Oudste Mayakalender rekent af met ondergangsmythe van 2012

Voor wie nog twijfelde: de Maya's geloofden écht niet dat de wereld op 21 december 2012 vergaat. In Guatemala hebben archeologen oude kalenderberekeningen gevonden die reiken tot 7.000 jaar in de toekomst.

AMSTERDAM - De schilderingen, op de binnenmuren van een oud gebouw in de ruïnestad Xultún, zijn 'volstrekt uniek', zegt Mayakenner Martin Berger van het Museum Volkenkunde in Leiden. 'Het is de eerste keer dat we dit soort muurschilderingen terugvinden.'


Archeoloog William Saturno, die de opgraving leidde, denkt dat duistere voorspellingen over 2012 nu definitief de prullenmand in kunnen. 'De oude Maya's meenden dat de wereld er over 7.000 jaar precies hetzelfde zal uitzien als nu. Wij zoeken naar eindes, de Maya's zochten juist naar de garantie dat er niets zou veranderen. Een totaal andere denkwereld.'


Het gebouwtje in Xultún moet in de 9de eeuw zijn gebruikt door Maya-astronomen: op de muren staan onder meer twee uitgebreide kalenders, met berekeningen van de standen van de hemellichamen. De Maya's moeten de muur als een soort schoolbord hebben gebruikt. 'Je ziet hier zo'n astronoom haast aan het werk', zegt Berger. 'Heel bijzonder.'


Oneindig

De Maya's hadden een zeer ingewikkelde kalender, gebaseerd op de omlopen van diverse hemellichamen. Zo kenden de Maya's een periode van 20 dagen, een van 360 dagen, een Venuskalender van 584 dagen, een Marsperiode van 780 dagen - en nog veel meer. Die 'tellers' springen soms tegelijk op nul, en dat levert weer nieuwe tellingen op, zoals een cyclus van 18.980 dagen en een 'Bak'tun', van 144 duizend dagen.


Maar hoewel op 21 december van dit jaar zo'n Bak'tun afloopt, loopt de tijd op de muur van de astronomen nog zeker 7.000 jaar door. 'Deze berekeningen reiken veel verder dan de grens die de moderne populaire cultuur op hun kalender heeft geplakt', zegt Saturno. 'De kalender is natuurlijk oneindig.'


Het idee dat er in 2012 iets rampzaligs zou gebeuren, werd in de jaren zeventig gelanceerd door José Argüelles, een schrijver van spirituele lectuur. Zijn belangrijkste 'bewijs' is een steentablet uit de Maya-ruïne Tortuguero, met daarop een zinspeling op de verschijning van een god aan het eind van de dertiende Bak'tun.


Behalve kalenderberekeningen staan er ook afbeeldingen van mensen op de muren, waaronder een van een koning. Dat de schilderingen in Xultún bewaard zijn gebleven, is toeval: het astronomengebouw was al door de Maya's opgedoekt en volgestort met puin. Daardoor bleven de schilderingen beschermd tegen de elementen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden