Over fliepeltjes

Zijn laatste show werd onthaald op sterrenregens. Voelt cabaretier Ronald Goedemondt zelf ook dat hij op zijn top zit?

Hoe kwam je erachter dat je Geert Wilders kon nadoen?

'Het blijft iets magisch, het creatieve proces. Alsof je iets uit de lucht plukt. Ik stond onder de douche. Ik sta er altijd te lullen en te zingen, de akoestiek is er bijzonder. Er kwam ineens een zinnetje, dat kaatste zo heerlijk tegen de tegels. Ik hoorde het meteen: verrek, dit is Geert. Het accent was sowieso geen probleem. Ik ben geboren in Tegelen, hij komt uit Venlo. Ik weet niet meer precies wat ik zei. Stelletje schuinsmarcheerders? Dat nogal oubollige schelden van 'm. Er volgde meer tekst. Linkse grachtengordelelite. Straatterroristen. Iets met hoofddoekjes. Het liep nogal uit. Mijn vriendin klopte op de deur. Hé, alles goed daar? Ik reageerde op datzelfde toontje: nou, dat bepalen we zelf wel, of het hier goed is onder de douche! In de hoop dat ze zou reageren met: zeg, je klinkt als Wilders. Wat denk je? Niks. Alleen: schiet eens op! Ik ben er hard aan gaan werken. Toen pas kwam het vertrouwen er iets voor publiek mee te doen.'


Voor veel tv-kijkers was het hun eerste kennismaking met de cabaretier, die in de oudejaarsconference van Erik van Muiswinkel van 2010, Gedoog, Hoop & Liefde, aan het slot met blonde pruik op de show evalueerde. 'Het is u wederom gelukt een wanstaltig stukje linkse grachtengordelpropaganda neer te zetten. Wat een slappe cabarettekst.' Tot dan was hij meer een favoriet van de critici, een talent in de schaduw van de gevestigde orde. Wie speelde daar Wilders? Ronald Guldemoed? Roland Goedemans?


Was de verleiding groot meer imitaties te gaan doen?

'Wilders zat nog wel in mijn vorige show. Niet om een punt te maken. Politiek vind ik privé heel belangrijk, maar op het podium verveelt het me snel. Het was gewoon leuk om hem na te doen. Maar ik wil niet de imitator zijn. Een imitator is een trucjesman. Het is leuk voor de afwisseling, het is prettig iets in je achterzak te hebben, het is lekker om er terloops even een imitatietje uit te gooien. Maar het mag nooit de hoofdmoot worden.'


In je nieuwste show doe je het helemaal niet.

'Er kwam niks naar boven. Maar het was ook bewust. Toch even kijken of ze het dan ook nog leuk vinden, of dat ze teleurgesteld de zaal uitlopen.'


Dat doen ze niet. Met zijn vijfde show De R van Ronald, door de cabaretkritiek breed onthaald op een sterrenregen, staat Ronald Goedemondt (38) in de grote zalen van de theaters en er zijn maar nauwelijks stoelen vrij. Onnavolgbaar rijgt hij zijn ergernissen en verbazing aaneen over winkelmeisjes in parfumerieën die op oempa loempa's lijken en dat ene dropje in het zakje dat al aangevreten oogt, afgewisseld met doodsangsten op een paradijselijk Thais eiland en de ontreddering als hij in zijn kajak in de Ardennen vast komt te zitten op een kind met een zwembandje (echt gebeurd, vraag het aan zijn vriendin, die was erbij). Stuntelend slaat hij zich door het leven, op zoek naar houvast.


'Waarom het nu wel overal vol zit? Het is misschien een kwestie van volhouden, volharden in wat je bent. Ik doe dit al sinds mijn 24ste. De VARA heeft al mijn shows uitgezonden, met verre van spectaculaire kijkcijfers. De recensies waren meestal wel goed. Wilders heeft geholpen, ja. Internet ook, vanaf het begin. Mijn stijl van komedie is geschikt voor klare brokken op YouTube. Die worden goed bekeken. Theaterdirecteuren zeggen dat ze bij mij een ander publiek zien dan ze gewend zijn bij cabaretiers, veel bezoekers die niet uit de directe omgeving komen. Ik ben er dankbaar voor, maar veel controle heb ik er niet over. Tijdens mijn derde programma, in 2009, stond ik een keer in Heiloo voor 66 man, van wie de helft boven de 55 was. Toen heb ik op de terugweg wel gedacht: waar moet dit naartoe? Maar het is betrekkelijk, hoor. Nog steeds ontmoet ik mensen die zeggen: joh, dit moet je niet persoonlijk nemen, maar ik ken jou helemaal niet. Of iemand komt op me af en vraagt of ik Al Pacino nog een keer wil nadoen. Ik doe Al Pacino helemaal niet na, ik heb Robert De Niro wel eens nagedaan. Ik kan er erg om lachen, het is mij echt om het even.'


Binnenkort wordt het publiek nog breder. Bij BNN maakt hij op 26 augustus zijn entree met een achtdelig tv-programma op Nederland 3. Sluipschutters bestaat uit sketches die hij opnam met Bas Hoeflaak, Leo Alkemade en Jochen Otten.


Afspraak in het Hilton Hotel, Amsterdam. Op het terras praten gasten op gedempte toon, bestek tikt beschaafd op de bordjes van porselein, een serveerster draagt verse jus en latte macchiato aan. 'Ik kom hier eigenlijk nooit. Ik ken deze wereld alleen van achter de schermen. Ik heb veel in Toomler (gehuisvest ín het Hilton, red.) gespeeld, dan kom je in de catacomben. Dan zie je de gebruikte handdoeken, de keuken, je hoort personeel klagen in de kantine, de schunnige grappen. Maar hier is de glimlach, de beleefdheid. Alstublieft. Wenst u verder nog iets? Dit is theater in de praktijk. Dat wil ik graag even zien.'


Interviews thuis in zijn appartement in Amsterdam doet hij nooit. 'Ik wijs de beschikbaarheid af die zo vaak wordt verondersteld bij een maker die de publieke arena betreedt, al denken veel BN'ers daar anders over. Het past bij mij om het privédomein af te schermen. Ik vertoon terugtrekgedrag, afzondergedrag. In groepen zit ik ook het liefst op een bankje aan de zijkant of ik sta achter een kamerplant in een schaal borrelnoten te graaien.'


Dat wordt wel ingewikkelder als je meer op tv komt.

'Ik wil me niet laten leiden door de vraag of ik er misschien wel BN'er door word. Mijn enige kompas is: vind ik het leuk om te doen? De raison d'être van Sluipschutters is mijn enthousiasme voor sketchcomedy. Hoog tempo, korte scènes. Vier bevriende komieken gebruiken het medium tv om elkaar aan het lachen te maken. Dat je daarbij het risico loopt dat je in de winkelstraat wat langer wordt aangekeken, doet me weinig. Ik heb altijd al het idee gehad dat ik een soort freak was. Mijn moeder is Siciliaanse, ik trok de aandacht vanwege mijn mediterrane uiterlijk, er werd naar me gekeken als ik door de winkel liep, ik kreeg soms te horen dat ik maar beter terug kon gaan naar Turkije. Als ik nu word aangegaapt omdat ze denken mij te kennen, voelt dat vertrouwd en veilig.'


Goedemondt zit op de cabaret-Olympus, schreef de Volkskrant na de première van De R van Ronald.

'Daar ben ik door mijn collega's mee gepest, zeg. Zit je lekker, jongen? Hoe is het uitzicht? Only downhill from here, baby!'


Heb je dat gevoel dat je op de top zit zelf ook?

'Nee, helemaal niet. Een half uur voor de première kreeg ik nog een complete aanval. Ik zei tegen Martijn Bouwman, mijn regisseur: ik heb niks. Het is niks. Het wordt niks. De zelfverzekerdheid waarmee ik beweer alleen mijn eigen kompas te volgen, valt ook weleens weg. Tegenover veertienhonderd man iets vertellen over dropjes, dat is niet iets waar je heel zeker van wordt. Ik sta nog steeds doodsangsten uit, voordat ik opga. De vrees is dat toch een keer duidelijk wordt dat het inderdaad niks is. Je kunt beter in de traditie van het Nederlandse cabaret iets doen. Wat typetjes opvoeren, de actualiteit aanroeren, iemand afbranden, op zijn tijd een ontroerend lied over je oma aanheffen. Dat is veilig. Maar ik kan het niet. Ik kan alleen maar ouwehoeren in blinde paniek.'


Je bent een keer aangesproken door iemand die zei: Ronald, wanneer ga je echt iets zeggen? Raakt je dat?

'Ja, toch wel. De kern van zo'n mededeling is dat het niet schuurt. Er wordt heel veel geschuurd in het cabaret. Maar ik heb nooit geschuurd. Collega's houden me voor dat ik me geen zorgen hoef te maken.'


Wil je alleen maar grappig zijn?

'Nee, je streeft naar een ontmoeting die verder gaat dan alleen de lach. Daarvoor ben ik bereid te laten zien wat ik mankeer, welke eigenaardigheden ik heb. Lelijkheid is vruchtbaar. Van daaruit moet ontstaan wat voor mij het belangrijkste is: een verbondenheid met het publiek. Ik wil omarming. Voor mijn gevoel ben ik altijd een buitenstaander geweest. In het gezin, op school, op de sportclub, met gitaarles, zelfs nu nog. In mij zit een gevoel van eenzaamheid. Ik speelde als kind veel alleen, in mijn eigen belevingswereld. De prettigste momenten voor mij waren aan de keukentafel. Daar kon ik verhalen vertellen - ik loog van alles bij elkaar - waar mijn ouders en mijn twee oudere zussen vreselijk om moesten lachen. Humor was belangrijk, thuis. Dan voelde ik de grootste intimiteit, daar was - ik zoek even naar een woord - ja, nabijheid. Ik wilde dat die momenten er meer waren geweest, maar de vraag was groter dan het aanbod, denk ik nu. Die nabijheid zoek ik nu in de zaal. Maar daarmee is het niet af. Bij mij werkt het ook zo dat zodra die omarming er is, ik me snel terugtrek. Het is aantrekken, afstoten, aantrekken, afstoten. Me nergens op mijn plek voelen. Alsof ik ook de rol van buitenstaander koester. Een perpetuum mobile van emotionele labiliteit. O, mijn god, wat een hel. Ik ben nu een beetje aan het accepteren dat het zo is en zo zal blijven, op mijn 38ste.'


Het klinkt alsof je daar vooral voor jezelf staat.

'Daar begint het wel mee. Ik moet het leuk vinden. En hopelijk ontmoeten we elkaar op een veld waar we dat kunnen delen. Maar als je het niet leuk vindt, is dat ook oké. Het is niet de plezier-Ronald-tournee. Vergeet vooral niet hoe kwetsbaar je bent. Tijdens een voorstelling in Terneuzen, twee maanden geleden, gebeurde er iets verschrikkelijks. Er stond een vrouw op, op de eerste rij, voor iedereen zichtbaar. Dus ik spreek haar aan: 'Zo mevrouw, gaan we naar het toilet?' Haar man begint zijn jas aan te trekken. Ik zeg: 'Aha, u gaat mee?' Hij waggelde een beetje, ik rook een kegel, hij was zo zat als een aap. Toen zei hij: 'Weet je Ronald, ik volg je al vanaf je eerste shows, maar je grappen worden steeds minder leuk, dus ik ga ervandoor. Dág!' Woest was ik. Zo onbeschoft, zo respectloos. Je mag kritiek uiten, twitter het, schreeuw het desnoods van de daken, maar ken je plek in de zaal, met je dronken harses. Ik heb 10 minuten moeten improviseren om te herstellen. Het kwam goed, maar daarna was ik twee, drie dagen van slag. Ik was niet meer grappig. Gelukkig hoorde ik dat soort horrorverhalen ook van andere cabaretiers.'


Hoe schrijf je je shows?

'Het is een beetje beschamend, maar ik verzamel heel veel slechte ideeën. Ik produceer heel veel stront. Ik maak notities op papiertjes, in aantekenboekjes, op mijn iPhone. Als ik een dropje zie dat eruit ziet alsof iemand het al in zijn mond heeft gehad, dan voel ik dat het iets is. Een persoonlijke observatie, met een vermoeden dat anderen die herkennen. Dan noteer ik: iemand heeft dropje in mond gehad. Abdullah.'


Abdullah?

'Dan zie ik al iemand aan de lopende band zitten. Die heeft het gedaan. Dan wil ik even flirten met racisme. Maar ik check het wel even met Marokkaanse vrienden, hoor, of ze het wel oké vinden.


'Het zijn allemaal kruimels. Het is mijn regisseur die het weefgetouw van mijn gemoedstoestand construeert. Hij ziet de hoofdstukken. Die bui, doe dat eens langer. Neem de tijd. Zeg even niks. Maar in wezen moet het niet meer uitmaken waar ik het over heb. Eerst zoekt het publiek nog naar een rode draad, een geheel, een richting, maar uiteindelijk geeft het zich gewonnen. Zeg het maar, jongen. Wat was er met dat dropje? Wat deed je in die kajak? Een Brabantse vrouw gaf me laatst een compliment, waaruit bleek dat ze het had gesnapt. Ach man, wat gij allemaal vertelt, zo mooi, wat een quatsch! Dat is het, in essentie, quatsch.'


Ben je weleens bang dat de inspiratie opdroogt?

'Ik las laatst een interview met Paul Haenen. Die is 67 en zei dat hij ervaart dat de fantasie nooit stopt, dat er altijd nieuwe teksten komen. Het is wel degelijk een angst van mij. Ik ben nu 38, ik heb een vaste relatie, misschien komt er een kind ooit, wat gaat dat met mij doen? Zo avontuurlijk leef ik nu ook al niet. Kanoën in de Ardennen, naar de markt in Düsseldorf om een koekoeksklok te kopen - veel spannender moet het voor mij niet worden. Creativiteit is iets wat buiten je om lijkt te gaan. Dus: dank je wel, Paul Haenen, dat je dit hebt willen delen.'


Wanneer wist je dat dit je vak zou worden?

'Toen ik 10 was. Ik huurde een paar keer de video Delirious van Eddie Murphy. Ik had nog nooit stand-up gezien. Ik was direct verkocht. Dit is wat ik wilde. De vorm: man met microfoon. De vrijheid van expressie: die stemmetjes, ter plekke bepalen waar het over gaat - let's talk about cookouts. En een enorm publiek. Ik ging het Engels van Larry King op CNN nadoen. Want ik ging net als Eddie Murphy een grote ster worden in Amerika.


Snapten ze het, aan de keukentafel?

'Ze genoten van mijn verhalen, ja, en ik genoot als ze moesten lachen. Maar ik heb nooit gezegd dat ik zoiets als mijn toekomst zag, ik wist dat het niet goed zou vallen. Ik ben in de voetsporen van mijn vader getreden, hij was werktuigbouwkundig ingenieur. De studie daarvoor aan de hts in Eindhoven mislukte volledig. Ik zat tussen jongens die al een leven onder brommers hadden doorgebracht. Die sloegen gelijk aan het lassen, ik was vooral doodsbang voor die vlam. Na anderhalf jaar ben ik heao communicatie gaan doen, daar kon je tenminste presentaties doen. Alvast meters maken, voor later, op het podium; dat was mijn drijfveer. Ik heb mijn ouders pas verteld dat ik komiek was, toen ik in Rotterdam als copywriter bij een reclamebureau zat en al weleens in Amsterdam optrad. Het voelde als een coming-out. Mijn ouders hadden wel door dat het belangrijk voor me was. O, leuk! Maar, eh, hoe is het op je werk?'


Al in de eerste week van zijn betrekking op het reclamebureau was hij naar Amsterdam getrokken, naar het open podium op het Max Euweplein, in het Comedy Café. Met een papiertje vol aantekeningen in de trein. Hij wist: ik moet nu beginnen, anders is het te laat. Hij was 24. Het was alles of niks.


Die avond is hij zonder op te treden weer naar huis gegaan. Hij had niet eens iemand gesproken. Ja, vier woorden. 'Mag ik een cola?' Hij was bang geweest dat zou blijken dat zijn dromen nooit bewaarheid zouden worden. Dat niets hierna nog de moeite waard was.


Een week later stapte hij wel het podium op. Hij had anderen gezien en gedacht: dit kan ik beter. Hij voelde dat de zaal in de gaten had dat er iets anders gebeurde dan de bezoekers gewend waren. Hij kreeg het advies dat hij het ook eens in Toomler moest proberen. Hij had er nog nooit van gehoord.


Als je terugkijkt, welke ontwikkeling zie je?

'In mijn eerste shows zie ik iemand die af en toe probeert te zijn wat hij niet is. De geëngageerde komiek. Een vleugje Theo Maassen. Dat is echt helemaal weg. Dit ben ik. Dit is wat me nu bezighoudt, dit is nu voor mij belangrijk. Ik hoor wel dat het beter is, dat het anders is, dat ik meer open sta, dat ik meer durf, dat het intenser is. Het houdt me allemaal niet bezig. Het gaat me alleen om het nu.'


Je moest je derde show Dedication halverwege stopzetten wegens een burn-out. Daar moet je toch iets van hebben opgestoken?

'Jawel. Als je eenmaal op de bodem hebt gezeten - paniekaanvallen, doodsangsten - weet je zeker dat je dat niet meer wilt meemaken. Met behulp van therapie heb ik geleerd mijn grenzen aan te geven. In mijn blinde ambitie een zo groot mogelijk publiek te bereiken, had ik die systematisch overschreden. Vier, vijf keer per week optreden. Rijden, een Red Bull, adrenaline pompen, optreden, shoarma vreten, rijden, nog een Red Bull, slecht slapen, koffie, bám, rijden, weer een Red Bull. Obsessief. Maar het leverde me 66 mensen in Heiloo op. En ik was op. Compleet op. Ik speel minder nu. En ik weet dat ik vrede kan hebben met kleine zalen. Ik doe alleen wat me blij maakt.'


En juist nu sta je in de grote zalen.

'Dat vind ik echt waanzinnig. Fantastisch. Maar ik moet wel oppassen dat niet dat oude stemmetje boven komt. Gaaf hè, Ronald! Het kan nog groter, hoor! Nog bekender worden. Internationaal, wil je geen internationale beroemdheid worden, Ronald? Het is tijd om alles op alles te zetten. Jij, Ronald, een ster! Nou?'


Heb je nog ambities? Je hebt een keer gezegd: ik wil de nieuwe Toon Hermans worden.

'In mijn vorige show had ik het over fliepeltjes, zo'n dingetje aan het plastic dat je nooit kunt vinden als je een cd probeert open te maken. Toen realiseerde ik me dat dit verbonden was met wat Toon deed. Minuten wachten totdat iemand een tennisracket op het podium komt brengen. Geniaal. Het absolute grootmeesterschap. Daar zou ik wel wat meer van willen. Het behandelen van complete onzin en daar toch verbondenheid met het publiek in vinden. Iedereen snapt dat je het over iets pietluttigs hebt en wil toch heel graag weten hoe het verder gaat met het fliepeltje. Dat is voor mij heel waarachtig. Dat is toch andere koek dan het financiële beleid van het huidige kabinet aan de orde stellen. Al het andere, succes, geld, meer aandacht; het telt voor mij echt al-le-maal niet. Niet beroemd worden in Amerika, zoals ik als kind ooit hoopte. Ik ben er vaak geweest, maar ik ben altijd blij als ik weer terug ben in Nederland. Hier ligt de strijd die ik als buitenstaander voer, hier kan ik me ergeren. Ik was laatst in Noordwijk aan Zee en daar zag ik zo'n beetje iedereen lopen in dezelfde fucking T-shirts met dezelfde teringprints, met dezelfde kapsels en allemaal dezelfde kinderen. Lomp en hard pratend. Ik kan daar echt agressief van worden, die uniformiteit sluit me uit. Maar het levert me ook stof voor wel tien shows op. Dit is het land waar ik me niet thuis wil voelen. Dit is de perfecte plek om niet op mijn plek te zijn.'


Voor het hotel trekt hij zijn fiets uit het rek, een hagelwitte sportfiets met een vederlicht frame van carbon. Om het stuur en onder het zadel wikkelt hij zware kettingsloten. 'Wel gek, zo'n fabrikant doet heel veel moeite om een extra grammetje gewicht te besparen en ik hang er lood aan. Daar kan ik nog wel een keer wat mee, denk ik.'


CV RONALD GOEDEMONDT

Ronald Goedemondt (1975, Tegelen) heeft vijf avondvullende programma's gemaakt: Spek (2004), Ze bestaan echt (2006), Dedication (2009), Binnen de lijntjes (2011) en De R van Ronald (2013). Voor Dedication ontving hij de Neerlands Hoop-prijs, Dedication en Binnen de lijntjes kregen nominaties voor de Poelifinario. In 2003 won hij Cameretten.


In 1999 maakte Goedemondt als stand-upcomedian zijn debuut in het Comedy Café in Amsterdam en trad daarna geregeld op in Toomler. Hij leverde tekstbijdragen aan Spijkers met Koppen en Dit was het Nieuws.


De theatertournee van De R van Ronald wordt eind september hervat.


Vanaf 26 augustus is Goedemondt op tv bij BNN te zien in het sketchprogramma Sluipschutters.


**

'Waar zullen we gaan zitten? Buiten? Ik heb net een uur met jullie fotograaf in de bosjes liggen rollebollen. Het is voor het eerst dat ik in deze tuin ben. In de zon? Oké. Dat gaan we dan zeker niet doen.'


'Kijk die boom toch eens aan de overkant. Ik zat eerst naar de villa's te kijken, dat moeten toch wel de duurste huizen van Amsterdam zijn. Of zit er gewoon een advocatenkantoor in? Maar die boom is eigenlijk veel mooier. Weet jij wat het is? Een soort van moerasboom lijkt het wel. Ik weet eigenlijk geen fuck van bomen.'


'Moet je zo'n boot zien. Een sloep met een touwtje eromheen. Het is altijd hetzelfde. Die man met een McGregor blouse aan het roer en ja hoor, een blonde dame met een Louis Vuittontas op de voorplecht. Een ex-showpoes zal het wel zijn. Dat is toch echt de hel, vind je niet?'


'Ik ga dus nu op een klassieke manier een hamburger proberen te eten met een ei erop. Dat gaat dus nooit lukken. Gelukkig zijn hier geen opnamen van. Let op, dit gaat er heel erg goor uitzien. Ik hoop dat je deze beelden snel vergeet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden