'Outsourcen? Ik moet er niet aan denken'

Bepaald niet alle productie verhuist naar het buitenland, constateert het ministerie van Economische Zaken. Hoeft ook niet, zegt Wim van der Leegte....

'Natuurlijk ga ik mijn productie niet naar het buitenland verplaatsen. Mijn werknemers zijn erg gemotiveerd. Met het sluiten van een fabriek zou ik hen straffen voor hun inzet. Dat moet je natuurlijk niet doen.'

Wim van der Leegte, directeur en eigenaar van de VDL Groep, heeft het niet zo op outsourcen. Van de pakweg zestig bedrijven die onder de VDL Groep vallen, zijn alle productiebedrijven in Nederland en Vlaams België gevestigd. De maakindustrie kan niet overleven in Nederland? Van der Leegte gaat het juist voor de wind. Zijn bedrijf neemt steeds meer mensen aan - 4800 zijn er nu in dienst - en draait jaarlijks een klein miljard euro omzet. Met bijvoorbeeld bussen van het merk VDL Bova en VDL Berkhof, maar ook met dakkoffers, zonnebanken, verpakkingsmachines en veersystemen voor auto's. De Queen Mary 2, het grootste cruiseschip ter wereld, heeft een koelsysteem van de VDL Groep.

'Iedereen loopt elkaar maar na te praten. Maar de maakindustrie hoeft helemaal niet uit Nederland te verdwijnen. Dat zou zelfs een grote ramp zijn. Want een kwart van alle banen is aan de maakindustrie gerelateerd; je kan wel een kenniseconomie willen zijn, maar zonder industrie stroomt de kennis weg. En aan wie moet de dienstensector leveren als de maaksector verdwijnt?'

Outsourcen is volgens Van der Leegte niet nodig. 'Wij zijn constant druk met automatiseren en robotiseren. Verder passen we de 'één-op-vijf-regel' toe, dat wil zeggen dat er voor iedere werknemer op kantoor, vijf in de productie moeten werken. Zo houden we de kosten laag. Bovendien wordt er in dit bedrijf niet tijdens kantooruren vergaderd.'

Van der Leegte kijkt even naar zijn persvoorlichter. 'Wij brengen nu eigenlijk helemaal niks op. Interviews geven is gewoon een kostenpost.'

Maar niet alleen bedrijfseconomische overwegingen houden VDL in Nederland. Van der Leegte is ook uitgesproken chauvinistisch. In het bedrijfslogo is zelfs de Nederlandse vlag verwerkt. 'Die gekte met de Olympische Spelen of het Europees Kampioenschap voetbal, dat zouden we ook met Nederlandse producten moeten hebben. ''Gemaakt in Holland''. Dat mag er van mij best op staan.'

'VDL is een erg Nederlands bedrijf. Het is ook wel zo gemakkelijk dat we allemaal dezelfde taal spreken.' Van der Leegte - de deur van zijn kantoor demonstratief open - zegt dan ook dat communicatie met zijn medewerkers 'de kracht' is van zijn bedrijf.

Niettemin heeft Van der Leegte genoeg op 'Nederland maakland' aan te merken. 'Er zijn hier te weinig industrieterreinen. En er is te veel regulering. Als je een fabriek wilt bouwen, moet je zeker anderhalf jaar wachten voordat je alle vergunningen geregeld hebt. Dat zou binnen een maand moeten kunnen. Regelgeving creëert een grote ambtenarij en dit werkt alleen maar kostenverhogend. Er wordt veel te veel gepraat en te weinig gedaan. Democratie is prima, maar er moet wel besluitvorming plaatsvinden. Wat dat betreft ben ik blij dat mijn bedrijf geen Tweede Kamer heeft.'

Ook de arbeidsmarkt moet flexibeler, vindt Van der Leegte. 'Als een bedrijf in de problemen zit, zou het werknemers tijdelijk in de WW moeten kunnen onderbrengen. In België kan dat al heel lang. Ik ben ook een groot voorstander van de veertigurige werkweek - tegen hetzelfde loon. Binnen het bedrijf is daar volgens mij wel draagvlak voor, mits de rest van Nederland meedoet. Want dat zou de Nederlandse concurrentiepositie aanmerkelijk verbeteren. En dat levert weer werk op.

De overheid mag zich van Van der Leegte wel wat meer om de maakindustrie bekommeren. 'De sector heeft een vies en vuil imago. Jongeren willen er niet werken. Het gevolg is dat ik hier honderd Duitse Polen in dienst heb. Dat is natuurlijk jammer, want wij hebben in Nederland een half miljoen werklozen. De overheid zou daar met een grote campagne iets aan moeten doen. In het lesprogramma van leerlingen van de lagere school zouden standaard een of twee excursies naar industriebedrijven opgenomen moeten worden.

'Ik ben best benauwd voor China en India - niet vanwege mijn eigen bedrijf, maar om Europa. Die landen hebben zo'n enorm arbeidspotentieel. Als die echt gaan exporteren, zul je je eigen markt met invoerrechten moeten gaan beschermen. Ik zit gelukkig in producten die nogal high tech, groot en zwaar zijn. Voor de Chinezen is het een hele toer om die hier te krijgen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden