Over Kees Fens en Schele Dirk

Boekenweek

Een geboren literatuurrecensent leest alles, ook als het geen boek is, stelt Arjan Peters vast na lezing van de gebundelde columns van Kees Fens, alias A.L. Boom. Foto Harshagen & Hrastar

Omdat hij niet ver bij Kees Fens vandaan woonde, kwam Volkskrant-redacteur Erik van den Berg de criticus regelmatig een te bespreken boek thuisbezorgen. Op verzoek ging de post soms vergezeld van een verse haring, betrokken bij de kraam op de Amsterdamse Westermarkt, dicht bij Fens' woning.

Van den Berg, in Het vers wint - van en over Kees Fens (Huis Clos; euro 3,50): 'En ook die haring werd gerecenseerd. 'Héél goed', luidde doorgaans het oordeel - meteen gevolgd door een verhandeling over waar vroeger een nóg betere haringman was te vinden.' Dat was Schele Dirk op het Rokin.

De anekdote bewijst dat een recensent zó met lezen is vergroeid, dat ook alles buiten zijn vakgebied aanspraak maakt op een recensie. Hoezeer Kees Fens (1929-2008) zich die houding eigen had gemaakt, is af te lezen aan Dat ben ik toevallig (Vantilt; euro 19,95), een bundeling van de beschouwingen die Fens oorspronkelijk onder het pseudoniem A.L. Boom bijdroeg aan het weekblad De Tijd. De nieuwe verzameling is gekozen uit drie bundels uit de jaren 1978-1990.

Beeld Harshagen & Hrastar

Lang niet iedereen wist dat Fens achter Boom zat. Ontroerend verhaaltje, vond W.F. Hermans in 1977 toen hij in De Tijd het stukje had gelezen van A.L. Boom, die terugdacht aan de keer dat zijn vader met hem zou gaan vliegeren. Die Boom is Fens, hoorde Hermans. Met de roomse Volkskrant-criticus was Hermans niet de beste vrienden. De onthulling schokte hem, schreef Wiel Kusters (die woensdag de eerste Kees Fens-lezing houdt) vorig jaar in zijn Fens-biografie Mijn versnipperd bestaan.

Achteraf verwonderlijk dat het pseudoniem lang stand hield, gezien de toon, de stijl en de buitenmodale belangstelling voor kerken en kathedralen die Boom aan de dag legde. Plus de hebbelijkheid om alles te lezen.

Als kind al, blijkens de beschouwing 'Omringd door vreemdelingen', waarin hij de buurt (de Baarsjes) en de straat (Chasséstraat) van zijn jeugd oproept. 'In de zomer van 1935 besloten mijn ouders te verhuizen van de Van Speijkstraat naar de Chasséstraat', schrijft Boom. Volgens biograaf Kusters vond die verhuizing (van één straat) plaats in mei 1936. Zo klein was het verschil tussen Boom en Fens: minder dan een jaar.

In het stukje daarvóór heeft hij dan al uitgelegd waaruit de charme van de Chasséstraat bestaat. Die heeft namelijk een flauwe bocht. 'Het huis uitgaan was verdwijnen.' Die bocht zorgde ook voor een ander geluk - dat van de verrassing, als het huis ineens opdoemde bij het terugkeren. 'Ik heb misschien nooit meer in mijn leven thuiskomen zo intens ervaren.'

Kees Fens las al voordat hij wist wat een boek was. Het precieze genieten van de straat met de bocht, dat was zijn proefrecensie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.