Over de Range Rover Velar valt weinig te klagen

Autotest

De Range Rover Velar is een auto die ontstrest.

De Range Rover Velar op de Switzerland Motor Show 2017. Foto ANP

Eigenlijk mag het niet meer, de lof zingen van dieselmotoren, maar wat is zo'n zescilinder diesel met 300 pk een lekkere krachtbron. Altijd voldoende trekkracht, stil en nog relatief zuinig ook. En als die motor Range Rovers nieuwste, de Velar, aandrijft, is het feest compleet. Dan is er geen sprake meer van rijden, maar van soeverein voortglijden.

De Velar vult het gat, prijstechnisch én qua formaat, tussen het succesvolle kleintje, de Evoque, en de Range Rover Sport. Die liggen 40 duizend euro en 50 centimeter uit elkaar en dat bleek voor veel klanten een te grote overstap, waardoor zij gingen kijken bij vooral Duitse concurrenten, die wel middelgrote SUV's in het assortiment hebben.

De Velar moet die klanten behouden voor Range Rover, en natuurlijk liefst nieuwe lokken. De fabrikant noemt dit 'de avant-garde Range Rover', en daar zit iets in. Het is onmiskenbaar een Range Rover, maar de wagen onderscheidt zich toch van de andere modellen. Met zijn schuin aflopende daklijn en achterkant heeft de Velar meer iets van een hoge stationcar dan van een SUV. De auto doet bijna conceptachtig aan, met een glad uiterlijk zonder vouwen en knikken. Zelfs de portiergrepen verstoren dat niet, want die liggen verzonken in de carrosserie. Ze springen pas naar buiten als de auto wordt ontgrendeld.

In het interieur is die gladheid doorgezet: bijna geen knoppen, maar een digitaal instrumentenpaneel voor de bestuurder en in de middenconsole twee aanraakschermen met graphics waarmee vrijwel alle functies worden bediend, van navigatie tot airco en van stoelmassage tot de instellingen voor terreinrijden. Want, zoals het een Range Rover betaamt, ook op ruig terrein voelt de vierwielaangedreven Velar zich thuis, zoals bleek tijdens de introductie in Noorwegen met een klauterpartij op een skihelling en pootjebaden in een rivier.

De meeste kopers zullen van die mogelijkheden niet of nauwelijks gebruikmaken, maar ook op de gebaande paden heeft de Velar genoeg te bieden. Als vanzelf overvalt je een rustgevend wie-doet-me-wat-gevoel. Je zit hoog, uitkijkend over de imposante motorkap, in een ruim en licht interieur, zeker als de wagen voorzien is van het optionele glazen panoramadak. De luchtvering, standaard op de zescilindermodellen, strijkt in standje comfort alle hobbels glad. De diesel doet vrijwel onhoorbaar zijn werk, de automaat schakelt bijna onmerkbaar.

Gereden Range Rover Velar 3.0D SE
Motor 3-liter zescilinder turbodiesel, 300 pk, achttrapsautomaat
Topsnelheid 241 km/u
0-100 6,5 sec
Verbruik 6,4 l/100 km (opgave), 8,3 l/100 km (test)
CO2 167 gr/km
Prijs euro 122.320 (vanafprijs euro 73.800, 2-liter viercilinder diesel)

Een auto die ontstresst dus, maar mocht er toch behoefte zijn aan wat adrenaline, dan is er de dynamische rijmodus. Het onderste beeldscherm kleurt rood, de luchtvering laat de hele auto wat zakken en de motor reageert alerter op het gas. Dan accelereert de bijna 2 ton wegende Velar in 6,5 seconden van stilstand naar 100 en kunnen bochten met forse snelheden worden genomen.

Nee, er valt weinig te klagen over de Velar. Nou, één dingetje dan, al was het Blik zelf niet echt opgevallen: twee passagiers die op verschillende momenten meereden noemden onafhankelijk van elkaar de klik van de richtingaanwijzer irritant hard. Lijkt Blik niet onoverkomelijk. En voor wie diesel dat wel is: er zijn ook benzine-uitvoeringen, zowel vier- als zescilinders.

Meer over