Over de grens, ongestoord door jeugdzorg

Een klein jaar woont het gezin in Duitsland, om de kinderen bij jeugdzorg vandaan te houden. 'Zien ze eruit alsof het slecht met ze gaat?'

Daar komen Catharina (6), Carmen (5) en Caithlyn (3) aangelopen aan de hand van hun oma. Drie schattige meisjes in identieke witte jurkjes. De oudste zusjes, allebei met een grote bos krullen, fluisteren onophoudelijk grapjes in elkaars oren. De jongste verschuilt zich verlegen achter het been van oma. Het lijken drie gewone zusjes, maar deze kinderen zitten met hun ouders ondergedoken. Nu al bijna een jaar.


Ouders Paul de Hoop en Anna Kruize wilden graag vertellen wat zij afgelopen jaren hebben doorstaan met Bureau Jeugdzorg. Maar details over de ontmoetingsplaats gaven ze liever niet vooraf, bang als ze zijn dat er iets uitlekt naar de instanties die hen zoeken. De avond voor het interview kwam een sms'je: de afspraak kan plaatsvinden in een stadje net over de grens in Duitsland. De journalisten moeten bellen als ze er zijn om de precieze locatie te horen.


Het wordt een koffiehuis in een weelderig groen park. De drie meisjes nestelen zich giebelend op een houten bank. 'Met deze kinderen zou het dus niet goed gaan', zegt vader Paul. 'Zien ze eruit alsof het slecht met ze gaat?', vraagt moeder Anna retorisch. 'Ze komen echt niks tekort bij ons.'


Bureau Jeugdzorg Groningen denkt daar anders over. In de herfst van 2011 werd op advies van de Raad van de Kinderbescherming een ondertoezichtstelling en een machtiging uithuisplaatsing aangevraagd voor de meisjes. Er zou sprake zijn van huiselijk geweld tussen de ouders. 'Maar feitelijk was er niet zoveel aan de hand', zegt Paul. 'We hadden destijds een dipje.' Anna: 'Als onze relatie niet stabiel was geweest, waren we nu niet meer bij elkaar. Alleen door elkaar te steunen, red je het samen.'


Toch vraagt Bureau Jeugdzorg die herfst toestemming van de kinderrechter om Catharina, Carmen en Caithlyn uit huis te plaatsen, bij voorkeur bij hun oma, met wie ze een goede band hebben. Voordat het zover komt, zijn Paul en Anna met de meisjes vertrokken naar Esterwegen, 30 kilometer over de grens bij Stadskanaal. Ze willen voorgoed in Duitsland gaan wonen. Daar heeft het Nederlandse Bureau Jeugdzorg niets te vertellen, redeneren ze. Maar net voor Kerst haalt een gezinsvoogd in samenwerking met de Duitse politie de kinderen terug naar Nederland. 'Ze zijn gewoon ontvoerd en op transport gesteld', zegt Huib Struycken, advocaat van de ouders.


De meisjes worden in pleeggezinnen geplaatst. Niet alleen voor de meisjes, ook voor hun ouders en oma is die ervaring traumatisch. De meisjes missen elkaar en hun ouders . Ze voelen zich in de steek gelaten en onbegrepen door de pleegouders. Negen maanden duurt die situatie. Vanaf het eerste moment zijn er procedures gevoerd om de kinderen terug te krijgen. Advocaat Struycken is onvermurwbaar, gaat op ieder onwelgevallig besluit in beroep of in cassatie en hij probeert meermaals de rechters te wraken. 'Ik denk dat inmiddels veertig verschillende rechters zich met onze zaak hebben bemoeid', zegt Paul de Hoop. 'Er is geen uitspraak geweest waar we níét tegenin zijn gegaan.'


Steeds trekken de ouders aan het kortste eind. Daarom besluiten ze in september 2012 het recht in eigen hand te nemen. Na een begeleid bezoek in een overdekte speeltuin in Hoogezand, dragen ze hun kinderen niet over aan de gezinsvoogden van Bureau Jeugdzorg zoals de bedoeling is. In plaats daarvan zetten ze Catharina, Carmen en Caithlyn op de achterbank van hun groene Opel Vectra en rijden de grens over. Daarna heeft niemand van de officiële instanties het gezin nog gezien.


Paul en Anna staan nu op een Europese opsporingslijst, op verdenking van ontvoering van hun eigen kinderen. De Centrale Autoriteit in Den Haag deed een zorgmelding bij de Duitse collega's. Maar bijna een jaar na dato heeft het gezin weinig gemerkt van het nog steeds lopende arrestatiebevel. De ontvoering lijkt te lonen: ze hebben nu in elk geval hun kinderen bij zich in de buurt.


Zelf spreken ze niet over een ontvoering maar een verhuizing. Volgens hen woonden ze al in Duitsland toen de spoedmachtiging voor uithuisplaatsing werd afgegeven, maar is er met de data gesjoemeld. 'We wonen in een gewoon huurhuis. Die zijn in Duitsland makkelijk te krijgen en veel goedkoper dan in Nederland', zegt Paul. Anna: 'Het is natuurlijk wel een probleem dat we niet kunnen werken en dat ik door deze hele toestand ben ontslagen door het ziekenhuis waar ik al negentien jaar in dienst was.'


De meisjes gaan niet naar school of crèche. 'Dat is niet erg, want ze zijn nog niet leerplichtig voor de Duitse wet', zegt Paul. Dat verandert wel, want nu Catharina 6 is moet ze na de zomer naar school. Als de situatie in augustus hetzelfde is als nu, gaan Paul en Anna haar niet inschrijven. 'We kijken wel uit, want voor je het weet, komen ze erachter waar we ons bevinden en halen ze de kinderen weer bij ons weg. Schofterig is het.'


Terwijl Catharina wel heel graag naar school wil, zegt haar moeder. 'En wij willen dat ook graag. Maar het wordt ons onmogelijk gemaakt.'


De ouders hebben al hun vertrouwen in de instanties en in de rechtspraak verloren. Pogingen van Bureau Jeugdzorg om via hun advocaat of via de oma van de meisjes met hen in gesprek te komen zijn steeds mislukt.


Vader Paul: 'Dat is een spelletje om je uit je kastje te lokken. Ze nodigen je uit voor een gesprek, in de hoop dat jij zo stom bent om ernaartoe te komen. En dan staan ze je met een arrestatieteam op te wachten. Nee hoor, daar trappen wij niet in.'


Het afgelopen jaar heeft Paul, die volgens een rapport van de Kinderbescherming 'autistische trekjes' heeft, zich ontwikkeld tot een wandelend wetboek. 'Ja, je leest weleens wat.' Zijn verhaal is doorspekt met kreten als 'dat mág dus helemaal niet volgens artikel 3 van het Kinderrechtenverdrag' of 'dat is volledig in strijd met Brussel II bis'.


De rechtbank in Groningen constateerde in het voorjaar dat 'de ouders, gesteund door hun raadsman, op vele fronten de juridische strijd hebben gekozen' waardoor de kinderen verstoken blijven van hulp en voorzieningen. De kinderrechter nam daarom een pragmatisch besluit: het zou voor de drie meisjes beter zijn om de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing op te heffen. Zo zou de patstelling tussen Bureau Jeugdzorg en de ouders kunnen worden doorbroken, om 'in rust en redelijkheid' een oplossing te vinden.


Maar dat is niet gebeurd. Paul en Anna hebben niets van zich laten horen. De rechter in Nederland heeft in hun beleving geen zeggenschap over het gezin zolang ze in Duitsland wonen. Daarop plaatste het gerechtshof de kinderen toch weer onder toezicht. En dus spant advocaat Struycken nieuwe procedures aan: een cassatieverzoek, een zaak bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.


Het lijkt zinloos, de hakken staan in het zand en er is geen zicht op een einde aan het juridisch getouwtrek. Maar de ouders vechten door. Familieleden verkopen bezittingen om de rekeningen van de advocaat te betalen.


'Er zal toch wel een keer een onpartijdige rechter zijn die zegt: jongens, we hebben fouten gemaakt', zegt oma Saskia, de tranen in haar ogen. 'Want zo kun je toch niet met deze kinderen omgaan?'


'Patstelling beëindigen'

Bureau Jeugdzorg wil in augustus alle partijen bij elkaar brengen om een oplossing voor de kinderen te bedenken. Naast Bureau Jeugdzorg, de politie en de Centrale Autoriteit zullen ook de advocaat van de ouders en de oma worden uitgenodigd. 'Aan deze patstelling moet zo snel mogelijk een einde komen', zegt Martin Sitalsing, directeur van Bureau Jeugdzorg Groningen.

'Wij willen de kinderen helemaal niet weghalen bij hun ouders. Ik wil me er wel van kunnen vergewissen dat het goed met hen gaat. Daar hebben we nu geen zicht op. De ouders staan niet open voor een gesprek', aldus Sitalsing.

Jeugdzorg staat volgens hem met lege handen zodra ouders hun kinderen meenemen naar het buitenland. 'We zijn geen opsporingsinstantie en over de grens kunnen wij niets.' Er is wel contact geweest met de Duitse collega's van het Jugendamt, maar dat heeft nog niet ingegrepen. Sitalsing heeft bij de Centrale Autoriteit melding gemaakt van kinderontvoering en onlangs in een brief zijn zorgen opnieuw beargumenteerd.

Een woordvoerder van de Centrale Autoriteit zegt geen uitspraken te doen over individuele gevallen. Uit de processtukken is wel op te maken dat een zorgmelding over de meisjes De Hoop is gedaan bij de Duitse Centrale Autoriteit.

De advocaat van de ouders, Huib Struycken, zegt niet van plan te zijn de uitnodiging voor een gesprek te accepteren. 'Sitalsing doet of hij de redelijkheid zelf is, maar hij noch een van de gezinsvoogden heeft mij ooit benaderd. Zij zijn van begin af aan onrechtmatig bezig geweest. Wat heeft Jeugdzorg of de rechter te maken met kinderen die al in Duitsland wonen? Er is geen overleg mogelijk, het systeem deugt niet. Het is mosterd na de maaltijd.'

Op de vraag of de kinderen gebaat zijn bij zijn verzet, antwoordt Struycken: 'Ze moeten gewoon ophouden zich te bemoeien met dat gezin en zich behoorlijk gedragen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden