Overal grommen de heidenen

Pelgrimeren was als vertrekken: een beetje sterven. Maar de pelgrim stierf om als een ander op een andere plaats herboren te worden....

Maar er was toch nog meer. In het Land had Christus geleefd, de zoon van God. De pelgrim stond op de grond die hij had betreden, hij bezocht de plekken waar hij had geleden. De evangeliën die hij kende, werden levende werkelijkheid. Gods boek ging open. De duizelingwekkende ervaring daarvan wordt in contemporaine geschriften soms zichtbaar. De pelgrim trok van heilige plaats naar heilige plaats - eigenlijk was bijna elke plek gewijd. In de veertiende en vijftiende eeuw lagen alle plaatsen in het land van de Sultan; overal 'gromden de heidenen'. Kerken waren blijven staan, maar het Latijnse rijk van eens bestond nog slechts in resten en ruïnes.

De pelgrims zochten en bezochten het christelijk eigene temidden van het vreemde. Maar op de plaatsen van geboorte, wonderen, lijden en verrijzen konden zij hun gelovige emoties vrijuit laten gaan. En die waren groot en soms hevig. Op die plaatsen kwamen zij, ver van hun geboortegrond, thuis. De hardnekkigste en meest vermogende reisden nog door, tot in Egypte - overal waren wel sporen van Christus of zijn moeder. Vroomheid en nieuwsgierigheid hielden elkaar in evenwicht. De pelgrim was ook een toerist.

Pelgrims waren als nu toeristen: anoniem. Voor het grootste deel. Maar er zijn er geweest die bij terugkomst aan de reflectie op de reis begonnen. Zij schreven reisverslagen. Bijna gedwongen door de plicht: zij waren in een onbekende wereld geweest. En in die van het geloof. Uit de veertiende en vijftiende eeuw komen eenenvijftig schrijvers aan het woord in het schitterende boek Pilgrims to Jerusalem in the Middle Ages van de Franse mediëviste Nicole Chareyron. Slechts enkelen van de chroniqueurs zijn geestelijken, onder de anderen is nogal wat adel en hogere burgerij .

De geestelijken schreven in het Latijn, de anderen veelal in hun moedertaal. De auteur sluit het boek af met het mooie hoofdstuk 'Pilgrims' Profiles', kleine biografieën van de eenenvijftig. Een der aardigste schrijvers is Felix Fabri. Over hem lezen we: 'Deze dominicaan uit Ulm maakte twee pelgrimsreizen naar Jeruzalem, de eerste, een heel gevaarlijke, had plaats in 1480 en bracht hem alleen naar Jeruzalem; de tweede, in 1483, strekte zich uit tot de Sinaï-woestijn en Caïro. Zijn Evagatorium o v e r s ch r i j d t het raamwerk van het eenvoudige pelgrimsverhaal. Het is een documentaire summa waarin beschrijving en persoonlijke belevenis met elkaar verweven zijn.'

De route heen en terug vormt de structuur van het boek. Na een algemene inleiding over het pelgrimeren en het schrijven daarover - bijna elke van de eenenvijftig schrijvers heeft zijn modellen, - zijn we op het vertrekpunt: Venetië. Al meteen wordt het effect van de gevolgde methode zichtbaar: we krijgen in kleine fragmenten van verschillende auteurs een prachtig en gevarieerd (ieders blik wordt toch door zijn afkomst en karakter bepaald) beeld van de stad. Wat de variatie betreft: drie van de auteurs reizen samen; ze komen alle drie uit Florence, twee zijn van adel, de derde is een volksman. De laatste beschrijft van alles de prijs, en hij blijkt een meester in de observatie van het dagelijks leven; een van de twee edelen heeft meer dan zijn reisgenoten oog voor religieuze gebruiken. Alle teksten door het gehele boek heen vormen een prachtig mozaïek, elk detail komt heel dichtbij. Ze mogen achteraf geschreven zijn, ze hebben de directheid van de tijdens de reis gemaakte aantekeningen behouden.

In Venetië worden de voorbereidingen voor de tocht gemaakt. Ze worden nauwkeurig beschreven. Dan begint de vijf weken durende bootreis: met zestig pelgrims en evenveel bemanningsleden op een klein schip de zee over. Het beeld is benauwend en indrukwekkend tegelijk. De grote gemeenplaatsen worden zichtbaar: de grenzeloze zee is het symbool van de eeuwigheid en het oneindige, maar ook het grote graf . Er zijn echter ook romantische beschrijvingen van zee en luchten. De mooiste regel over de vaart komt uit een pelgrimslied: 'De wind is de enige meester van het schip.'

In Jaffa betreden ze het Heilig Land, het land van Belofte ook. Alweer prachtige regels staan in een ander lied, in het Latijn: 'Wij zullen de tabernakeltent van de Heer binnengaan, wij zullen hem aanbidden op de plaats waar zijn voeten hebben gestaan.' Van Jaffa gaat de reis naar Jeruzalem; niet ver ervandaan beeft en weent een van de pelgrims, uit angst voor het laatste oordeel, dat daar zal plaats hebben. Het verblijf in Jeruzalem - met als hoogste heilige plaats de kerk van het Heilig Graf - verloopt volgens een ritueel en wordt geleid door franciscanen. We krijgen een gedetailleerd beeld van wat de pelgrims zien en hoe zij alles ervaren. Geloof, bewondering en verwondering gaan voortdurend samen, vereenzelviging ook met Christus en diens tijdgenoten. Na Jeruzalem worden heilige plaatsen erom heen bezocht, historische en apocriefe.

De pelgrimsreizen als vreemdelingen. Een heel hoofdstuk gaat over hun indrukken van het land en zijn bewoners, van de bedoeïenen in de woestijn, van de islam. . . De meeste pelgrims gingen na Jeruzalem en omstreken terug naar Jaffa en zo naar huis. Voor de echten begon de reis door de woestijn naar het Catharinaklooster in de Sinaï-woestijn (de plaats ook waar Mozes de stenen tafelen ontving).

De woestijnreis wordt door de vele 'woordvoerders' grandioos beschreven, het mooist door de Fransman Ogier d'Anglure: hij noemt alleen de dagen van de week en daarachter steeds: 'Overdag reisden we en ' s avonds zetten wij de tent op in de woestijn'. De grote volhouders reisden nog door naar Caïro en Alexandrië. Zij bezochten ook de woestijnkloosters. Geleidelijk wordt de pelgrimsreis een echte toeristische reis. Men ziet veel, maar beschouwt nog weinig .

Voor de meesten gaat de terugreis langs dezelfde route als de heenreis. De pelgrimsreis is gemaakt, de zonden zijn vergeven, aflaten zijn verdiend, men heeft God bijna in de ogen gezien, het schrijven erover kan voor de echt begeesterden beginnen. Wij danken er zeer interessante reisverslagen aan.

Niet eerder is een middeleeuwse pelgrimsreis zo uitvoerig, gedetailleerd en gezien door zoveel ogen beschreven. Naast de franciscanen en andere gidsen is de grote gids van deze moedige reizigers de auteur van het boek. Zij leidt hen met grote kennis, met wijsheid en met niet te overtreffen uitspraken die als citaten boven de hoofdstukken staan. Zij weet precies wat iedereen wil zien! Ik ken de oorspronkelijke, Franse editie niet; de Engelse is heel mooi ges ch r e v e n .

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden