Out

Ik moet u iets bekennen en dat wil ik graag vandaag doen. Ik loop namelijk al heel lang rond met een geheim, iets waardoor ik mezelf niet kan zijn....

Hanna Bervoets

Maar goed. Daar gaan we. Of wacht even, ik haal nog één keer diep adem:

Ik ben Ik ben Ik ben een heel klein beetje gierig.

U schrikt nu, ik weet het. U had waarschijnlijk gehoopt dat ik iets anders zou zeggen. Iets over een fetisj voor La vache qui rit of kleine linkertenen. Zo’n fetisj is nog best schattig namelijk, maar gierig zijn, dat kun je niet maken. Ja, move over, courgetteseks; gierigheid is pas echt een taboe.

En dat terwijl ik er niets aan kan doen. Want volgens mij is gierig zijn een aangeboren, erfelijke afwijking. Zoiets als flaporen. En net zoals je flaporen kunt verbergen door een muts op te zetten, maskeer ik mijn ware aard al jaren door soms spontaan (‘Kijk eens jongens!’) een rondje te halen. Wanneer ik mijn vrienden dan hun drankjes aanreik, kijk ik volkomen neutraal. Maar zou ik Donald Duck geweest zijn, verscheen er een wolkje boven mijn hoofd, een wit wolkje met de tekst: ‘GRMBL.’

Dus als het collectemeisje voor de Albert Heijn me vraagt of ik misschien iets over heb voor het Aidsweeshuis in Oeganda, rommel ik wat in m’n tas, mompel ik: ‘Heb al een abonnement’, en ren ik vervolgens zonder om te kijken naar m’n fiets. Staat daar dan een zwerver, geef ik hem meestal wél iets. 20 cent. Maar dat is omdat ik bang ben. Bang dat de zwerver anders op m’n bagagedrager gaat zitten en er nooit meer van af gaat.

Ik heb mijn eigen gierige geaardheid overigens heel lang niet onder ogen willen zien. Keek ik A Christmas Carol – of nou ja: de Muppetversie – identificeerde ik me niet met Scrooge maar met zijn arme, doch inventieve assistent Kermit. Ik vond mezelf namelijk niet gierig, maar práktisch.

Zo smokkel ik tijdens het uitgaan soms een Spaflesje wodka mee, dat ik verstop achter de spoelbak van een van de dameswc’s. Theezakjes recycle ik net zolang tot m’n kopje Herfstmelange alleen nog maar uit warm water met wat opgelost aspartaam bestaat. En bestelt m’n date een extra bakje patat, stel ik voor dat hij dan straks de fooi betaalt.

Ja, in dat soort dingen ben ik net zo praktisch als mijn moeder, die me laatst vertelde dat ze vier volle spaarkaarten Eftelingzegels voor me had verzameld: ‘Dus als je met vier vrienden naar de Efteling gaat en je laat ze hun tickets met jouw spaarkaarten betalen, kun je hun ieder 8 euro terugvragen, en dan is jouw ticket gratis!’

Op een ongeconcentreerd moment – ik had waarschijnlijk net een rondje gegeven – vertelde ik beste vriend Diederik over mijn moeders plan. En daarmee viel ik definitief door de mand. Hij zei: ‘Ik begrijp het niet. Je bent zo lief, maar tegelijkertijd zo zo gierig.’

‘Gierig?’

‘Gierig.’

‘Joh, ik ben juist prak’

‘Ssshhhttt!’

‘Jamaa’

‘Geef nou toe!’

‘Nou, misschien.’

En daarmee kwam ik uit de kast.

Nu ik tegenover mijn vrienden mijn coming-out heb gehad, vertel ik mijn geheim dus ook maar aan u. Voor het geval dat we elkaar ooit tegenkomen. Want dan begrijpt u tenminste waarom mijn oog zo raar trilt wanneer ik u een wijntje aanbiedt, ja, dan snapt u: ach, dat meisje is op dit moment zichzelf niet, ze is een vrek in het verkeerde lichaam, een lichaam dat drankjes aanbiedt. Verder kan ik alleen maar zeggen dat het me spijt. Ik hoop dat u het begrijpt. En dat u het spelletje zult blijven meespelen door alle drankjes die ik voor u koop met volle overtuiging aan te nemen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden