Over kanshebbers en schoonmoeders

Op 7 juli 1968 zei Kees Pellenaars iets onaardigs over Jan Janssen of misschien was het wel iets aardigs over zijn schoonmoeder. De Ronde van Frankrijk was halverwege en de brommerige Brabander, gepokt en gemazeld in het wielrennen, liet op de radio zijn licht schijnen over de kansen van Janssen. De opmerking zou als een boemerang bij hem terugkeren.


Het werden beroemde woorden, al laat de precieze woordkeuze zich niet met zekerheid achterhalen. Volgens de meeste geschiedschrijvers zei Pellenaars het zo: als Jan Janssen de Tour kan winnen, dan kan mijn schoonmoeder het ook. Vermoedelijk is dat de populaire versie, eentje die met terugwerkende kracht het beste bekt.


In twee andere naslagwerken, onder meer de biografie van Janssen, staat het citaat zorgvuldig tussen aanhalingstekens. Hier luidt de zin: 'Als Jan Janssen een kans maakt, dan maakt mijn schoonmoeder die ook.'


Ruim veertig jaar later doet het er niet zo veel meer toe, al klinkt de tweede versie iets genuanceerder. Op twee wielen en ongemotoriseerd was schoonmoeder kennelijk niet de beroerdste.


Toen Pellenaars de lont in het kruitvat stak, was de Tour halverwege en de situatie tamelijk hopeloos. Jan Janssen stond niet eens in de Top-15 en de sfeer in de ploeg was om te snijden. Maar de bergen moesten nog komen en natuurlijk die fameuze tijdrit.


In de straten van Parijs boog Janssen zijn achterstand op de Vlaamse geletruidrager Herman Vanspringel om in een voorsprong en werd de eerste Nederlander die de Ronde van Frankrijk won. Die zondagavond reden auto's luid toeterend langs het huis van Kees Pellenaars in Breda en anders rinkelde de telefoon wel zo pesterig mogelijk.


Twaalf jaar later reikte Joop Zoetemelk ook nog eens naar het allerhoogste als wielrenner en daarmee was de koek op. Hennie Kuiper en Steven Rooks kwamen behoorlijk dicht in de buurt, maar ook niet meer dan dat.


Erik Breukink was de laatste Nederlander die het magische geel droeg en dat is ook alweer twintig jaar geleden. Meer dan een eeuw Tour de France, slechts twee Nederlandse winnaars. Het houdt bepaald niet over.


Van Robert Gesink zeggen ze dit jaar dat hij een outsider is. Ik vind dat een lastig begrip, outsider. Vroeger was je kanshebber of je was geen kanshebber, maar nu gaan kanshebbers in gradaties. Als de favorieten het laten liggen, komen er outsiders in beeld. Maar hoe rekkelijk is dat begrip? In hoeverre kan een deelnemer outsider zijn?


Zo heeft Vlaanderen zijn eigen outsider. Hij heet Jurgen Van den Broeck. Weinig Nederlanders zullen hun geld op hem zetten en er zullen evenmin veel Vlamingen zijn, die in Robert Gesink een serieuze kanshebber voor de eindzege zien. Misschien is de outsider er slechts voor het nationaal eergevoel, een status om snel te vergeten. Wie herinnert zich nog dat Michael Boogerd ook eens outsider was?


In vergelijking met Boogerd is Robert Gesink meer allround. Maar dan nog geef ik geen cent voor zijn kansen. Als tijdrijder kan Gesink het verschil hooguit beperken en als klimmer mist hij de explosiviteit om het verschil te maken.


In de eerste week was er tot nu toe één proeve van bekwaamheid. Daarvoor is Robert Gesink niet geslaagd. Op de Mûr-de-Bretagne bleken Alberto Contador, Cadel Evans én Jurgen Van den Broek alvast uit het goede hout gesneden te zijn. Zou me niets verbazen als dat trio in die volgorde straks de Top-3 van deze Tour is.


Jan Janssen had in 1968 het lef en de allure om de sterkste te zijn in een veld van kanshebbertjes. Joop Zoetemelk had in 1980 een ploeg die hem uitdaagde om het allerbeste uit zichzelf te halen. Robert Gesink heeft niet dat lef of die allure en het ontbreekt hem in elk geval aan zo'n ploeg.


Janssen reed in totaal acht Tours. Zijn zesde deelname leidde pas naar winst, nadat hij al een keer tweede werd, drie keer het puntenklassement won en vertrouwd was met de last van de gele trui. Zoetemelk was 16 maal van de partij. De tiende keer was het prijs na vijf tweede plaatsen. Ook hij reed voor 1980 al eens in het geel.


Gesink beleeft zijn derde Tour, kwam tot op heden één keer aan in Parijs en won nog niet eens een rit. Daarom luidt de conclusie van dit stukje: als Robert Gesink een kans maakt, dan maakt mijn schoonmoeder die ook.


Bart Jungmann is redacteur van de Volkskrant. Reageren? jungmann@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden