Overal hangt het werk van meestervervalser Janssen

'Van Gogh' noemden ze hem in de Franse gevangenis. Meestervervalser Geert-Jan Janssen tekende graag portretten van mede-gedetineerden. Vaardigheid genoeg, want Picasso's, Appels, Chagalls - u zegt het maar - had hij aan de lopende band geproduceerd....

DE meestervervalser zet een handtekening. Zijn eigen signatuur, ditmaal. Geert-Jan Janssen (51), door justitie in Frankrijk verantwoordelijk gehouden voor kunstzwendel zonder weerga, maakt zelf de grap. 'Ik was 'm bijna verleerd.' Hij schuift het formulier weer in de richting van een nors kijkende politiebeambte.

Na zijn vrijlating, begin deze maand, moet hij zich drie keer per week melden aan de balie van het plompe hotel de police in Orléans. Van de Franse rechter mag hij in afwachting van een mogelijk proces de stad niet verlaten.

Een uur eerder had Janssen op tafelpapier in een restaurant tussen bord en wijnglas de handtekeningen van Appel, Matisse en Picasso voorgedaan. Andere schilders? Zeg 't maar. Hij signeert. 'Een tennisarm kreeg ik van het oefenen op die krabbels.'

Het eten gaat niet meer als vanouds. Tijdens zijn verblijf van zes maanden in het grauwe maison d'arréet heeft hij drie tanden verloren. Twee vielen spontaan uit, de derde mist hij na een ruzie. In de zomer liepen de spanningen in het snikhete gebouw, waar drie man een cel delen, soms hoog op.

Maar hij voelde zich doorgaans wel met respect behandeld. 'Van Gogh' noemden ze hem. Met teken- en schildergerei, beschikbaar gesteld door de directie, maakte hij portretten van mede-gedetineerden en bewakers. Er ging ook werk naar zijn vriendin Ellen van Baren (49), die in een andere vleugel vast zat: justitie ziet haar als medeplichtige. Het was eigen werk, ja. Dat was er lang niet van gekomen.

De Franse politie is ervan overtuigd dat ze op z'n minst de evenknie van Vermeer-vervalser Van Meegeren te pakken heeft. Vijf jaar stond hij al op het Interpol-net. De Amsterdamse politie zocht hem sinds 1988 in verband met de verspreiding van honderden valse Appel-prenten.

Op 8 mei van dit jaar arresteerden gendarmes Janssen en Van Baren op een boerderij in een gehucht bij Poitiers. Ze troffen duizend verkeerde 'meesterwerken' aan.

De inval volgde na een onderzoek van de Duitse politie. Onder de naam Van den Bergen was Janssen eind maart met doeken van Karel Appel, Asger Jorn en Chagall het veilinghuis Karl & Faber in München komen binnenwandelen. Fraaie kwaliteit op het eerste gezicht, maar na grondige inspectie bleken ze niet te kloppen.

Op het bureau in Orléans volgde later in mei een kijkdag voor genodigden. Achter roodwitte linten stond langs twee wanden de buit uitgestald: werken van Chagall, Appel, Matisse, Gustav Klimt, een ets van Picasso, een collage van Calder.

Ook attributen voor het vervaardigen van certifcaten waren er: typemachines uit de jaren dertig tot met vijftig en papier uit die periode. De boodschap was duidelijk: ziedaar het bewijs voor de kunstzwendel van de eeuw. Hier was een onverbeterlijk vervalser aan het werk geweest. En elders, in 'de fiscale paradijzen van Europa', vertelde commissaris Colin, schuilen vette bankrekeningen.

'Was het maar waar' In het restaurant zwaait Janssen geërgerd met zijn vork, gadegeslagen door Van Baren die enkele weken eerder vrijkwam dan hij. De politie is de boel aan het opblazen. Het gros van de doeken was helemaal niet bestemd voor de handel. Ze waren jaren geleden meegenomen uit Nederland, waaronder een hele serie Picasso's met een fout erin. Hij kan nu eenmaal moeilijk afstand doen van kunst. 'De politie heeft er geen verstand van. Tekeningen van kinderen zaten er bij. En die inspecteurs maar beweren dat ze van Picasso waren. Nou ja.'

Die typemachines dan, en dat papier? Hij zwijgt even. 'Er was geen enkel certifcaat bij van voor 1950.' Maar waarom dan toch. . . 'Dit moet mijn antwoord zijn.'

Als het over zijn verblijf in Frankrijk gaat, is Janssen op zijn hoede. Hij is op vrije voeten omdat justitie er niet in slaagde tijdig een aanklacht te formuleren. Maar het onderzoek loopt nog, verzekert Colin. Janssen kan vijf jaar celstraf krijgen. Tientallen gedupeerden uit Frankrijk en Zwitserland zouden zich met waardeloze werken bij justitie hebben gemeld.

Janssen geeft alleen toe dat hij een andere identiteit had aangenomen om uit handen van de politie te blijven. Van Baren en hij verhuisden geregeld: Parijs, Orléans, het platteland. Soms waagde hij zich over de grens. Met regelmaat werd hij in Amsterdam gesignaleerd, doodleuk op de fiets, of in zijn woonplaats Edam.

'Ik bezocht familie en vrienden. En een harinkje op de Singel, dat miste ik vreselijk. Maar ik was niet helemaal argeloos, hoor. Ik ging wel eens een straatje in en dan dacht ik: ho, even rechtsomkeert.'

Het is ironisch, vindt hij, dat hij juist in Frankrijk is gepakt. Want zijn produktiefste periode was toen al achter de rug. Hier zocht hij de luwte. Voortaan wilde hij alles zelf in de hand houden, en niet langer de speelbal zijn van onbetrouwbare tussenpersonen.

Zegt Janssen, nu. Over die tijd in Nederland praat hij wat gemakkelijker. De misdrijven waarvoor de Amsterdamse politie hem in het vizier had, kunstvervalsing en heling, zijn verjaard.

Hij zegt het niet zonder trots: zijn vervalsingen hangen in musea, prijken in peperdure naslagwerken en sieren de glimmende catalogi van gerenommeerde veilinghuizen. Vanuit werkruimten in Amsterdam en Edam kwamen ze met duizenden op de markt; aan de man gebracht door kunsthandelaren die donders goed wisten dat ze falsificaties verkochten. Ze vroegen er zelf om. 'Heb je nog wat, Geert-Jan?' En als hij niks had, dan maakte hij wel iets. Litho's, gouaches, kopieën, of 'in de stijl van'; Janssen beheerste de techniek.

Maar zijn tussenpersonen belazerden hem, beweert hij. Daarom is hij er niet rijk van geworden. Dan weer kwamen ze hun afspraken niet na, of verkondigden dat het allemaal een beetje tegenviel. Of ze zeiden: als je het doek terug wilt, moet je naar de politie in Bazel, Geert-Jan. Daar ligt het. In beslag genomen. Gek werd hij ervan.

Namen zal hij niet noemen. Dat is niet zijn stijl, verklaart hij. 'Het waren er veel. Laten we het daarbij houden.'

Adriaan Venema is er één. De omstreden handelaar en publicist, die vorig jaar een eind aan zijn leven maakte, doet in zijn memoires Verleden Tijd voorkomen alsof hij 'de vervalser' Janssen nauwelijks zag. Maar in werkelijkheid waren de contacten aanmerkelijk inniger, weten ingewijden. Ze waren vaak samen; in Amsterdam, in Parijs.

Niet alleen Janssen werd beticht van de verspreiding van de valse Appel-prenten in 1988. Ook Venema en een andere handelaar, Henk Ernste, waren verdacht. De politie ontdekte dat Janssen achter de produktie zat: een drukker erkende dat hij van de vervalser de opdracht had gekregen. Janssen nu: 'Er zat ook werk van mij bij, ja.'

Venema's betrokkenheid is nooit bewezen. In de binnenstad van Orléans volstaat de vervalser met een vage glimlach en een schouderophalen. Uiteindelijk is alleen Ernste gearresteerd, in Genève. Na vier maanden voorarrest, kwam hij in 1992 tot een schikking met het Openbaar Ministerie.

Janssen zegt nog altijd verbaasd te zijn dat hij destijds niet is gehoord. 'Ik zat gewoon in Edam, toen ik las dat ze me zochten. Mijn advocaat heeft brieven verstuurd naar politie en justitie, waarin hij meldde dat ik beschikbaar was. Ik wachtte van september 1988 tot januari 1989. Maar niks. Omdat ik dat niet langer kon verdragen, ben ik vertrokken. Hun beurt was voorbij.'

Volgens de politie lagen de feiten anders. Janssen verbleef al in het buitenland, en wilde alleen terugkeren als hij niet zou worden aangehouden. Daar voelden de rechercheurs niets voor. De affaire met de Appels was niet de eerste keer dat hij in opspraak kwam. Er was altijd wel wat met Geert-Jan Janssen.

De zoon van een kunstminnend Philips-ingenieur was afkomstig uit Waalre en studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij belandde in kringen rond galerie Mokum, die werd gedreven door een kleurrijk stel: Michael Podulke, een zwaar drinkende Amerikaan van Poolse afkomst, en Dieuwke Bakker, een voormalig reclasseringsambtenaar die onderhevig was aan snel wisselende stemmingen.

De galerie bevorderde het magisch realisme. Janssen organiseerde exposities. Er was geregeld publiciteit rond Mokum. Als er erotische kunst hing, gooide Podulke zelf de ruiten in en belde daarna de krant.

Toen de relatie tussen de galeriehouders uit elkaar spatte, kwam Janssen knel te zitten. 'Als je voor de één was, was je tegen de ander.' Bakker beschuldigde Janssen en Podulke ervan twintig schilderijen van Ferdinand Erfmann uit een lijstenmakerij te hebben gestolen. Venema schrijft in zijn boek dat hij ze ooit een keer kreeg aangeboden, van Henk Ernste.

Janssen ontkent. 'Het was geen diefstal. Dieuwke was in die tijd paranoïde. Ze verbleef geregeld in een inrichting.' Een Amsterdamse galeriehouder zegt dat hij ooit een keer een incassobureau op Janssen moest afsturen, omdat hij zes werken van Erfmann nooit had betaald. De vervalser: 'Onmogelijk. De bank had alles overgemaakt. Mijn vader stond garant.'

In die tumultueuze periode begon Janssen een eigen galerie in Amsterdam, eerst Jacob aan de Rozemarijnsteeg en later Raam aan de Keizersgracht. Zijn kennissen roemen unaniem zijn 'fabelachtige gevoel voor kwaliteit'.

Hij zegt: 'De Bergense school bijvoorbeeld was gewoon een vergeten groep kunstenaars: Leo Gestel, Mathieu Wiechman, Filarski. Ik had ook Willink, toen nog voor een paar duizend gulden. Een spotprijs. Ik was mijn tijd vooruit, denk ik. Maar ik was geen goed zakenman.'

Kunstcriticus Jan Juffermans had destijds al zijn bedenkingen. 'Ik heb nooit een letter over hem geschreven. Je rook het als je binnenkwam: dit deugt niet. Schilderijen en objecten van Hans Arp uit de Dada-beweging, toen al goed voor een ton of wat, waren voor enkele tienduizenden guldens mee te nemen. Dat kon niet. Ach, connecties, zei hij altijd. En dan begon-ie wat te lachen.'

'Die Arp-expositie was juist erg goed', reageert Janssen. 'Daar zat nou echt niks verkeerd tussen: alles kwam van de Arp-stichting in Medun.'

Het vervalsen was toen al wel begonnen. Door investeringen in zijn galeries raakte hij in financiële problemen. Hij kreeg meer deurwaarders dan kopers op bezoek. Geldnood, zegt hij, dreef hem in duistere zaken. 'Ik had twee jonge kinderen, je moest wat.'

Het begon met het verwijderen van tekst op een poster van Appel en het zetten van een valse handtekening. 'Dat doet iedereen wel eens'. En dan de ontdekking dat het verkoopt. Hij leerde andere technieken. 'Daar zat je dan: een vel papier en wat krijtjes. Je toverstaf. Je kreeg visioenen van het chequeboek van Paul Getty. Maar dat is uiteindelijk erg tegengevallen.' Hij had immers ook kosten: ateliers, papier, drukkosten, auto's en een mooi pak.

In 1982 kwam hij voor het eerst in beeld bij justitie. Na een tip over een valse Bart van der Leck vielen agenten zijn woon- en werkruimte in Edam binnen. Aangetroffen werd 'werk' van onder anderen Appel, Rooskens, Calder en Delaunay. Janssen ontkwam aan vervolging. Niemand deed aangifte.

De toenmalige officier van justitie mr J. de Bruin seponeerde om nog een andere reden. 'We vreesden dat hij in de cel zelfmoord zou plegen', herinnert hij zich. Hij was depressief en praatte verward. Toen hij beterschap beloofde, hebben we hem laten gaan.' De meester bleek nog een andere discipline in de kunst te beheersen. Later zou hij nog wel eens enthousiast verhalen over de wijze waarop hij justitie met toneelspel had misleid.

Vanaf die periode, zegt hij, is hij echt 'ondergronds' gegaan. Vooral anderen handelden voor hem. Soms ging het helemaal mis. Hij is, bevestigt hij na aandringen, een keer ontvoerd. Voor drieduizend gulden tekende hij drie keer een Picasso na.

Eén is later nog voor zestigduizend gulden van de hand gegaan. Maar een afnemer was kennelijk niet tevreden en kwam met anderen verhaal halen. Ze hebben eerst de tv harder gezet en hem toen meegenomen. Toen hij duidelijk maakte dat van een kale kip niks viel te plukken, hebben ze hem laten gaan. Maar niet nadat hij had beloofd nog een keer zijn best voor ze te doen.

Met zijn handen weggestoken in zijn lichte regenjas, loopt hij samen met Ellen van Baren langs de Loire, die grijs langs de kade kolkt. Nee, wroeging heeft hij niet. De kunsthandel is hypocriet. En dan die grote bedragen, alleen maar voor de naam, terwijl een ander misschien wel beter is en nooit een kans krijgt.

Klinkt hier frustratie?

Welnee. Geloof hem, hij had ook zijn momenten van creatieve bevrediging. Appel bestempelde in een Amsterdamse galerie ooit een gouache van spelende kinderen in de sneeuw als een eigen schepping, gemaakt in de koude winter aan het begin van de jaren vijftig. Maar, weet Janssen, deze 'Appel' kwam uit Edam, uit het begin van de jaren tachtig, en was van Janssen. 'Dat was wel leuk, ja.'

Aan de wand van een tuinhuis in Orléans - de huur van het schaars ingerichte onderkomen wordt betaald door de familie in Nederland - hangen drie collages. Eigen werk, ja. Janssen filosofeert al over een eigen expositie. Dat zal met de faam die hij inmiddels heeft opgebouwd, geen probleem zijn. 'Zou je denken?', kijkt hij verrast op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.