSFIETSPADEN

In Frankrijk wordt hard gewerkt aan een netwerk van langeafstandsfietspaden. Haaks op de Vélodyssée langs de Atlantische kust staat La Loire à Vélo, die de rivier over 600 kilometer vanaf de bron naar de monding volgt. Verschillende routes zijn nog niet voltooid, maar wel volop in ontwikkeling. Vanaf Parijs kun je over enige tijd in westelijke richting naar Mont St Michel en in oostelijke richting naar Straatsburg. In de Bourgogne is een ronde van 800 kilometer uitgezet. Een pad loopt door het Rhônedal vanaf Genève tot Port Saint Louis aan de Middellandse Zee. Vanaf Bordeaux is een traject van 560 kilometer voorzien langs Toulouse naar Sète: de Véloroute des Deux Mers.


Meer informatie: af3v.org


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden