ReportageNAGORNO-KARABACH

Ouderwetse loopgravenoorlog in Nagorno-Karabach, aan de rand van Europa

In de laatste loopgraaf zijn roestige blikjes opgehangen. ‘Zo hoor je het als de vijand er aankomt’, zeggen de jonge soldaten.Beeld Giulio Piscitelli

De Azerbeidzjanen hebben de beste wapens maar de Armeniërs zeggen dat hun wil sterker is. De oude oorlog  om Nagorno-Karabach is weer opgelaaid, en sleept behalve Armenië en Azerbeidzjan ook militaire grootmachten aan de rand van Europa mee. In de loopgraven maakt dat weinig uit. Daar loert de heldendood.

In Stepanakert, de hoofdstad van Nagorno Karabach, zijn niet alle schuilkelders gelijk. Onderaan in de hierarchie van schuilkelders, ergens in de diepte van de stad, bevindt zich de parkeergarage. Families bivakkeren daar op veldbedden, slechts van elkaar gescheiden door lappen zwart plastic.

Achter zo’n plastic gordijn, in een hoekje van de garage dat ze met een ander gezin delen, zit de familie Avetissyan. Ze zijn hier sinds de oorlog vier weken geleden oplaaide. Hun huurhuis is van hout, er is geen voltreffer nodig om het te laten instorten. Als het overdag rustig is, komen ze bovengronds voor boodschappen. Ze kunnen het niet riskeren om thuis te slapen.

Marine Avetissyan klemt het enige boek vast dat ze heeft meegenomen naar beneden: de bijbel. Haar volwassen dochter, die accountant is, leest psalmen voor. Voor andere lectuur is nu geen concentratie. Haar vier zoons zitten aan het front. ‘Ze zeggen steeds dat het goed gaat, dat het rustig is.’ Bij de nieuwste oorlog zouden in Nagorno-Karabach al een kleine duizend doden zijn gevallen onder wie 900 soldaten. Azerbeidzjan meldt 63 burgerdoden.

Genocidetrauma

De bergregio Nagorno-Karabach valt officieel onder Azerbeidzjan, maar de meeste inwoners zijn Armeens. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie voeren Armenië en Azerbeidzjan strijd om het gebied. Azerbeidzjan wil haar grondgebied terug. Armenië, een land met een genocidetrauma, vreest volkerenmoord als het zover komt en wil de regio zelf behouden. Eind september, vermoedelijk na een aanval door Azerbeidzjan, ontpopte het slapende conflict zich tot de bloedigste oorlog die de zuidelijke Kaukasus in een kwarteeuw heeft gezien.

De oorlog zet wereldmachten tegenover elkaar aan de rand van Europa. Het islamitische Azerbeidzjan wordt door Navo-lid Turkije van moderne wapens voorzien. Rusland steunt het christelijke Armenië. Nadat Russische bemiddelingspogingen faalden, sloegen Russische militairen deze week hun tenten op aan de grens met Armenië, met uitzicht op de enige toegangsweg naar Nagorno-Karabach die nog begaanbaar is.

De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Mike Pompeo waagde vrijdag een nieuwe bemiddelingspoging, maar in het ruige berglandschap, bij invallende winter, lijkt weinig kans op een snelle vrede. De Azerbeidzjaanse president Ilham Alijev noemt onderhandelen ‘zinloos’. De Armeense premier Nikol Pasjinjan roept op ‘de wapens op te pakken en te vechten’.

Voor burgers in Nagorno Karabach die niet zijn gevlucht, betekent het dat ze voor het eerst sinds de jaren ’90 weer weken in schuilkelders doorbrengen. In de drie dagen dat de Volkskrant  de regio bezocht waren er geen beschietingen op de hoofdstad Stepanakert. Toch durft bijna niemand bovengronds te slapen uit angst voor raketten uit Azerbeidzjan, die de afgelopen weken meerdere woningen hebben verwoest. Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch is daarbij verboden clustermunitie gebruikt.

Surrealistisch

Stepanakert, in het hart van het belegerde gebied, is een stad met surrealistische trekjes. In het centrum staan niet alleen de Sovjetflats die je in deze regio zou verwachten, maar ook een sprookjeskathedraal die gloednieuw blijkt: vorig jaar opgeleverd dankzij donaties van Armeense emigranten in Europa en de Verenigde Staten. In een sjiek hotel, dat normaal onderdak biedt aan diasporafamilies op vakantie, gebruiken hoge militairen de lunch met karaffen witte wijn.

Alsof dat niet wonderlijk genoeg is, is er het presidentiële paleis, een barok complex dat vanwege de oorlog met zandzakken is versterkt. Nagorno-Karabach, nog geen 150 duizend inwoners, beschikt over een eigen regering, met een president, een parlement en regelmatige verkiezingen. Twee dagen voordat de oorlog begon, hield de president een toespraak bij een sporthal in aanbouw over het nut van bewegen. Wie de bergregio wil betreden heeft een visum nodig, al is de grenscontrole gestaakt nadat Azerbeidzjan twee bruggen heeft opgeblazen op de enige weg die Nagorno-Karabach nog met Armenië verbindt.

Geen enkel land ter wereld erkent de regering van Nagorno-Karabach. Zelfs Armenië niet, want dan kan het geen dienstplichtige militairen meer naar het front sturen – wat nu met busladingen tegelijk gebeurt. Op het hoogste niveau in Stepanakert wordt nagedacht of het niet beter is om het idee van onafhankelijkheid te laten varen. ‘Misschien is voor ons de tijd gekomen om terug te gaan naar Armenië’, zegt David Babayan, buitenlandadviseur van de president.

Schuilkelder

De 47-jarige Babayan is een man die het qua schuilkelder goed voor elkaar heeft. Behalve adviseur van de president is hij ook politicus en hoogleraar geschiedenis. Hij was nog een tiener toen Azerbeidzjan en Armenië voor het eerst slaags raakten. Hij vreesde dat de geschiedenis zich zou gaan herhalen. Daarom kocht hij het kantoor van de politieke partij waarvan hij voorzitter is. ‘Een grote investering, maar het is een goede zet geweest.’

Nu heeft Babayan een privé-schuilkelder. Hij hoeft niet te slapen in de parkeergarage en ook niet in de schuilkelder van het plaatselijke bisdom, waar ouderen op houten banken bivakkeren met slechts een dekentje voor het comfort. Babayan slaapt in zijn eigen kantoor, dat niet toevallig raamloos is. Zijn familie maakt gebruik van een tweede kelderruimte, keurig gesausd, met een inpandige keuken en een tafel om kaartspelletjes te spelen.

Deze schuilkelder is zo prettig dat de 23-jarige neef Ashod hier zijn verlof doorbrengt na ruim twee weken aan het front. Hij laat foto’s zien op zijn telefoon: jongemannen aan een frontlijn in een ondoordringbaar bos. ‘De vijand heeft modernere wapens, maar onze wil is sterker.’

Loopgraven

De oorlog in Nagorno-Karabach speelt zich deels af in loopgraven. Journalisten waren deze week niet welkom aan het zuidelijke front, waar Azerbeidzjan veroveringen meldde en het Armeense leger repte van een ‘terugtocht om uiteindelijk te winnen’. Maar je kunt door een stelsel van loopgraven rijden, breed genoeg voor een auto, afgewisseld met stukjes open terrein waar de Azerbeidzjaanse artillerie vrij spel heeft, naar een observatiepost aan de grens met Azerbeidzjan.

In de laatste loopgraaf langs de grens, alleen te voet begaanbaar, hangen roestige blikjes. ‘Dan hoor je de vijand naderen’, stellen jonge Armeense militairen, soms nog tieners. Net als je je op de set waant van een speelfilm over de Eerste Wereldoorlog, roept iemand ‘drones!’ en rent iedereen onder een afdakje. Het Armeense wapenarsenaal van Russische makelaardij is zwaar verouderd. Het rijkere en door Turkije gesteunde Azerbeidzjan beschikt over de modernste technologie.

Arthur zijn huis is verwoest door de Azeri. Hij woont nu in de kelder van het gebouw dat naast zijn verwoeste huis staat.Beeld Giulio Piscitelli

Elke paar minuten dreunen mortiergranaten uit Azerbeidzjan neer. Terug geschoten wordt er weinig. ‘Het zal een goede dag zijn als we in Bakoe arriveren’, zegt de 20-jarige sergeant Arvan Hovhannesyan met jongensachtige bravoure. Bakoe is de hoofdstad van Azerbeidzjan.

Agdam

Hoe ingewikkeld dit conflict is, wordt duidelijk bij het uitrijden van het loopgravenstelsel, dat eindigt niet ver van de stad Agdam. Ooit was Agdam een Azerbeidzjaanse stad. In 1993 zijn de Azerbeidzjanen door Armeense troepen verjaagd. Sindsdien ligt de stad in puin. Omdat het gebied sindsdien een onbewoonde militaire zone is, lijken de ruïnes in de tijd bevroren. Er zijn resten van een badkamer, verroeste auto’s, een prachtig gekleurd Sovjetmozaïek voor een verwilderde moskee.

In Agdam wordt invoelbaar waarom de Azerbeidzjanen Nagorno Karabach willen innemen. Tot een kleine 30 jaar geleden woonden hier honderdduizenden Azerbeidzjanen, die terug willen naar huis.

Maar de Armeniërs zien niet hoe zij, christenen, onder Azerbeidzjaans bewind zouden moeten leven, waar de meeste inwoners moslim zijn. Ze wijzen op gruweldaden die hen door de Turken en de Azerbeidzjanen in het verleden zijn aangedaan. ‘Het is overwinnen of sterven’, luidt het credo in de loopgraaf aan de grens. Op de begraafplaats van Stepanakert zijn in een kleine vier weken tijd twee rijen graven gevuld. In het stadsziekenhuis wordt een nieuwe gewonde afgevoerd, een militair met een hoofdwond. 

Covid

De corona-epidemie die de rest van de wereld bezighoudt, is hier noodgedwongen bijzaak. Ziekenhuisdirecteur Mher Musayleyan verklaart vanachter zijn mondkapje dat hij Covid heeft. ‘Normaal zou ik natuurlijk in quarantaine gaan. Maar het is oorlog en ik ben ziekenhuisdirecteur, dus dat gaat niet. De meesten van mijn staf hebben ook Covid.’ Een hoge legercommandant hoest in een groene sjaal. In de parkeergarage hoest bijna iedereen.

In de schuilkelder van presidentieel adviseur David Babayan gaat het op een late avond over doodgaan. Natuurlijk ga je liever niet dood, vindt Babayan. Maar als je tijd gekomen is, dan moet je ‘als een echte man’ sterven, een overwinningsdood, vol trots en waardigheid’. Je niet overgeven. Altijd een handgranaat meenemen. ‘Die detoneren als de Azerbeidzjanen je krijgsgevangen willen nemen.’

‘Natuurlijk hebben we altijd een handgranaat mee’, mompelt neef Ashod, de jonge militair. Ondertussen scrollt hij verveeld op zijn telefoon. Vrienden van hem zijn gesneuveld. Voordat hij zelf terug de strijd in moet, mag hij nog een of twee dagen bijkomen bij zijn oom, die als enig lichtpuntje in deze oorlog een eigen schuilkelder heeft.

Tijdlijn Nagorno-Karabach

1921

De bolsjewieken veroveren Azerbeidzjan en Armenië. Onder Stalin delen ze Nagorno-Karabach in bij Sovjetrepubliek Azerbeidzjan, tot onvrede van etnische Armeniërs. Zij vormen de meerderheid in de bergregio die door vele handen is gegaan.

1988

Armeniërs in Nagorno-Karabach eisen aansluiting bij Armenië. Azerbeidzjan is tegen, de centrale regering in Moskou ook. Als de Sovjet-Unie uiteenvalt, breekt er oorlog uit: 20 duizend doden, een miljoen vluchtelingen, vooral Azerbeidzjanen.

1994

Armenië en Azerbeidzjan spreken een wapenstilstand af. Armeniërs controleren Nagorno-Karabach en hebben nog 7 regio’s ingenomen: 14 procent van Azerbeidzjan blijft bezet. Turkije sluit de grens met Armenië uit solidariteit met Azerbeidzjan.

2016

Onderhandelingen over een vredesakkoord voor Nagorno-Karabach blijven maar mislukken, ondanks bemiddeling van Rusland, de VS en Frankrijk. De zwaarste gevechten sinds de wapenstilstand breken uit. Zeker 200 mensen komen om.

2018

Een revolutie in Armenië brengt hoop. Ontmoetingen tussen de nieuwe premier Pasjinjan en de Azerbeidzjaanse president Alijev leiden tot deëscalatie. De hoop verdwijnt als blijkt dat beiden maar een doel hebben: Nagorno-Karabach controleren.

2020

Op 27 september, na maanden van oplopende spanningen, breekt er een nieuwe oorlog uit. Beide landen gaan over tot mobilisatie en sturen zware artillerie naar het front.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden