Over een paar jaar zijn we de gulden al bijna vergeten

Voor een succesvolle euro is het ontbreken van een Europese politieke unie geen beletsel, meent Mike Ackermans. Dat de euro leidt tot een verdere uitholling van de democratie en de mogelijkheden voor een nationaal beleid, berust volgens hem op een mythe....

DE GULDEN zal als onze eerste grote liefde blijken te zijn. Het afscheid, over drie jaar definitief, zal even voor hartverscheurende tonelen zorgen. Maar nog een paar jaar er overheen en de herinneringen zullen al verbleekt zijn. Over vijf jaar koestert Europa zijn euro, als brenger van welvaart en politieke integratie.

Dat de euro gunstig is voor het Europese bedrijfsleven wordt door weinigen nog betwist. Het verdwijnen van transactiekosten en instabiele wisselkoersen verhoogt de winstgevendheid en dynamiek van de Europese bedrijven. Alleen al dat zal over vijf jaar het groeitempo van de euro-economieën met enkele tienden procentpunten hebben verhoogd. De euro wordt reservemunt en zal als zodanig de dollar evenaren, zo niet overtreffen. Het zal voor een reusachtige stroom van goedkoop kapitaal naar Europa zorgen.

Sommige voordelen hebben zich al aangediend. Zorgde de internationale economische dip en valutacrisis van begin jaren negentig nog voor dramatische toestanden rondom het Britse pond, de Franse franc en Italiaanse lire, de internationale valutacrisis van eerder dit jaar ging volledig aan Europa voorbij.

Alle economen zijn het er over eens dat de komende monetaire unie, en de daardoor afgedwongen convergentie van de deelnemende economieën, daaraan debet is. Natuurlijk, een conjuncturele dip - die van 2000? - zal ook dit continent aandoen. Maar het dal zal minder diep zijn dan tot nu toe gebruikelijk in Europa. De in alle lidstaten afgedwongen begrotingsdiscipline zal financiële rust en voorspoed brengen.

Die nieuwe mentaliteit heeft zich sneller als verwacht verspreid: onlangs wierp de Franse minister van Financiën zich op als hoeder van de strakke regels tegen een onverwachte aanval van zijn Duitse collega Lafontaine. Zijn aanvallen op de Europese Centrale Bank zijn inmiddels afgeslagen, en de ECB heeft onlangs met zijn eerste rente-ingreep krachtdadigheid getoond. De ontwikkeling van de rente en inflatie in Europa bewijst dat het vertrouwen in de ECB als onafhankelijk monetair bestuurder is gegroeid.

De euro zal meer voor Europa betekenen. De nieuwe munt zal over vijf jaar hebben afgerekend met een aantal hardnekkige waanideeën, die nu nog de geesten van veel Europeanen teisteren. Ik noem ze de mythes van de Europese eenwording.

De eerste is de mythe van het verlies aan democratisch gehalte door het overhevelen van het nationale monetaire beleid naar de nieuwe Europese Centrale Bank. Die zal onafhankelijk, dus niet gestuurd door de politiek, opereren. De ECB wordt wel afgeschilderd als een machtig bolwerk van volstrekt onaantastbare bankpresidenten. Maar in geen enkel Europees land is het monetaire beleid op dit moment onderwerp van serieus politiek getouwtrek - en er is geen kiezer die er om maalt.

Waarom zouden kiezers ook. 'Met monetair beleid schep je geen banen', zei ECB-president Duisenberg onlangs. Dat was meer dan een constatering, het was een verzuchting. Monetaire autoriteiten hebben, zolang ze hun werk goed doen, teleurstellend weinig invloed op de samenleving. Over vijf jaar zal blijken dat de ECB-presidenten de inflatie en rente in Europa op een zeer aanvaardbaar niveau hebben weten te houden, en daarmee basta. Geen Europeaan die in 2003 nog denkt dat hij met zijn munt ook invloed verloren heeft.

De tweede, daarmee verband houdende mythe is die van het verlies van beleidsinstrumenten voor de nationale politiek door de invoering van de euro. Hoe moeten we nog banen scheppen of de economie uit een dal trekken als we geen wisselkoersbeleid meer kunnen voeren?

Sommige politici vinden dat er daarom zo'n beleid voor de euro moet komen. Maar bankpresidenten weten al dat je met monetaire instrumenten geen economisch structuurbeleid voert. Daarvoor staat beleidsmakers een veel effectiever middel ter beschikking: het nationale begrotingsbeleid. Het wordt zo gauw vergeten, maar met investeringen of bezuinigingen, lastenverlichtingen of lastenverschuivingen besturen politici het land. En daar doet de euro niets aan af.

Om zoveel mogelijk van de groei binnen de eigen landsgrenzen te laten plaatsvinden, zullen Europese lidstaten met hun fiscale beleid wel onderling hevig gaan concurreren. De macht van Brussel (of Frankfurt) ten opzichte van nationale regeringen zal over vijf jaar daardoor bepaald niet gegroeid blijken te zijn.

Daarmee wordt de mythe van de ongecontroleerde centralisatie van beleid in Europa gelogenstraft. Op het gebied van werkgelegenheid zal dat Europa geen windeieren hebben gelegd, maar er zullen fricties blijken op te treden. Dan zal het gemis aan politieke eenheid zich doen gelden. Chaos? Nee, want de geschiedenis laat zien dat monetaire unies uitstekend functioneren zonder volledige politieke eenheid. De dollar deed het in Verenigde Staten van de 19de eeuw uitstekend, hoewel het land tot 1865 hopeloos verdeeld en bestuurlijk versnipperd was. En Nederland heeft het prima gedaan onder de de facto monetaire unie met Duitsland, waarmee toch nooit een politieke unie heeft bestaan.

Maar de roep om coördinatie van beleid, wellicht meer politieke integratie, zal herleven. Niet uit angst voor waanideeën, maar als logisch gevolg van een positieve ontwikkeling. Zo doet de Europese Unie over vijf jaar een volgende stap in het integratieproces zoals het altijd heeft gedaan: weloverwogen, als de voordelen van de vorige stap een ieder heeft overtuigd.

Mike Ackermans is redacteur van de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden