Over de maankraters van Roemenië

Laatst sloeg m’n hart een slag over toen ik een Fiat 850 geparkeerd zag. Een sardienenblikje uit de prehistorie van het comfortabele autorijden, maar wat een schitterend ding....

Nausicaa Marbe

Pech, beste mensen, van een Fiat 850 kan ik niet afblijven. De 850 is de auto van mijn jeugd. Halverwege de jaren zeventig vond mijn moeder het ineens verantwoord vijftigduizend Roemeense lei – haar jaarsalaris – te besteden aan een tweedehands auto die nog net geen 100 duizend kilometer had gereden. Goedkoper kreeg je ze niet met de motor erin en het dak er nog op. In aller haast ging ze, als laatbloeier, een rijbewijs halen. Zelden een chauffeur gekend die met zo veel souplesse en begrip voor gevoelige magen een auto over de maankraters van de Roemeense wegen manoeuvreerde.

Onze Fiat, niet het sportcoupémodel, ook niet de kekkere ‘Spider’ of de chique ‘Special’, was niet veel groter dan een Trabant. Geen nood. In een Trabant hadden we ooit een strijkensemble weten te persen, met instrumenten. Drie man voorop, drie achterin en eentje schuin over de achterbank en half uit het raam om de contrabas op het dak vast te houden. Zoals bekend, zijn Roemenen niet bepaald de reuzen van Europa. We kwamen niet ver, maar het ding reed. Vergeleken daarmee voelde de Fiat aan als een bolide. Precies wat we nodig hadden om met twee ouders voorin en achterin kind, grootmoeder en ander, variërend reisgezelschap het land te ontdekken.

Van de nood een deugd maken, was het devies. Omdat de grens potdicht was en reisdocumenten zeldzaam waren, zat er niets anders op dan dat werkelijk mooie Roemenië te verkennen. Van noord tot zuid en van oost tot west, elke vakantie weer. We reden langzaam, in een tempo dat de kilometervretende automobilist van nu zou ontregelen. De weg was bezaaid met migrerende schapenkuddes, paardekarren, stomdronken fietsers – fietsen, dat deed je vooral als je te lazarus was om achter het stuur te zitten – te voet forenzende arbeiders, landbouwmachines en al die loslopende dieren, grote en kleine, hun leven zat. De moeilijk open te draaien Fiatruiten gingen, ten koste van polskramp, vanzelfsprekend omlaag als iemand erop tikte. Snoeplustige dorpskinderen, druk gebarende herders, norse militairen, natgeregende lifters, zuipende feestgangers, noem maar op.

Ooit verdwaalden we in Transsylvanië na een lange rit door een bos op een onherbergzaam terrein bij een steengroeve. Plots verscheen op die zwarte vlakte een bruidspaar, in vol polyester ornaat, zij verdronk in kanten roesjes tot aan haar mond vol zilveren tanden waarop de bruidegom stevige kussen drukte. Hij haalde een fles pruimenjenever uit z’n zak en daar moesten wij, in die Italiaanse auto helemaal uit Boekarest, uit drinken. Op hun geluk.

In Moldavië, op zoek naar een van die wereldberoemde beschilderde kloosters, volgden we een groep jonge ruiters: jochies blootsvoets op ongezadelde paarden gingen ons voor door de bloeiende heuvels. Eindelijk raasde de Fiat over die lege, vrije sluipwegen.

Dan de nacht dat we in de Donaudelta aankwamen. De veerman, lange rode baard, gaslamp in de hand, wist zeker dat hij de Fiat op de boot zou krijgen, gewoon erop rijden over een plank. Het was het uur waarop de wolven zo te horen onrustig werden van het vee dat op grasrijke eilandjes was achtergelaten en loeide. De mist kwam op, de veerman vroeg of de koplampen aan konden. Daar ging de Fiat, nu zelf een nachtdier met gele ogen, naar een beloofde slaapplek achter dat oneindige riet.

We reisden met omwegen, we hadden alle tijd. Het zou nog ruim tien jaar duren voordat de grens open zou gaan en tegen die tijd was de helft van het gezin dood en de rest gescheiden door emigratie. De Fiat is nog net niet weggeroest in de tuin van mijn moeder. Ze deed hem pas weg toen ze een autoverzamelaar vond die veel onderdelen kon hergebruiken. En al die tijd stond op het dashboard een sticker die een Hollandse vriendin erop had geplakt: ‘Blij dat ik rij.’ Rare woorden waar ik dag in dag uit naar keek. Zo heeft die Fiat me ook naar Nederland gebracht.

Nausicaa Marbe is schrijfster.

vk.nl/columnisten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden