Outsiders, tragiek en een heerser

Het wielerseizoen is ten einde. De Volkskrant koos negen renners die om welke reden dan ook van zich deden spreken.

Het wielerjaar 2011 was het jaar van die ene grote heerser, van outsiders die hun kans schoon zagen en van de dood die zich een tijdlang afzijdig had gehouden, om vervolgens onbarmhartig terug te slaan.

Wie de opdracht heeft de beelden van het afgelopen seizoen achter elkaar te plakken, kan niet om Wouter Weylandt heen. De Belg was in de Giro d'Italia bezig aan de afdaling van de Passa del Bocco, toen hij een muurtje schampte en ten val kwam. Hij stond nooit meer op.

Zijn overlijden zwengelde een nieuwe discussie over de veiligheid in het wielrennen aan, zoals de dood van Andrej Kivilev in 2003 tot de invoering van de helmplicht leidde. Maar de conclusie na een versoberde Giro luidde dat de sport al genoeg doet om zijn renners te beschermen en dat risico's onvermijdelijk zijn bij een rijdend circus dat zich in zulke aantallen verplaatst.

Nadat Johnny Hoogerland door een auto het prikkeldraad in werd gereden, moest de Tour wel beloven verder te snoeien in de karavaan der volgers. Maar dat gebeurt al jaren, zei de organisatie erbij. De ploegen zagen er hun gelijk in door te blijven hameren op het toestaan van de oortjes. Met als gevolg dat de communicatieapparatuur gehandhaafd blijft in de grote koersen.

Het waren gelukkig de renners die de meeste opwinding teweegbrachten. De Nederlanders lieten zich over het algemeen van hun beste kant zien. Mollema, Kruijswijk en Poels voegden zich bij de weinig gelukkige Gesink, nog altijd de succesvolste klassementsrenner van allemaal. Ze mogen volgend jaar in de Tour aantonen dat Nederland als klimmersland terecht rijkelijk is vertegenwoordigd.

De eendagsrenners in de vlakke klassiekers ontwikkelen zich daarentegen minder snel dan verwacht. Langeveld, overtuigend begonnen met de Omloop Het Nieuwsblad, Boom, Terpstra en Maaskant konden om allerlei redenen hun stempel niet drukken op de grote voorjaarskoersen. Daarin blonken vooral hun zuiderburen uit.

Philippe Gilbert deed de tijden van Merckx herleven door voor geen enkele eendagskoers ontzag te tonen. Hij overwon bijna net zo vaak als hij kwam en zag.

De Belg was de man van het voorjaar. In de Amstel Gold Race, Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik boekte hij triomfen die verbluffend eenvoudig oogden. Het maakte hem de enige klassiekerrenner die aan de verwachtingen voldeed.

Cancellara, Boonen, Hushovd, Flecha en Devolder: allemaal konden ze hun beloften in het grote werk niet inlossen. Opvallend genoeg bleken de zwaarste klassiekers juist het terrein voor de mindere goden om hun schroom te overwinnen.

Nick Nuyens en Johan Vansummeren zagen hun kans schoon in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Van Oliver Zaugg had tot zijn overwinning in de Ronde van Lombardije niemand gehoord. Greg van Avermaet kreeg met Parijs-Tours eindelijk de wedstrijd op zijn erelijst waarnaar hij verlangde. En Matthew Goss kondigde het begin van zijn toekomst luidkeels aan door in Milaan-Sanremo alle grote namen af te bluffen.

Het wielerjaar kende daarmee veel meer verrassende winnaars dan op voorhand logisch was geweest. Met name Cancellara en Contador leken aangewezen om zichzelf als winnaars van de klassiekers en de Tour de France op te volgen. In plaats daarvan belandden ze in het kamp van de verliezers.

Beiden werden weer mens door hun nederlagen. Contador verscheen aan de start van de Tour, terwijl hij daarmee misschien helemaal geen rekening had gehouden. De Spanjaard leek door een dopingzaak buitenspel komen te staan in de ronde, maar in plaats daarvan werd een uitspraak opgeschort.

Om het zekere voor het onzekere te nemen, legde hij al zijn gram in de Giro. Contador won met overmacht, maar betaalde een hoge prijs voor zijn deelname aan de zwaarste ronde in jaren. Hij sukkelde met zijn knie in de Tour en werd tot overmaat van ramp na oponthoud achter een valpartij vanaf dag-1 gedwongen aan te vallen.

Het leek een rol waarmee hij zich geen raad wist. Zijn derde Tourzege behaalde hij vorig jaar door vooral te kunnen counteren. Nu ploeterde hij op halve kracht voort en had zijn demarrage naar Alpe d'Huez de waarde van een schijnaanval.

Cadel Evans zag het goedkeurend aan. De Tour bleek de Australische veteraan op het lijf geschreven. De helft van zijn rivalen (Wiggins, Van denbroeck, Klöden, Vinokoerov) verdween per brancard uit de ronde. Fränk Schleck offerde zichzelf op voor broer Andy, die nog niet had begrepen dat het tijdrijden tot de standaarduitrusting van een Tourwinnaar behoort.

De Luxemburger speelde een hoofdrol in een ronde die zich van zijn beste kant liet zien. Veertien ritwinnaars uit tien landen leverden een editie op waarin de gele trui pas op de voorlaatste dag in bezit van Evans kwam. In dat opzicht sprankelde de Tour net zo lang en hevig als het wielerjaar 2011.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden