Over de drempel

Als minister stond Els Borst, die maandag dood werd gevonden bij haar woning, aan de wieg van de euthanasiewetgeving. Onvrede over het stiekeme karakter van de oude praktijk was haar voornaamste drijfveer. Is de wet een succes geworden?

Het was de weg naar ultieme zelfbeschikking

'Ik vind het ook weer niet iets om te vieren', zei Els Borst - maar ze gaf wel blijk van het zelfvertrouwen van iemand die meent door de tijdgeest te worden gedragen. Tegenstanders van 's werelds eerste euthanasiewet voerden een verloren oorlog. 'Met mensen die zo denken', zei Borst in het interview, 'ben ik ieder contact helaas kwijt.'


Nederland was blij met zichzelf toen de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, zoals de wet officieel heet, hier in het voorjaar van 2001 tot stand kwam. Het ging ons naar den vleze. Kabinetten zaten nog gewoon hun vier jaar uit - met kleine strubbelingen die inmiddels volkomen in de vergetelheid zijn geraakt. We verkeerden in de veronderstelling dat elk ander land ons om ons poldermodel benijdde. En we waanden ons in de voorhoede van beschaafde landen. Getuige die mooie euthanasiewet.


In een geruchtmakend interview met NRC Handelsblad hoedde verantwoordelijk minister Els Borst zich voor triomfalisme. Hetgeen ze, vlak voor Pasen, onbedoeld benadrukte met de woorden die Christus aan het kruis zou hebben gesproken: 'Het is volbracht.' Dit oneerbiedige citaat kwam haar op een motie van wantrouwen in de Tweede Kamer te staan (die ze overigens overleefde).


Eerste stap

Hoe het ook zij: voor Els Borst en haar partijgenoten van D66 was de euthanasiewet slechts de eerste stap in een lang proces van wet- en regelgeving dat de zelfbeschikking van de mens over leven en dood verder zou vergroten. Zij toonde begrip voor artsen die ongevraagd patiënten 'over de drempel' hielpen die zo ziek waren dat ze geen stervenswens meer konden uiten. Ze speelde met de gedachte kinderen van 12 jaar en ouder ook het recht te geven om euthanasie te vragen. Ze erkende dat de euthanasiewet, door toedoen van het CDA, onvoldoende duidelijkheid schiep voor dementiepatiënten, die vaak niet meer in staat zijn hun doodswens te bekrachtigen. En ze stelde, voorzichtig, levensmoeheid aan de orde als legitieme grond voor levensbeëindiging. Maar dan heb je het niet meer over euthanasie, zei ze zelf, maar over de pil van Drion, de naar rechtsgeleerde Huib Drion vernoemde zelfmoordpil voor (hoog-)bejaarden.


Voor Drion zelf was dit slechts een gedachtenexperiment geweest. Hij sprak er althans tijdens een lezing voor studenten ooit zijn vreugde over uit dat hij als jongeman niet over de pil van Drion had kunnen beschikken. En ook Borst was zich ervan bewust dat de samenleving nog niet rijp was voor de ultieme zelfbeschikking. Haar partijgenoot Jacob Kohnstamm was in dit opzicht minder voorzichtig. Hij verwachtte dat de pil van Drion, gedragen door 'voortschrijdend inzicht', weldra bespreekbaar zou zijn. De euthanasiewet was, kortom, pas het begin.


Akelige associaties

Alleen al het feit dat Kohnstamm en zijn medestanders het onbeschroomd over 'euthanasie' hadden, getuigde van hun grote zelfvertrouwen. Want dit begrip wekte akelige associaties met de moord op gehandicapten en andere 'onvolwaardige mensen' in nazi-Duitsland en droeg sterk bij aan het onbegrip in het buitenland voor de wet van Els Borst. Over geen onderwerp moesten de medewerkers van de Nederlandse ambassades in de jaren na 2001 zoveel tekst en uitleg verschaffen als over de euthanasiepraktijk. Het meest gangbare misverstand was dat derden - familieleden of artsen - eigenhandig konden beschikken over het leven van (al dan niet terminaal zieke) patiënten.


Zelfs voor de Amerikaanse historicus James Kennedy, zoon van een Nederlandse moeder, getrouwd met een Nederlandse en gespecialiseerd in de moderne Nederlandse geschiedenis, was ons euthanasiebeleid 'in veel opzichten een raadsel'. Zijn verbazing had niet zozeer betrekking op de opvatting over leven en dood die eruit sprak, maar op de behoefte aan duidelijkheid waarvan het de uitdrukking was. In de euthanasiepraktijk zou de wet welbeschouwd niets eens zoveel verandering brengen. Maar waar de illegale praktijk tot dan toe achteraf door de rechter werd gesanctioneerd, werd ze nu in strakke regels gevat die de arts, bij naleving van die regels, zouden vrijwaren van vervolging. Het 'nee, tenzij'-principe werd, met andere woorden, vervangen door het 'ja, mits'- principe.


Inderdaad was het stiekeme karakter van de oude euthanasiepraktijk voor Els Borst de voornaamste reden om zich in te zetten voor de wet waaraan ze bij het begin van haar eerste ministerschap, in 1994, nog geen behoefte zei te hebben. 'Bij wijziging moet je je afvragen wat voor indruk dat nu weer maakt op het buitenland', zei ze. Vier jaar later weerhield dat haar er niet van 's werelds eerste euthanasiewet op te tuigen.


Dit is nu ook weer niet wat de artsen bedoelden

De artsen, de beroepsgroep waartoe Els Borst behoorde, hebben, geholpen door een aantal CDA-kabinetten, de ontwikkeling vertraagd (zo niet geblokkeerd). Er is geen sprake meer van verruiming van de zeggenschap van patiënten over het eigen leven. Er is, anders dan Borst verwachtte, nooit een debat gevoerd over de pil van Drion.


Toen euthanasie nog een strafbaar, maar in de praktijk doorgaans gedoogd feit was, waren de artsen de natuurlijke bondgenoten van juristen en politici die op een euthanasiewet aandrongen. En Els Borst bood hun de rechtszekerheid waarnaar zij zo verlangden. In 2001, vlak na de totstandkoming van de euthanasiewet, verwachtte toenmalig hoogleraar strafrecht Tom Schalken echter al dat de artsen 'een terugtrekkende beweging' zouden gaan maken. 'De euthanasiewet is ruim geformuleerd. In de praktijk leidt dat vaak tot een nauwe interpretatie.' Psychiater Frank Koerselman, tegenstander van een ruimhartig euthanasiebeleid, deelde destijds die opvatting. Eens liepen de artsen harder dan de politiek, zei hij. 'Dat was toen ze graag af wilden van de strafbaarstelling van euthanasie. Nu zeggen ze geschrokken: dit is niet wat wij bedoelden.'


Huisarts Nico Tromp uit Tuitjenhorn, wiens optreden in de ideale wereld van Borst als 'normaal medisch handelen' zou zijn aangemerkt, pleegde zelfmoord nadat de inspectie voor de gezondheidszorg hem op non-actief had gesteld. En met betrekking tot het recht op euthanasie voor kinderen is Nederland inmiddels ingehaald door België.


Onmondigen

De euthanasiewet 'is bedoeld voor mensen als Els Borst en de lezers van NRC Handelsblad', schreef James Kennedy in 2001 al. Onmondige patiënten hebben er weinig aan. Inderdaad is de milde dood in de praktijk maar mondjesmaat weggelegd voor zwaar dementerenden - ook als die een euthanasieverklaring hebben opgesteld. Borst was van mening dat hun stervenswens ook gehonoreerd zou moeten worden als ze niet langer in staat waren hem te bekrachtigen (mits ze zichtbaar aan hun toestand leden). Artsenorganisatie KNMG stelt zich echter op het formele standpunt in principe geen euthanasie toe te passen op wilsonbekwame patiënten. Bij deze groep geldt dus niet 'ja mits' maar 'in geval van twijfel nee'. In de definitie van psychiater Frank Koerselman is de arts 'geen hulpverlener maar een behandelaar. En doden is geen behandeling.'


Artsen botsen nogal eens met de commissies die alle euthanasiegevallen aan de wet moeten toetsen. De leden van die commissies, waarvan behalve een arts ook een ethicus en een jurist deel uitmaken, houden er nogal eens rekkelijker opvattingen over euthanasie op na dan de artsen. Zo keurde de toetsingscommissie Noord-Brabant en Limburg de euthanasie goed die was toegepast op een 35-jarige psychiatrisch patiënt, hoewel twee zogenoemde Scen-artsen (die de behandelend arts over de toelaatbaarheid van euthanasie moeten adviseren) het verzoek niet hadden willen honoreren. Een van deze twee Scen-artsen werd, naar eigen zeggen, door de toetsingscommissie als dwarsligger bejegend.


Gat in de heg

Ondanks alles toont Petra de Jong, directeur van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) - de E van Euthanasie is enige jaren geleden door een minder beladen equivalent vervangen - zich tevreden over de euthanasiepraktijk. Er zijn altijd nog genoeg artsen die bereid zijn de stervenswens te honoreren van patiënten voor wie de wet onvoldoende duidelijkheid biedt. En die artsen weten, aldus De Jong, 'de ruimte binnen de wet beter te benutten', al dan niet met ruggesteun van de rechter. Volgens Margo Trappenburg, bijzonder hoogleraar sociaal-politieke aspecten van de verzorgingsstaat, hebben deze artsen 'een gat in de heg van de euthanasiewet geknipt'. Daarbij doelt ze onder andere op het feit dat in 2012 (voor zover bekend) twee dementiepatiënten mochten inslapen, hoewel ze hun wilsbeschikking niet hadden kunnen bevestigen, en op het feit dat blindheid bij een 70-jarige vrouw als vorm van 'ondraaglijk lijden' en dus als legitimering van haar doodswens, werd aangemerkt. Daarnaast zouden artsen toenemend geneigd zijn een stervenswens vanwege een moeilijk definieerbaar begrip als 'levensmoeheid' te honoreren. Zo ontving een gezonde 63-jarige man die zijn aanstaande pensionering niet kon verdragen hulp bij zijn zelfdoding.


Getoetst aan haar primaire doelstelling - dat artsen euthanasie niet onder de pet houden - wordt de wet hoe dan ook als een succes aangemerkt. Het aantal euthanasiegevallen, ruim vierduizend per jaar, is weliswaar redelijk stabiel, maar de bereidheid van artsen neemt toe om hun medewerking aan de doodswens van een patiënt te melden. De vrees van tegenstanders voor een al te uitbundig 'euthanasiasme' (Andreas Burnier) of voor euthanasie als dictaat van de patiënt is hoe dan ook niet bewaarheid.


Maar toch. Als het positieve oordeel over de wet mede stoelt op de waarneming dat er gaten in zijn geknipt, is haar succes twijfelachtig. Want zij moet niet alleen de artsen duidelijkheid bieden, maar ook wilsonbekwame patiënten en mensen die psychisch lijden. Voor deze, in omvang toenemende, groep zijn de perspectieven nog altijd uiterst ongewis. Twintig jaar nadat de Hoge Raad ook psychisch leed als grond voor euthanasie heeft aangemerkt en zestien jaar nadat Els Borst zich publiekelijk heeft afgevraagd 'of iemand die lichamelijk en psychisch gezond is, maar het leven moe, wel echt zo gezond is'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden