Ouwehoeren over muziek

Welk muziekblad begint vanuit het crackle-geluid de geschiedenis van de platenspeler in de auto, wat niks werd, te schrijven?The Believer, uit Amerika. Eigenzinniger kan niet.

Onmisbaar in de muziekschrijverij zijn de vreemde geluiden, hoe je die opschrijft en hoe je die in je verhalen een raadselachtige maar cruciale positie geeft. In het jaarlijkse muzieknummer van het cultureel-literaire Amerikaanse tijdschrift The Believer, dat net is verschenen, komen tal van geluiden voorbij, maar het draait in essentie om twee:


1. 'Kekekeke'


2. '(Crackle.) (Crackle.)'


Om met de laatste, crackle, te beginnen, dit is het geluid van een naald die zijn weg zoekt in de groeven van een langspeelplaat. Het gaat niet zomaar over een naald, in een plaat, van een pick-up, maar in Who the Hell Puts a Turntable in a Car's Dashboard? wordt de opkomst en de val van een krankzinnige ontdekking geschetst: de pick-up in het dashboard van een automobiel.


Peter Goldmark, die al eerder de langspeelplaat en de kleurentelevisie bedacht, zat met een jengelende zoon in de auto, ergens in het midden van de jaren vijftig. De zoon vond de radio saai en wilde zijn eigen muziek. In het CBS-laboratorium ging Goldmark aan de slag. De Highway Hi-Fi-record player, die aan zijn geest ontsprong, was echter een kort leven beschoren: het soort platen dat er speciaal voor gemaakt werd, paste in de categorie niks-aan-de-hand-muziek en niemand wilde dat.


Bovendien vond CBS dat er een concurrent was ontwikkeld voor hun eigen radioshows, en het dus slecht was voor de adverteerders. 'Maar, zoals je een plaat opnieuw op kon zetten, zo kwam het idee ook weer terug', stelt schrijver Paul Collins. Autofabrikant Chrysler ging in zee met platenmaatschappij RCA, en zo zag de RCA Victor Auto Victrola in 1961 het licht, en was-ie op maat gemaakt voor singles van Frank Sinatra, Elvis Presley en Bill Haley. Collins weet verder nog te vertellen dat ook Nederland in deze titanenstrijd een duit in het zakje deed: Philips had de Auto Mignon AG 2101 bedacht, al werd het niks - net als uiteindelijk met de pick-up in de luxeauto.


The Believer uit San Francisco wordt sinds 2003 uitgegeven door McSweeney's, een hipperig tijdschrijft rond de Amerikaanse schrijver Dave Eggers die wereldberoemd werd met het boek A Heartbreaking Work Of Staggering Genius en Zeitoun. Doorgaans vermoeit de The Believer-redactie zichzelf niet met journalistieke uitgangspunten of actuele aanleidingen. De redactie van The Believer maakt een verhaal over iets, omdat het nou eenmaal zo is. In Nederland werd The Believer al eerder opgepikt door uitgeverij Lebowski die twee jaar geleden een compilatie eruit in het Nederlands heeft uitgegeven.


Elk jaar komt dit fabuleuze blad, met geweldige tekeningen van Charles Burns!, met een muzieknummer, met bijpassende cd. Wat je van deze themanummers kunt zeggen: dat er altijd verhalen in staan waarvan je zeker weet dat ze (bijna) nog nergens zijn te lezen, en dat ze soms ontaarden in ellenlang maar toch interessant geouwehoer.


Voorbeelden. In het 2009-nummer wordt pagina's lang een dikke griet gevolgd, en zo werd het verhaal aangekondigd: 'In Europa is Beth Ditto een muziek- en mode-icoon, zo beroemd dat ze niet alleen de metro in kan. In eigen land is ze gewoon weer zo'n feministische punker uit Arkansas'.


In het 2006 nummer staat behalve een heel tof verhaal over het lied My Way door de jaren heen, ook een politieke geschiedenis van het Eurosongfestival, aan de hand van een Bulgaarse deelneemster.


Kekeke - dat is het andere geluid in de 2011-aflevering, waarin overigens ook een tweegesprek is terug te vinden tussen de fameuze muziekproducent Brian Eno en schrijver David Mitchell.


Kekeke is een Koreaans woord voor gegrinnik, en gegrinnikt wordt er volop in het verhaal Korean Idol. Het gaat over Kpop, en dat is Koreaanse popmuziek gemaakt door van de lopende band gerolde zwaar gestylde boysbands en meisjesgroepen. Grinnikende fans zijn per definitie stalkers, en dragen de geuzennaam sasaeng (zeg maar: privéfans) - die heel erg neerkijken op gongsunee, ofte wel de officiële fans.


Zeer belangrijk onderdeel van jongensgroepjes zoals bijvoorbeeld Shinee is een verschijnsel dat soyuyok heet. Dit betekent het onmetelijke verlangen van een fan om door zo'n geparfumeerd gassie geschaakt te worden. Toen bleek dat Shinee-zanger Jong Hyun verkering had met de actrice Shin Se-kyung brak de Koreaanse pleuris uit. Hij werd uit de band verbannen, zij moest haar website sluiten vanwege de aanhoudende doodsverwensingen.


Ook de handen op elkaar, in deze fonkelnieuwe editie van The Believer, voor een organogram, waarin de hechte muzikale samenwerking tussen het fastfoodwezen en popmuziek wordt geschetst.


Veel zangers en bands, zoals Johnny Cash en de Backstreet Boys, zongen commercials voor fastfoodketens als Taco Bell, McDonalds of Pizza Hut. Bovendien zijn er in vele liedjes van deze artiesten verwijzingen opgenomen naar fastfoodrestaurants.


Het laatste woord is in dit verband aan the Ramones, aanhangers van de snelle hap en het snelle werk: 'I met her at the Burger King. We fell in love by the soda machine.'


dat is het motto van de redactie van The Believer, dat elke maand verschijnt. Het blad gaat er prat op onbekende schrijvers in ongebruikelijk lange stukken het 'voordeel van de twijfel' te gunnen. Moederbedrijf is het even onorthodoxe McSweeney's, opgezet door de Amerikaanse schrijver Dave Eggers.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden