Over aliassen in de literatuur gesproken

De ingezonden brieven van vrijdag 29 april.

Hendrik Groen.Beeld Studio V

Brief van de dag 'Portier, c'est mourir un peu'

Met veel genoegen heb ik het speurwerk gelezen waarmee Haro Kraak de identiteit vaststelt van Hendrik Groen (+). Dat de gevleugelde woorden 'Portier, c'est mourir un peu' een rol spelen als bewijsmateriaal is op zichzelf een hoogst aangenaam ingrediënt in dit kleine literaire detectiveverhaal.

Het melancholische zinnetje is echter niet gemunt door 'de socioloog Norbert Elias', zoals Kraak het optekende uit de mond van Carel Helder, maar door de journalist /columnist Mr. Eduard Elias (1900-1967). Elias werkte onder andere voor NRC, Haagse Post, en Elseviers Weekblad en werd vooral bekend met zijn lichtvoetige, stijlvolle columns.

'Aliassen in de literatuur' staat er boven het artikel van Kraak, welnu, daarin was Elias een kampioen. Zijn bekendste schuilnaam was Hendrik Hagenaar.

Daarnaast nog: Flaneur, Doesji, Tartarin, Bernard Buitenhof, Canteclaer, Peter Pienter, en Floris Flaneur. Het werk van Elias is vrijwel geheel in het vergetelhoek geraakt. Ten onrechte.

Godfried Bomans en Simon Carmiggelt hebben Elias geroemd als hun grote voorbeeld.

Elias overleed in de internationale trein die hem van Den Haag naar Parijs zou brengen, om door te reizen naar Tunis. Op station Delft kreeg hij een hartstilstand.

Een dag na de begrafenis publiceerde Carmiggelt een Kronkel over Elias met daarin: 'Het moede gelaat van een nachtportier voor een bar gaf hem, 'Portier, c'est mourir un peu' in...' Dat paste mooi bij de gelegenheid, want Elias varieerde daarmee op de spreekwoordelijk geworden openingsregel van het 'Rondel de l'adieu' (1891) van de Franse dichter Edmond Haraucourt: 'Partir, c'est mourir un peu', 'Vertrekken is een beetje sterven'.

Ed Schilders, Tilburg

Mijn loyaliteit

Peter Vermeij schrijft dat hij zich heeft verbaasd overde reacties van Turkse Nederlanders (O&D, 27 april) die vinden dat het goed is dat Ebru Umar is opgepakt. Het is terecht dat hij tegen dit achterlijke gedrag in het geweer komt. De Turkse loyaliteit moet bij ons, bij Nederland, liggen. Hij schrijft dat in de Bijbel staat dat niemand twee heren kan dienen. Hij zal er een liefhebben en de ander haten.

Maar Peter Vermeij, ik ben een atheïst en heb geen idee welke voorbeelden hiervan in de Koran voorkomen. Maar over loyaliteit kan ik hem wel een voorbeeld geven: hij vraagt mijn moeder lief te hebben en mijn vader te haten. Zo zie ik het: waar ik ben geboren en waar ik ben getogen en waar de normen en waarden mij zo lief zijn dat ik met trots mij Nederlander kan noemen.

Kiezen tussen de twee - heb de een lief, haat de ander. Wat triest, wat jammer dat ons samenleven zo zwart-wit aan het worden is en alle mooie kleuren die onze westerse wereld uniek maken langzaam maar zeker verdwijnen en de haat het overneemt van de liefde.

Y. Akyikdiz, Delft

Lange Turkse arm

Wat is dat toch met de lange arm van de Turkse en Marokkaanse overheid? En wat is het toch met de mensen die daar gevoelig voor zijn en zich meer Turk en Marokkaan voelen dan Nederlands, terwijl ze hier zijn opgegroeid?

Een aantal Nederlandse Turken en Marokkanen probeert zich hiervan los te maken en dat lijkt me niet gemakkelijk. Anderen vinden het vanzelfsprekend dat overheid en religie samenvallen, dat de Diyanet-moskeeën onder het Turkse ministerie van Godsdiens vallen en dat premier Davutoglu straks een nieuwe moskee komt openen, dat de Marokkaanse koning Mohamed VI een groot bedrag schenkt voor een nieuw te bouwen moskee.

In ons land kennen we een scheiding tussen staat en religie, dus waarom wordt de greep van de Turkse en Marokkaanse overheid op religie hier in Nederland toegestaan? Weten Nederlandse Turken en Marokkanen wel dat hier een scheiding van staat en religie bestaat? Of zijn we niet duidelijk genoeg? Het wordt tijd dat onze overheid zich nog duidelijker uitspreekt over de scheiding tussen staat en religie en een einde maakt aan situaties, zoals in het onderwijs, waar deze scheiding niet serieus wordt genomen.

Ank van Wageningen, Amersfoort

Leve Willem

Leuk, weer eens een interview met Bernard Holtrop (aka Willem) (+), één van de meest standvastige activisten uit de jaren zestig (V, 27 april). Jammer, dat niet is vermeld, dat Willen zijn carrière is begonnen bij de bladen Provo en God, Nederland en Oranje. De tekening van de koningin achter het raam komt uit deze bladen.

Ik heb er als 'mede-uitgever' nog 14 dagen voor in voorarrest gezeten in de gevangenis op de Weteringschans. Dat waren nog eens tijden in Nederland met betrekking tot de persvrijheid ... Ik ben er overigens nooit voor veroordeeld. Volgens mij alleen Willem en boekhandel Atheneum op het Spui.

Geweldige kerel, die Willem!

Loe van Nimwegen, Ban Taling Ngam, Thailand

Zo kan het in een filmzaal

In uw krant stond een item over bioscopen en etiquette (V, 28 april). Er zijn bioscopen in Nederland die echt regels voeren. In Hoorn hebben wij sinds jaren een bioscoop: Cinema Oostereiland, voorheen het Filmhuis. Het heeft drie zalen, er is een fantastische horeca (brasserie). Eten of drinken gaat niet mee de zaal in, mobieltjes worden op verzoek uitgedaan en niet tevoorschijn gehaald om even te kijken.

De ruimte tussen de rijen is groot (ik hoef nooit op te staan). Ik heb vaak gedacht: dit krijgen ze nooit voor elkaar, maar het is stil en netjes in de zaal, na het begin loopt er niemand meer binnen. Mag niet! Het is heerlijk.

Jose Albers, Hoorn

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden