‘Over de dood ben ik heel enthousiast’

Haar ervaringen met familie en vrienden inspireerden theatermaakster Alix Adams tot een voorstelling over de dood. ‘Het was heel mooi....

Thuis aan de eettafel doet ze heel kort een stukje uit de voorstelling waarmee ze op de Parade staat. Aait over een denkbeeldige – koude – wang en zegt: ‘Dit is jouw wang, maar jij bent het niet meer.’ Dan, na een slok van de koffie die haar vriend Piet heeft gebracht: ‘Dat is de beste zin uit het stuk, vind ik: dit is wel je wang, maar jij bent er niet meer. Het is toch altijd weer een mysterie als je naar een dode kijkt. Dat je denkt: maar waar bén je dan? Wat maakt dan dat jij jij was?’

Ze spreekt uit ervaring. Vraag theatermaakster Alix Adams (45) naar het hoe en waarom van haar voorstelling Wie is er bang voor de dood? en het wordt duidelijk dat ze er niet omheen kon. Haar oma, een collega en vriend, haar beste vriendin, de vader van haar kinderen, haar moeder – ze heeft zo vaak aan een sterfbed gezeten. ‘Ik zeg altijd: je moet iemand ook de kans geven om te gaan. Vaak zit er familie bij, ze houden de hand vast van de stervende of ze blijven maar tegen hem praten. Ik weet nu dat je iemand los moet laten, ook letterlijk. Dan zeg ik: Wij gaan even een sigaretje roken, als je dood wilt gaan en je wilt het alleen doen, dan heb je nu de tijd.’

Ze zegt ook: ‘Sterven vergt heel veel concentratie. Of mensen nu helder zijn of helemaal onder de morfine zitten, oud zijn of jong, je zíet het gebeuren: iets concentreert zich en dat gaat eruit.’ Noem het de ziel die het lichaam verlaat, zoals ze dat zag bij Michael Matthews, danser en vriend, die aan aids overleed. ‘Iets sprong eruit, ik kan het niet benoemen, je ziet alleen lucht in lucht bewegen. Het was heel mooi. Net alsof er een hert uit hem sprong.’

De ziel, het hiernamaals, reïncarnatie, het wordt allemaal aangestipt in de wonderlijk vrolijke en luchtige voorstelling die ze samen met actrice Kim Scheerder speelt. Maar vooral gaat het over praktische zaken: wat gebeurt er nu precies in het lichaam als iemand zijn laatste adem uitblaast? Wat mag volgens de wet allemaal wel en wat mag niet als je iemand op zijn eigen manier wilt begraven? En natuurlijk: wie van de aanwezigen is er bang voor de dood? Jij, hier op de voorste rij? U daarachter? Vingers graag – het is een Parade-voorstelling tenslotte, dus doe vooral allemaal gezellig mee. Adams en Scheerder spelen begrafenisbegeleidsters die het publiek opzwepen om een country-versie van Waarheen leidt de weg te karaoken. Yeeee-haw, vette beat eronder, allemaal zogenaamd in het zadel en allemaal een cowboyhoed op. ‘Het mocht niet te zwaar worden. Als het over de dood gaat, gaan mensen altijd moeilijk kijken en heel omzichtig lispelen, dat wilde ik niet. Ik wilde er juist eens normaal over doen.’

Een ‘soort stand-up comedy over de dood’ moest het worden, had ze afgelopen winter bedacht, een solo waarin ze al haar ervaringen van de laatste jaren met het publiek kon delen. ‘Toen werd mijn moeder opeens heel erg ziek. Kanker. En ik dacht: ach Jezus, dat wordt heftig. Ik heb al heel wat mensen verloren, maar dit is mijn moeder. Daarom heb ik Kim erbij gevraagd. Die is altijd vrolijk, altijd positief.’

Het ging zo snel als ze vreesde. Twee maanden geleden overleed haar moeder – toen moest de speelperiode nog beginnen. ‘Het voelt goed, het lukt gewoon wel. Alleen toen mijn zus kwam kijken bij een doorloop, moesten we stoppen. Die begon zo hard te huilen. Dan realiseer ik me weer dat het er echt over gaat.’

Haar moeder is heel mooi gestorven, dat scheelt in de verwerking, zegt ze. Ze was erbij, het was heel stil, ‘oorverdovend stil’, ze hebben het allebei bewust meegemaakt. Ze kán het nu, zegt ze: omgaan met het sterven van iemand. Heel anders dan toen haar oma overleed, toen Adams begin twintig was. ‘Ze overleed aan een longontsteking; met mijn moeder heb ik zitten waken. Toen heb ik alles fout gedaan wat je maar fout kunt doen. Dat doodsbed, die reutelende ademhaling – ik vond het allemaal zo eng, ik ging de Story maar zitten voorlezen, om dat geluid niet te hoeven horen. En ik zei af en toe: ‘Oma, niet doodgaan hoor!’ Toen dacht ik nog dat je met een soort vrolijkheid de situatie kan redden. Ha ha, wat een onzin. Ik durfde gewoon niet. Ik durfde niet in de essentie van het moment te gaan zitten, er gewoon te zijn.’

Haar oma, zegt ze nu, heeft haar de kans gegeven die fouten te maken, om het later beter te doen. Met iedere dode heeft ze wat bijgeleerd: kalm blijven, loslaten. ‘Vier jaar geleden overleed mijn beste vriendin. Ze lag helemaal platgespoten in bed, ze had net een baby, het was heel dramatisch allemaal. De gordijnen moesten steeds dicht in huis, en er stond van die stemmige kutmuziek op.’ Haar vriendin had borstkanker. ‘Daar wordt tegenwoordig zo gezellig over gedaan, met leuke glossy’s en roze lintjes. Nou, er is niets gezelligs aan.’

Een paar maanden later ging Marino dood, de vader van haar kinderen, ook aan kanker. Een flamencodanser die ze op de toneelacademie had leren kennen, waar hij dansles gaf. ‘Zo’n geweldige man. De eerste keer dat we elkaar aankeken, dacht ik meteen: o, maar ik ken jou toch?’ Een liefdesrelatie hadden ze niet. Adams woonde samen met actrice Joan Nederlof en toen ze kinderen wilden, vroegen ze Marino om de vader te worden. Adams kreeg zoon Carlos (11), Nederlof dochter Zoë (8). Nog vóór Zoë’s geboorte verbraken ze de relatie, maar ze voeden de kinderen nog steeds samen op.

‘Zoë zegt weleens: ik kom niet uit jouw buik. Maar ze is wel echt mijn dochter. Carlos zou niet bestaan zonder Joan, en Zoë zou niet op de wereld zijn zonder mij. Ze komt uit mijn hart, zo simpel is het. Officieel hebben we niks geregeld, Jo en ik delen de kinderen zoals het uitkomt. We lopen drie keer per dag bij elkaar in en uit. Af en toe was het: kiezen op elkaar en een stukje opschuiven. Gelukkig hebben we dat allebei in ons, dat vermogen een stap opzij te doen voor de goede zaak. Je moet elkaar de kinderen gunnen.

‘Ik kan de kinderen delen, ook al is hun vader dood. Maar moeilijk blijft het toch, natuurlijk, dat de kinderen de liefde van hun vader moeten missen. Sta ik met een dansschoen van Marino in mijn handen, denk ik: Jezus man, over een paar jaar past je zoon erin en je zult het niet zien.’

De oudste was 7 toen Marino overleed. Precies de leeftijd, zegt ze, dat een kind veel gaat begrijpen van de dood. ‘Eerst mijn vriendin, die vaak bij ons oppaste. Toen zijn vader. Dus hij begon ook mij aan te kijken; de zekerheid dat ik niet ook zou omvallen, had hij gewoon niet meer.’

Ook voor haarzelf was het een ‘rampentijd’. ‘Ik had het gevoel dat ik alleen nog maar in ziekenhuizen zat, bij chemotherapieën en in crematoria. Er viel heel veel weg, ook op andere gebieden. Financieel, werk – het was een zooi, mijn leven was los zand.’ Ze was toen al weg bij theatergezelschap Mugmetdegoudentand, waaraan ze jaren verbonden was, samen met Joan Nederlof en acteur Marcel Musters. ‘Het was op, het ging niet meer. Bij dat soort samenwerkingsverbanden werk je zo op het scherp van de snede: als het goed gaat, gaat het heel goed, maar als het minder wordt, gaat het echt helemaal niet meer. Joan was al weg, Marcel en ik deden het samen. En hoe diep de band ook is die we nu hebben, dat ging toen niet. Ruzie, gedoe.’

‘Een paar jaar lang heb ik het maar een beetje uitgehouden in mijn leven. Geen puf meer, de draad kwijt. Ik werd 40, ik was alleen, iedereen ging dood, ik had weinig werk en weinig geld. Toen heb ik gedacht: als er nu ook nog iets met mijn kinderen gebeurt, gooi ik het bijltje erbij neer. Dat is de deal. Het leven is ingewikkeld, ik ben ingewikkeld, ik kán het niet, ik ben er niet op toegerust. Maar ja, je gáát maar weer.’

Bij de dag leven, dat heeft ze toen geleerd. Er zat niks anders op. Mediteren, dat hielp, net als het idee dat emoties ‘ook maar energie’ zijn en dat ze je niet hoeven te beheersen. Ze veranderde haar naam van Hendrien in Alix omdat die ‘veel beter voelde’. Spiritualiteit, ja, ze is er helemaal ingedoken – om er tegelijkertijd flink de draak mee te steken in haar rol als de tobberige, zweverige, soms bloedirritante Eva in de VPRO-serie Hertenkamp. Ze lacht: ‘Vergeet niet: de tekst was van Joan. Die rol had ze op mij geschreven. Maar het was wel uitvergroot. Zo’n godvruchtige vrouw als Eva moet je natuurlijk heel naar spelen, dat is het leukst. Je hebt ze hoor, in dat spirituele circuit: van die mild glimlachende, zalvende vrouwen die de hele tijd met engelen en kaarsen in de weer zijn – en ondertussen zíjn het toch agressieve kutwijven.’

Vorig jaar haalde ze Eva even terug toen ze met acteur Finn Poncin, echtgenoot Wiebe in de serie, met een voorstelling op de Parade stond. Toen kwam ook weer de lol in het spelen. En die houdt aan, zodat ze nu Wie is er bang voor de dood? gaat uitbreiden tot een lange voorstelling waarmee ze de theaters in wil. ‘Ik ben heel enthousiast over de dood. En ik merk het ook aan het publiek: mensen willen het erover hébben. Als mensen goed sterven, vind ik dat zo geweldig. Ik vind het mooier dan een geboorte. Marino is heel elegant gestorven, ik kan niet anders zeggen, zijn laatste adem zag ik gaan als zonlicht dat op de zee danst. Mijn moeder ook: zo helder, zo rustig.

‘Ze zijn niet weg, niet helemaal. Het kán gewoon niet dat met de dood alles ophoudt. Ik geloof heel erg in de quantumtheorie: energie gaat niet verloren. Gisteren nog, op de Parade, was mijn moeder om me heen. ‘Ik ben hier hoor, Alix’, hoorde ik haar steeds zeggen. Tot ik zei: ‘Ja, mam, nu even niet, straks na de voorstelling drinken we een biertje voor de tent.’’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden