Over rekkelijken en preciezen

AAN HET BEGIN was Joseph Alberdingk Thijm, aan het einde Anton van Duinkerken. Toen de Nederlandse rooms-kaholieken zich voldoende hadden geëmancipeerd, hieven zij zichzelf op....

De grote gesloten tijd heeft maar zeventig jaar geduurd. Ze wordt gekenmerkt door een verlangen naar volwaardigheid binnen de Nederlandse samenleving en cultuur, maar tegelijk ook door een vurige behoudzucht en verdediging van het eigene, als gevormd door de rooms-katholieke leer en moraal.

De wereld waarvan men erkenning zocht, was tegelijk een bedreiging voor dat eigene. Dat heeft de katholieken lang in een ongemakkelijke tussenpositie gehouden. Zeker in de wetenschap en in de cultuur en misschien vooral in de literatuur. De katholieke emancipatie valt in een periode, waarin de kunsten radicaal met de traditie breken. Hoe kan een geloof, dat uit de traditie bestaat en daaraan ook zijn uiterlijke vormen ontleent, zich op cultureel gebied dan manifesteren? Dat kon ook niet.

Dat al die pogers vergeten zijn, is te begrijpen; dat hebben ze trouwens met veel geslaagden gemeen. Dat het literaire pogen van de katholieken na Knuvelder door geen literatuurgeschiedenis wordt beschreven, kan een tekort aan historisch besef zijn, maar wellicht ook gevolg van literaire eenzijdigheid. De groep als geheel is interessanter geweest dan de vertegenwoordigers eruit, van wie nagenoeg niemand met werk zijn tijd heeft overleefd.

Mathijs Sanders heeft nu de periode 1870-1940 onderzocht en beschreven. Het boek, waarop hij aan de Universiteit Utrecht is gepromoveerd, heet Het spiegelende venster. Veelzeggender is de ondertitel: Katholieken in de Nederlandse literatuur, 1870-1940.

Het boek wil niet zijn (wat het onvermijdelijk ook is) een geschiedenis van de katholieke literatuur. De literatuur, zoals die zich met name in tijdschriften maar ook in kranten manifesteerde, staat centraal binnen een cultuurgeschiedenis, maar niet minder een maatschappelijke geschiedenis. Maar vooral: de literatuur door katholieken wordt beschreven binnen de 'algemene' literatuur.

'Literatuur' wordt beperkt tot de poëzie en de literaire standpuntbepalingen in ontelbare aanvallende of verdedigende artikelen, waarin men zijn poëtica die ook een religieuze is tracht te verwoorden. Men kan de studie in twee perioden opdelen: 1870-1920, wanneer de katholieken binnen de Nederlandse literatuur een geïsoleerde positie innemen, en 1920-1940, wanneer zij, zeker door een blad als De gemeenschap en door figuren als Van Duinkerken en Engelman zich nadrukkelijk in het literaire circuit manifesteren en als polemisten ernstig werden genomen. Dat opvallend verschil werd al zichtbaar in de studie van F. Ruiter en W. Smulders (de laatste was mede-promotor van Sanders), Literatuur en moderniteit in Nederland, 1840-1990.

Thijm blijft een uitzonderlijke figuur. Hij representeert een houding die pas veel later in haar volle waarde werd gezien: hij was een groot, vaak opdringerig katholiek, maar tegelijk kenner en bewonderaar van wat hij als gelovige geacht werd te verwerpen: de moderne literatuur en het toneel. De beer van onverdraagzaamheid die Schaepman was, heeft hem vele malen aangevallen, met onzichtbare pauselijke legers als steun.

Schaepman heeft met zijn volle gewicht de katholieken voor elk contact met de moderne literatuur trachten te behoeden, ook door zijn eigen poëzie, waarvan de glorie al snel na zijn dood niet meer onsterfelijk schitterde.

Voor hem en anderen was bijna alle literatuur verderfelijk, die niet verheffend en dienstbaar was en de eeuwige schoonheid spiegelde. Behalve de grote Fransen waren de Nederlandse Tachtigers de duivels zelf. Het interessantste deel van Sanders' studie is zijn uitvoerige beschrijving van de doorwerking van de ideeën van Tachtig, met name van Kloos, tot in het tweede decennium van de twintigste eeuw. Kloos werd door katholieken deels weggehoond, deels als een te kerstenen voorbeeld gezien.

Zeker tot 1920 gaat de poëticale strijd tussen rekkelijken en preciezen. Van de eersten is Maria Viola waarschijnlijk wel de belangrijkste figuur met de priester Antonis Binnenwiertz, zelf dichter in de stijl van Kloos, belangrijk polemist, maar ook een tragische figuur, nooit reikend tot de voeten van de grote dichters, gewantrouwd om zijn ideeën, ten slotte op zijn plaats gezet door zijn bisschop. De preciezen waren talrijker, maar zonder grootheden. Reactionairen krimpen altijd.

Men kan na 1920 toch ook nog twee tegengestelde groepen aanwijzen: de radicale katholieken, sterk verticaal en concessieloos. De gebroeders Bruning hoorden ertoe. Aan de andere kant stonden ruimere katholieken als Engelman en Van Duinkerken. De laatste was overigens traditierijker dan het leek; als literair-criticus beoefende hij, geheel in de traditie vanaf 1870, de kritiek ook protectionistisch: de morele waarde of onwaarde woog zwaar op het literaire oordeel.

Wat Sanders in zijn op veel punten bewonderenswaardige boek wat explicieter had kunnen beschrijven, is de macht van de clerus die op het hele geestesleven van de katholieken drukt. Priesters en bisschoppen zijn de hoeders van de eeuwige leer, waaraan de gelovigen onderworpen zijn. Hun gezag (en daaruit vloeiende bemoeizucht met bijna alles) ontleenden zij aan hun ambt. Daardoor waren zij onweerlegbaar.

Wat ook scherper zichtbaar had kunnen worden, is dat de rechtgelovigheid en de moderniteit elkaar nooit verdragen. Dat geldt ook voor katholieke schrijvers en dichters van De gemeenschap. De vormen mochten modern zijn, de inhoud moest met de oude leer kloppen. Wat Sanders al of niet gewild beschrijft is de geschiedenis van een cultuur die zich in de negentiende eeuw al overleefd heeft.

Bij het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 stond men op om op glorieuze wijze opnieuw te beginnen. Tot in eeuwigheid. Het heeft nog geen eeuw geduurd. Toen was bijna alles voorbij. De belangrijkste cultuurvertegenwoordigers zijn gehekeld of gehuldigd met name door Van Duinkerken en Rogier. Van Sanders hebben de groten en ook de kleineren een context gekregen. Waardoor ze te begrijpen of te beklagen, maar in elk geval niet meer te negeren zijn, wil men de literatuurgeschiedschrijving niet te canoniek houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden