Over de liefde

Als ik ditmaal niets te zeggen heb, dan is dat omdat ik me zojuist heb gerealiseerd dat ik niets ben....

De traditie van de filosofie kent momenten waarop we onszelf de wereld insturen. Ik voel veel sympathie voor dat aloude bevel om 'de bestudering van de leer' te combineren met 'de weg van de wereld' en dus trek ik van tijd tot tijd de wijde wereld in. De ene keer kom ik verder dan de andere keer, en een paar dagen geleden strandde ik, op weg naar de wijde wereld, in de wc-ruimte van een universiteit, waar een paar meisjes rondhingen tussen de spiegels en elkaar de drie vormen van liefde overhoorden.

Uit alles kon ik opmaken dat de meisjes over enkele minuten tentamen moesten doen in 'eros', 'philia' en 'agapè' - in lust, liefde en naastenliefde. En blijkbaar was van deze drie de naastenliefde de moeilijkste, want de meisjes hadden er een speciaal ezelsbruggetje op verzonnen, dat nu als mitrailleurvuur tegen de tegels ketste: 'A-pa-che is een ge-vechts-vlieg-tuig. A-cha-pe is al-tru-is-me.'

Nee, ver was ik die dag niet gekomen in de wereld. Terwijl ik mijn handen waste, kon ik alleen maar hopen dat de meisjes straks op eigen kracht zouden losbreken uit de leer. En dat ze dan ook in de praktijk de smaak van lust, liefde en altruïsme te pakken zouden krijgen. Dat wil zeggen, over hun aanleg voor lust en liefde maakte ik me niet al te veel zorgen. Maar naastenliefde valt een stuk lastiger te leren, dat hadden de meisjes al gemerkt, en toch konden ze er niet buiten. De apostel Paulus zei over agapè niet voor niets: 'Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde niet, ik ware schallend koper of een rinkelende cimbaal.'

Intussen was het gevaar niet ondenkbeeldig dat bestudering van de leer deze meisjes na verloop van tijd flink de keel zou gaan uithangen. Hoe vaak komt het niet voor dat zelfs heel grote denkers, na eindeloos debatteren over de liefde, 's avonds laat als ze thuis komen geen liefde meer kunnen zien? Hier op de universitaire toiletten gedroegen de filosofiestudentes zich best beminnelijk, maar nog een paar extra colleges over de naastenliefde - en het verschil tussen agapè en een Apache zou ze verder een rotzorg zijn.

Ik keerde terug naar mijn werktafel. En op die werktafel trof ik een aantal berichten aan over de maand van de filosofie. Als thema voor deze maand was 'de vreemdeling' gekozen, omdat dat thema hoog op onze politieke agenda staat, en omdat we daarover dus met elkaar moeten praten. In de maand van de filosofie, liet de organisatie weten, 'wordt een poging gedaan om de gastvrijheid en het wereldburgerschap op een nieuwe manier te denken. Denkers uit onder meer België, Benin, Duitsland, Groot-Brittannië en Nederland buigen zich over het beeld dat wij hebben van de ander.'

Een maand lang nadenken over het ideaal van gastvrijheid, over wereldburgerschap, de verhouding tussen het zelf en de ander: het was duidelijk dat de bestudering van de leer alle ruimte zou krijgen in de maand van de filosofie. Indien buitenstaanders voor ons onbegrijpelijk zijn, schreef de organisatie, is filosofie 'bij uitstek geschikt om dit onbegrip de wereld uit te helpen en het ideaal van gastvrijheid opnieuw te verwoorden.'

Mooi, ik voelde me helemaal betrokken bij al die denkers uit België, Benin, Duitsland, Groot-Brittannië en Nederland. Totdat ik een ander bericht las. Een aantal van onze denkers uit Nederland, las ik, maakte bezwaar tegen een geplande discussie over het thema 'de vreemdeling'. Waarom? Omdat voor die discussie ook de omstreden politicus Dyab Abou Jahjah was uitgenodigd. Een maand lang zouden deze vaderlandse denkers zich dus buigen over het beeld van de ander, de vreemdeling, de vijand, maar nu er iemand toetrad tot de discussie die de denkers niet beviel, nu hadden ze geen zin meer.

Je zou toch zeggen dat jarenlange bestudering van de leer de beste voorbereiding is om de wereld in te gaan - en om te discussiëren over gedachten die je niet bevallen. Je zou toch zeggen dat bestudering van de filosofie 'bij uitstek geschikt' maakt om kritiek te leveren op misvattingen van politici. Maar blijkbaar hing de bestudering van de leer deze groep denkers inmiddels mijlenver de keel uit, want nu ze de kans kregen de weg van de wereld te bewandelen, nu wilden ze niet. 'Ik wens niet mee te werken aan het vervangen van liefde en vergeving door haat en vergelding', legde een van hen uit. Om aan dit papieren pleidooi voor 'liefde en vergeving' nogal onlogisch toe te voegen dat de uitnodiging aan Abou Jahjah volstrekt 'onvergeeflijk' was.

Niet lang geleden had ik in een essay over tolerantie de verzuchting van de schrijver Paul Claudel gelezen: 'La tolérance? Il y a des maisons pour ça!' - maisons de tolérances zijn bordelen. En hieraan dacht ik toen ik me flink kwaad maakte over de louter beroepsmatige inzet van sommige Nederlandse filosofen in hun academische maisons de tolérance.

En meteen dacht ik aan de apostel Paulus: 'Al ware het, dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar had de liefde niet, ik ware niets.' En meteen begreep ik dat ook ik niets ben, zolang ik hier slechts profeteer op papier. En meteen dacht ik, als ik niets ben, zal ik ook maar niets zeggen. En precies daarom is dit alles wat ik ditmaal niet te zeggen had.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden