Over boerenland en besneeuwde vulkanen

In het Massif du Sancy moet je zelf de kachel aanmaken en slaat de wintermode weleens een seizoen over. Maar in het middeleeuwse dorp Besse is veel geschiedenis bewaard gebleven en in Superbesse vind je alles wat je nodig hebt om te skiën.

Eerlijk gezegd is er in Besse vandaag niet zo heel veel wat aan wintersport doet denken. De lucht van houtkachels hangt laag boven de natte klinkerstraatjes. In doodlopende steegjes liggen bergen grauwe sneeuw te smelten. Het is eind februari, maar de kerstverlichting hangt nog.


Het huis dat wacht is een soort grot. De muren zijn 80 centimeter dik, ramen zinken erin weg als schootsgaten. In de Noorse smeedijzeren kachel in de woonkamer zal in de loop van een week een wand hout verdwijnen. 'Zes jaar gedroogd in eigen opslag, anders gaat het maar roken.'


'Het huis is van de 15de eeuw', zegt de verhuurder, meneer LeCoq, terwijl hij uitlegt hoe de kachel open moet en hoe je hem 's morgens moet laten loeien. 'De meeste huizen hier zijn oud. Je zit vlak tegen de oude stadsmuren aan. Het is allemaal beschermd stadsgezicht.'


Het ochtendritueel moet hier al eeuwen hetzelfde zijn. Kachel aanmaken: papier of stro, dunne houtjes uit de bak, twee dikke stukken dwars erbovenop. Voor Hollandse klungels zijn er aanmaakblokjes uit de supermarkt. Als de boel brandt, de knarsende luiken openduwen, met de stille hoop dat er net een kurassier voorbij zal lopen. Al die luiken hebben de kleur van ossebloed, vertelt LeCoq. Daar werden ze vroeger mee ingesmeerd, om insekten te weren.


Zeg tegen een Fransman dat je gaat skiën in het Centraal Massief, en hij kijkt je glazig aan. Kan dat? Jazeker. Het zogeheten Massif du Sancy heeft niet de allure van de Alpen of de Haute-Savoie. Maar het heeft onmiskenbare voordelen. Het is er rustig, niet duur, de wachttijden zijn beperkt, de skimode slaat weleens een seizoen over - dat alles relatief natuurlijk, want het blijft wintersport.


En het is er mooi. Je skiet op boerenland. Hekjes steken met hun bovenkant net boven de meter sneeuw uit die er ligt. Vanuit de skilift zie en hoor je klaterende watervalletjes. En op de top van de berg kijk je uit over een vulkaanlandschap. Witbesneeuwde kegels, vaak met een bevroren kratermeer, omringd door bossen en weilanden. Vulkaanskiën, dat moet het worden.


Dit is oud land. Land van stevig eten en goed drinken. De Bougnats, zoals de inwoners van de Auvergne worden genoemd, hebben meer dan de helft van de Parijse horeca in handen - en zeker niet de minste etablissementen. Een kleine twee eeuwen geleden trokken ze naar de stad om kolen te sjouwen. Ze werkten zich op tot cafébaas of bistrohouder. Lipp, Flore en Costes zijn er voorbeelden van.


De keuken in hun eigen Auvergne is minder verfijnd. De porties zijn indrukwekkend, en wat het ook wordt, er moet spek in, en vaak ook orgaanvlees en aardappelen. Op de maandagse markt van Besse verkoopt een op de drie stalletjes louter worst: van eend, gans, paard, ezel, met olijven, vijgen, druiven, met Mirabelle-likeur of truffel. 'Alles op de boerderij gemaakt', zegt de baas van Salaisons Lou Cotsou. En, wijzend op de buik die hij met verve met zich torst: 'Bedoeld voor lekkerbekken zoals ik.' Andere stalletjes hebben honing met noten, of een assortiment van duizenden messen.


We dwalen door de smalle straten en stegen. De huizen zijn van grauwe vulkaansteen, vaak zijn zelfs de dakpannen vulkanisch. Kijk je omhoog, dan zie je nissen met gevelbeelden en sierlijsten. Op de pleintjes staan fonteinen.


'De wolf met open muil op de belfort, die danken we aan de honderdjarige oorlog', zegt Bertille, wijzend op de windvaan op de klokketoren. 'De Engelsen vielen Besse binnen, de mensen verscholen zich in de kerk en het kasteel, terwijl hun stad werd geplunderd. Maar het was een koude winter. Zo koud dat de wolven op de vlakten niets te eten vonden. Ze slopen de stad binnen en joegen op hun beurt de Engelsen weg. Als dank hebben de mensen een wolf op de belfort gezet.'


Bertille, de stadsgids van Besse, draagt voor de gelegenheid een fluwelen mantel en antiek kapje. Ze neemt ons mee naar een wonderlijke figuur achterin het koor van de 12de-eeuwse kerk. Het is de zwarte madonna van Besse. Een zwarte Maria met kroon op het hoofd en in witte feestkleding, met dito kindje - inderdaad, als de top van een vulkaan die door een mantel van sneeuw steekt. Waarom ze zwart is, niemand die het weet. Ze dateert uit de 16de eeuw, een tijd waarin zwarten amper bekend waren in Europa. Elk jaar op 2 juli wordt ze door sterke kerels in processie naar de kapel van Vassivière gebracht. Op 21 september keert ze terug naar haar vaste plek.


Op de wandeling komen we hier en daar een vriendin van Bertille tegen, die allerlei andere historische rollen voor haar rekening neemt: oud vrouwtje met stok, gravin, stadswacht. Haar glansrol is koningin Margot, die eigenlijk Marguerite de Valois heette en zich, op de vlucht voor haar wrede protestantse echtgenoot, een nacht in Besse schuilhield.


In het huis waar ze verbleef is nu het skimuseum. Het oudste skimuseum van Frankrijk, verzekert oprichter Pierre André Chauvet, die eigenhandig de rondleiding verzorgt. Een ondernemende abt, Jean-Baptiste Blot, bracht in 1902 de eerste ski's naar Besse. Niet lang daarna zag de plaatselijke meubelmaker Alphonse Desserre dat skifabricage profijtelijk kon zijn. Zijn handgemaakte krulski's staan in het museum. In 1908 werden de eerste wedstrijden gehouden.


Dat alles en veel meer vertelt Chauvet, omringd door dubbelklapski's, stokken die in elkaar schuiven, ski's met laarzen, sneeuwwachtschoenen, ski's die ooit toebehoorden aan iemand met een horrelvoet, bobsleeën met autostuur, paardensleeën en nog veel meer. 'Alles na 1914 interesseert me minder', zegt hij. 'Dan begint de massaproductie. Die ski's moeten ze maar in pizzeria's aan de muur hangen.'


Internet of tv, daar doet Chauvet niet aan. Als er ergens wat te koop is, komt hem dat via-via ter ore, of op de jaarvergadering van Europese skimusea. Zo ging het ook met zijn mooiste aanwinst, een bij Plantijn in Antwerpen gedrukt 16de-eeuws boek van de Noor Magnus, waarin het leven op ski's wordt beschreven. Voor het geld dat hem dat kostte had hij een nieuwe auto kunnen kopen.


Of Chauvet (50) zijn museum nog lang als eenmanszaak aanhoudt? Skifabrikant Rossignol heeft al eens belangstelling getoond, maar werd daarna zelf in de verkoop gezet. 'En als de burgemeester van Besse een mooie hal laat bouwen voor mijn collectie, dan heb ik de rest van m'n leven toch handboeien om. Ik blijf liever eigen baas.'


Een van de wonderlijke ervaringen van een skivakantie is vaak de heenreis. Je rijdt door een winterlandschap met kale bomen en grauwe huizen en dan opeens, omdat de weg enkele tientallen meters stijgt, ben je in een witte wereld. Met een beetje geluk heb je die ervaring in Besse elke dag. De skiberg ligt op hooguit acht kilometer rijden van het middeleeuwse stadje. In die acht kilometer voltrekt zich het wonder van de witwording, telkens weer. Besse - Besser - Best zouden wij misschien zeggen. De Fransen hebben er Superbesse van gemaakt.


Superbesse is de naam van het skidorp dat vijftig jaar geleden aan de voet van de Puy de la Perdrix is verrezen. Superbesse is niks bijzonders. Je vindt er alles wat een skidorp nodig heeft: skihuur, een grote skischool, een massa liftjes, appartementen, langlaufpistes, sleehelling, restaurants, terrassen, parkeerplaatsen, een echte wolkenkrabber en een door de gezamenlijke kaasfabrikanten gesponsord glijpark voor de kleintjes. De voornaamste charme is de Lac des Hermines, een meertje waarop vast weleens geschaatst werd, als hier meer Nederlanders zouden komen.


Eenmaal in Superbesse is het afwachten. Liften genoeg, die je snel naar het hoogste punt (bijna 1.900 meter) brengen. Van daaraf kun je - op dezelfde skipas - doorsteken naar Mont Dore aan de andere kant van de berg. Maar de ene dag is de andere niet. Storm met ijsregen - dichte mist - zonnig en warm - onophoudelijke sneeuwval - mist en opklaringen - zonnig en koud; dat was de cocktail die voor ons was klaargezet. Elke gast heeft recht op zijn eigen variant.


Op de laatste dag zit er zowaar iets van voorjaar in de lucht. Het is alsof de lage hellingen in één nacht een tintje groener zijn geworden. Vanuit de stoeltjeslift kun je met je ski's de toppen van de uitbottende bomen raken. Diep onder de sneeuw beginnen de gentianen en berganemonen te groeien.


Besse en Superbesse praktisch

Onderdak


Zowel Besse als Superbesse hebben allerlei accommodatie. Superbesse heeft als voordeel dat de pistes op loopafstand zijn en dat het uitzicht in de winter gegarandeerd wit is. Besse combineert het beste van twee werelden: een skigebied onder handbereik, met een verblijf in een Middeleeuws stadje met hotels, chambres d'hôte, restaurants en middenstand. Besse is ook in de zomer een mooie bestemming.


Let op: Allerlei dorpen in Frankrijk heten Besse. Het Besse dat hier wordt bedoeld heet officieel Besse-et-Saint-Anastaise.


Toeristenbureau Besse: 00.33.47.37.95.284, Place Pipet.


www.sancy.com/commune/besse


Eten en drinken


Zoals gezegd, de keuken is voedzaam en simpel. De truffade (Cantalkaas met gestoofde aardappelen) is een streekgerecht. Verder veel robuuste streeklekkernijen zoals kaas (Saint-Nectaire, Cantal, Salers, fourme d'Ambert) en worsten en vleeswaren.


Skiën


Superbesse heeft 43 kilometer pistes, verdeeld over alle categorieën. Het dalstation ligt op 1300 meter, de top van de Mont Perdrix is op 1850 meter. Met sneeuwkanonnen, sauna's en spa-inrichtingen bereidt Superbesse zich voor op een eventuele klimaatverandering. Er ligt ook voor ruim honderd kilometer aan langlaufpiste in de directe omgeving.


Mont-Dore, aan de andere kant van de berg, is een aardig stadje met veel architectuur uit de belle époque. Het heeft evenveel pistes als Superbesse, maar die zijn vooral groen en zwart.


Een derde gebied is Chastreix-Sancy. Een kleine, op families gerichte bestemming met veel eenvoudige afdalingen.


sancy.com/commune/superbesse


sancy.com/commune/mont-dore


sancy.com/commune/chastreix


Bereik


Een auto is hier eigenlijk onmisbaar. Besse ligt op vierenhalf uur rijden onder Parijs. Groot voordeel: ook in de schoolvakanties is de drukte in niets te vergelijken met die van de Rhônevallei. Tussen Besse en Superbesse rijden geregeld skibussen.


Langlaufen


Op vijf kilometer van Besse ligt het meer Pavin, een van de mooiste kratermeren van de regio. In de zomer kun je er omheen lopen, in de winter zijn er diverse langlauftochten die langs het meer voeren.


www.sancy.com/besse/lac-pavin


Grotten


Erg mooi zijn de grotten van Jonas. Op hooguit tien kilometer van Besse zijn bij Saint-Pierre Colamine door vroege bewoners van de streek hoog in de tufsteenrotswand grotwoningen uitgehakt. Ze vormen een soort burcht met huizen, een kerk, opslagruimten, een bakkerij. Tot ver in de Middeleeuwen zouden er mensen hebben gewoond.


www.auvergne-tourisme.info


Kasteel


Murol, een kilometer of vijftien boven Besse, heeft een imposant kasteel dat vergroeid lijkt met de berg waarop het zich spiraalsgewijs verheft. De muren zijn van verre te zien. In de zomer wordt de burcht uitgelicht en zijn er geregeld ensceneringen. De enige plaats van enige betekenis in de omgeving is Clermont-Ferrand. De stad van bandenfabrikant Michelin heeft een museum - L'aventure Michelin - waar de geschiedenis van de onderneming wordt getoond (32 rue du Clos Four, 0033 473986060.)


Meer informatie:


Frans Verkeersbureau in Nederland, A tout France:


www.franceguide.com


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden