Out of controlfreak

Hyperstylist Wes Anderson, wiens nieuwe film vandaag het filmfestival van Berlijn opent, is een pietlut. Maar het mooiste in zijn films komt juist door toeval, blijkt uit een prachtig boek over de Amerikaanse regisseur.

Wie de films van regisseur Wes Anderson bekijkt of bladert door het onlangs verschenen boek The Wes Anderson Collection, moet haast wel denken dat hij een - kom, hoe zeg je dat vriendelijk? - eersteklas neuroot is.

Anderson maakt vooral strak gestileerde tragikomedies, films die hij eruit laat zien als boeken of toneelstukken. Complete, artificiële werelden zijn het, met tot in detail verzonnen plaatsen, beroemde figuren of boeken. Hij laat zijn wereldvreemde personages wonen in huizen die eruitzien als poppenhuizen; hun leven is een aaneenschakeling van referenties, variërend van het werk van Satyajit Ray (The Darjeeling Limited) tot een knipoog naar Charlie Brown (de oorkleppenpet van de hoofdpersoon in Rushmore).

Wes Anderson is het type dat het zo belangrijk vindt dat de belangrijke filmlocaties in Moonrise Kingdom (2012) terugkomen op geborduurde schilderijtjes, dat hij die speciaal laat maken op de Filipijnen. Vervolgens hangt hij ze ergens achter op een muur waar ze de achteloze kijker niet opvallen.

The Grand Budapest Hotel, de openingsfilm van de 64ste Berlinale, belooft weer vintage Anderson te worden: het gaat over de vader-zoonachtige relatie tussen een conciërge en een lobbyjongen in een oud hotel. Een ensemblecast (met vaste krachten Bill Murray en Owen Wilson) vormt van de jongen een soort surrogaatfamilie in kostuums en decors vol uitgesproken kleuren, een feest van details.

Het is die stijlvastheid, dat pietluttige, dat de kijkers ook tegen hem in het harnas kan jagen, schrijft journalist Matt Zoller Seitz - zelf uitgesproken fan - in het prachtige boek The Wes Anderson Collection, dat deze winter uitkwam. Een typisch koffietafelboek lijkt het aanvankelijk, vol uitbundig gekleurde illustraties van Max Dalton, setfoto's en beeldmateriaal. Een ode aan de controlfreak.

Maar het is een boek zoals Andersons films, met meer diepgang dan je op basis van alleen de vorm zou verwachten: Seitz schreef bij elk van zijn films een duidend essay en interviewde Anderson daarna per film uitgebreid. Gesprekken die het ene moment over camera's kunnen gaan en het volgende over de invloed van Rear Window of Andersons liefde voor boomhutten. Seitz, werkzaam voor Vulture.com en New York Magazine is niet alleen cinefiel, maar waarschijnlijk ook de grootste Anderson-deskundige: hij volgt de filmmaker al sinds zijn allereerste korte film Bottle Rocket (1992) op hem als beginnend criticus diepe indruk maakte.

Een van zijn theorieën is dat Anderson al die werelden maakt om het echte leven onder controle te krijgen. Niet toevallig iets waar al Andersons personages ook mee bezig zijn (ze werken vaak aan toneelstukken, verhalen of documentaires), totdat ze leren dat het echte leven zich niet zo makkelijk naar de hand laat zetten.

Niet dat Anderson die lezing bevestigt overigens. Elke keer als Seitz een theorie loslaat op zijn werk - over het gevoel van verlies dat ondanks de vrolijke vormgeving en de grapjes altijd over een film hangt bijvoorbeeld - krijgt hij als antwoord een afwezig 'hmm'. Of, in een gunstig geval: 'right'.

En zo bewerkstelligt Seitz dat je het interessantste van The Wes Anderson Collection tussen de regels door leest: dat de werelden van Anderson juist rijker worden door toeval en loslaten, en dat Anderson dat ook weet.

Zo blijkt een van zijn bekendste handelsmerken - een lange, ongemonteerde opname waarbij de camera van situatie naar situatie beweegt - bijvoorbeeld een gevolg van domme pech: in Rushmore had hij een prachtige scène uitgedacht op een sportveld, maar de avond ervoor had het zo geregend dat het veld een modderpoel was. Anderson besloot zijn camera daarom maar op de tribunes te richten en die erlangs te laten rijden. Het shot werkte zo goed dat hij het daarna nog talloze andere keren heeft gebruikt.

Anderson verzint geen verhalen, vertelt hij, maar personages en een wereld. Die dicteren vervolgens wat er gebeurt. Ook over betekenis en thema's denkt hij niet na, 'omdat al het andere, omdat alles voelt alsof het gecreëerd is voor de film, heb ik liever dat het er natuurlijk uit voortvloeit'.

Dus zo leidde het idee van een 'doormidden gesneden boot' en een Jacques Cousteautype tot The Life Acquatic with Steve Zissou, waarin Bill Murray, onderkoeld als altijd, een wereldberoemde natuurfilmer speelt die wraak wil nemen op de jaguarhaai (sic) die zijn mentor heeft opgegeten. Waar uiteindelijk een tragisch verhaal over rouwverwerking onder ligt.

Het oncontroleerbare geeft zijn films een hart. En net als zijn personages blijkt ook Anderson te hebben geleerd zich niet te verzetten tegen alles wat het vooraf bedachte plan dwarsboomt.

Zo moest er een hut komen op de set van The Darjeeling Limited. Gewoon, zoeen als er al vele stonden in het Indiase dorpje: met muren van klei en een rieten dak, maar dan geschikt voor het maken van filmopnamen.

En inderdaad, precies zo'n hut kwam er, maar dan wel blauw en roze geverfd en gedecoreerd met bloemen - geen enkel ander huis in het dorp zag er zo uit. 'We hebben het beter gemaakt', zeiden de bouwers trots.

Wie het huisje in de film ziet, denkt waarschijnlijk dat Anderson juist opdracht had gegeven voor die kleuren. Omdat hij de werkelijkheid nu eenmaal graag een beetje extra kleur en details geeft. Maar hij had het zelf helemaal niet zo bedoeld: 'Om te beginnen was het te laat om nog iets te veranderen. En bovendien, ach, dat is nu eenmaal wat ze daar doen, weet je? En die bloemen waren prachtig.'

1996Bottle Rocket

1998Rushmore

2001 The Royal Tenenbaums

2004The Life Acquatic with Steve Zissou

2007The Darjeeling Limited

2009The Fantastic Mr. Fox

2012Moonrise Kingdom

2014 The Grand Budapest Hotel

Foto EPA

Festival Berlijn

'George Clooney komt.' Meteen aan het begin van de persconferentie voor de 64ste Berlinale vorige week kwam festivaldirecteur Dieter Kosslick met het goede nieuws. 'Ontzettend belangrijk voor ons land', liet hij er met opgetrokken wenkbrauwen op volgen.

Toch moet hij opgelucht zijn geweest dit antwoord te kunnen geven op die prangende eerste vraag. Hij weet ook wel dat sterren voor een internationaal toonaangevend filmfestival als de Berlinale, na Cannes en Venetië het belangrijkste in Europa, even belangrijk zijn als artistieke kwaliteit.

Zijn openingsfilm van vandaag belooft in elk geval allebei: Wes Andersons The Grand Budapest Hotel is eigen- en uitzinnig als altijd, en heeft een sterrencast met onder anderen Ralph Fiennes, Tilda Swinton en Bill Murray. De film dingt mee voor de belangrijkste prijs in Berlijn, de Gouden Beer. De jury staat onder leiding van de Amerikaanse producent James Schamus, die onder meer met acteur Christopher Waltz en regisseur Michel Gondry gaat bepalen wie de beren mee naar huis mag nemen.

Anderson heeft - op papier in elk geval - pittige concurrentie van bijvoorbeeld de Franse veteraan Alain Resnais en Claudia Llosa, die met The Milk of Sorrow eerder al een Gouden Beer won. De Amerikaanse regisseur Richard Linklater is in competitie met Boyhood, een bijzonder filmproject dat hij over een periode van twaalf jaar opnam en dat tijdens het Sundance Festival hoge ogen gooide. Overigens leert de ervaring dat in Berlijn juist nieuwkomers verrassend uit de hoek kunnen komen.

Opvallend aan de competitie is dat drie films uit China meedingen, volgens Gosslick gemaakt door jonge makers die via genre-achtige films de blik eens werpen buiten Bejing of Shanghai. De bekendste onder hen is regisseur Lou Ye.

Een andere rode draad dit jaar is dat veel films terugkijken op de geschiedenis van Duitsland in de (voor)oorlogse jaren. 'Niet met opzet, maar er werd een flink aantal goede films over het onderwerp aangeboden.' Oscarwinnaar Volkert Schlöndorff (Die Blechtrommel) laat met Diplomatie zien hoe een Zweedse consul voorkwam dat grote delen van Parijs aan het einde van de oorlog werden opgeblazen. Wes Andersons film speelt zich af in het interbellum; en George Clooney is er vanwege het door hem geregisseerde Monuments Men (buiten competitie), over een speciale eenheid die in de nadagen van de oorlog naar Duitsland trok om door nazi's geroofde kunst te redden.

En voor wie het nog niet warm genoeg krijgt van Clooney, heeft Kosslick nog hardcore seks in de aanbieding: regisseur Lars von Trier vertoont in het hoofdprogramma het eerste, ongecensureerde deel van Nymphomaniac - ook buiten competitie.

Matt Zoller Seitz, The Wes Anderson Collection (uitgeverij Abrams, New York), 29,99 euro

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden