Ouders op je schouders

Op alle fronten moeten dertigers de ballen in de lucht houden. Gezinsleven, vrienden en werk, maar ook hun ouders eisen de spaarzame tijd op....

Ik ben toch niet verantwoordelijk voor mijn moeders levensgeluk?', vraagt Esther Rozema (33) retorisch. Ze heeft er grijze haren van gekregen, zegt ze, terwijl ze een rimpel in haar voorhoofd trekt. Haar moeder was altijd al een bron van zorg en ergernis, maar sinds ze een gezin stichtte en een goede baan kreeg, is het alleen maar verergerd. Haar moeder claimt haar en haar gezin aan alle kanten, wil eigenlijk een onderdeel van Es thers leven zijn. Maar Esther kan hier helemaal niet tegen en vlucht ervoor weg.

Sindsdien zoekt ze bij problemen steun bij vrienden en haar broer en zus. 'Ik weet niet in hoeverre dit ongezond is, maar wat ik wel weet is dat het ongezond is wat mijn moeder van mij verwacht. Ik vind dat zij haar heil bij haar vrienden moet zoeken, maar die heeft ze nauwelijks.'

Rozema is exemplarisch voor veel dertigers. Een drukke baan, twee kinderen en daarnaast een sociaal leven willen onderhouden. Nog nooit was een generatie zo druk als de huidige dertigers. Nog nooit was de arbeidsparticipatie van vrouwen zo hoog als tegenwoordig. Onderzoek van kpmg Ebbinge wees het al uit: juist in deze periode zie je dat de focus zich vernauwt. Het gebrek aan tijd maakt dat zo tussen het 25ste en veertigste levensjaar het gezin - als daarvan sprake is - vrijwel het belangrijkste is. Veel tijd steken in vrienden en sociale activiteiten is er bijna niet meer bij. Wanneer de ouders vervolgens die spaarzame tijd gaan claimen, ontstaan problemen. Het geworstel met de ouders is dan een feit.

'Opvallend aan hogeropgeleide dertigers is inderdaad die conflictueuze relatie met hun ouders', vertelt Karin van Steensel, onderzoeker bij smo (Stichting Maatschappij en On der neming). Van Steensel heeft uitgebreid gesproken met dertigers en twintigers over wat er speelt in hun leven. Bij het onderzoek waren zo'n twintigduizend respondenten betrokken. 'De dertigers noemen, zodra het over persoonlijk leven gaat, hun ouders als heel groot struikelblok. Ook als je ze vraagt: wie bel je als je problemen hebt?, zijn dat vaak vrienden. Ouders zijn zelden een vangnet.'

Reteburgerlijk

Maar zijn problemen met ouders niet van alle tijden? Van Steensel denkt van niet. Uit het onderzoek bleek dat twintigers veel positiever staan ten opzichte van hun ouders. De 'je-moet-het-er-maar-mee-doen-houding' van de dertiger is daar vervangen door 'het is best mooi, zo'n familieband'. Je zou kunnen denken dat dit te maken heeft met de onvolwassenheid van de twintiger, zo van: wacht maar tot je tien jaar ouder bent. Maar Van Steensel heeft ook gegevens van de dertigers toen zij nog 'onbezorgde' twintigers waren. En, verrassing, ook toen gaven zij het struikelblok 'ouders' al aan.

Volgens Van Steensel heeft dat onder meer te maken met de ontzuiling van de dertigers. Zij zijn degenen die zich moesten losmaken van hun ouders. 'Dat speelt bij twintigers echt niet meer.' Dertigers denken ook vaak in fases, weet van Steensel: bij hun ouders, zonder ouders en zonder partner, met partner en de fase als ouder. Twintigers hebben dat helemaal niet, ze definiëren de relatie veel minder problematisch. Zij hebben het thuiswonen ook niet als beknellend ervaren. 'Ze hadden de vrije keuze, er waren minder conflicten en er was minder druk om te voldoen aan een bepaald beeld of verwachting. Dat kwam doordat hun ouders in een minder strak keurslijf zaten.'

De dertigers zijn een sleutelgeneratie, vertelt Van Steensel. 'Eigenlijk zijn we een soort broddellapjes. Het waren de eerste kinderen die heel anders en anti-autoritair werden opgevoed. Voor het eerst werd ervan uit gegaan dat een kind ook een stem heeft. De vraag ”hoe ga je met kinderen om?” stond toen centraal. Een kind mocht zijn eigen mening ventileren. In hoeveel gezinnen was het niet zo dat het op zondagmiddag tijd was voor het gezinsgesprek? Het was zo krampachtig allemaal. Want ondertussen droegen die ouders nog wel de erfenis van de jaren vijftig met zich mee. Een groot deel van de babyboo mers was nog reteburgerlijk. Dat dubbele hebben de dertigers heel erg meegekregen.'

Bovendien werd er wel het een en ander van de kinderen verwacht, meent Van Steen sel. 'Vooral de vrouwen moesten de dingen doen die hun moeders niet konden doen. Velen bleven thuis voor de kinderen, gingen niet studeren en al helemaal niet werken. De kloof tussen ouder en kind is enorm. De babyboomers en hun kinderen spiegelen zich ook heel erg aan elkaar, ontlenen eigenwaarde aan elkaar. Terwijl de twintiger veel meer is opgevoed met het idee: jij bent oké zoals je bent, de enige fout die je kunt maken is ontrouw zijn aan jezelf. Het missionaire aan die opvoeding was ervan af.'

Wat dit alles voor gevolgen heeft voor de babyboomouders, kan Karin van Steensel niet vanuit onderzoek beredeneren. Ze denkt dat die ouders heel wat teleurstellingen te verwerken hebben. 'Niet alleen doordat progressieve ouders ineens hun kind achter optieregelingen zien aanrennen, maar vooral doordat ze hadden gehoopt dat hun kinderen dezelfde keuzen zouden maken als zij. Juist omdat de ouders altijd veel met hun kinderen hebben willen praten.'

Maar de ouders en hun volwassen kinderen zitten in totaal verschillende werelden. 'Terwijl veel babyboommoeders alle tijd van de wereld hadden en hebben, zien ze hun dochters en zonen keihard werken. Dat leidt onmiskenbaar tot fricties. De ouders denken vaak, op het moment dat hun kinderen een geregeld leven gaan leiden: ha, nu heb ik je. De levens lijken dan op elkaar, en eindelijk is daar het moment om weer een rol te spelen. Als oma, als interieurexpert, als levenswijze vader.'

Het getrek aan de tijd van de kinderen begint. 'Dertigers kunnen niet voldoen aan de vraag van hun ouders. Voor vrienden maken ze tijd, maar de ouders blijven een verplicht nummer. Dat moet heel tragisch zijn. Zij hebben zonder morren de incontinentieluiers van hun ouders verwisseld. Het is voor hen heel zuur dat ze die zorg kennelijk niet van hun eigen kinderen kunnen verwachten.'

Leef je nog?

Doordat het familiecontact in veel gevallen niet is wat het zou moeten zijn, hebben veel dertigers als ideaalbeeld 'een kleine vriendenclub die de familie vervangt', vertelt Van Steensel. 'Dingen voor elkaar regelen, praten over moeilijke onderwerpen als leven en dood, opvang van de kinderen. Precies de dingen die ze eigenlijk van hun ouders verwachtten, maar wat is mislukt. Ze rekenen dan ook echt op vrienden. Twintigers zijn wat dat betreft veel gezonder, ouders zijn ouders, vrienden zijn vrienden. Ze zijn ook niet bang om op hun ouders terug te vallen. Zien dat niet als persoonlijk falen.'

'Vind je het gek dat die kinderen hun heil zoeken bij hun vrienden?', vraagt Ed Nissink. Hij is auteur van boeken over communicatie en gedrag en van Je ouders op je schouders. Nis sink heeft jarenlang een praktijk gehad waar hij onder andere gezinstherapie gaf. Meestal waren het de volwassen kinderen die kwamen met de vraag: ik trek het niet meer met mijn ouders, wat nu? 'Natuurlijk gaan ze naar hun vrienden. Volgens mij heeft dat alles te maken met het geheimzinnige gedoe van die ouders. Zelf hingen ze hun vuile was niet buiten, terwijl ze vervolgens wel openheid van hun kinderen verwachtten. Bo vendien zijn veel kinderen bang voor de veroordeling dat ze het niet goed doen. Voor al doordat hun ouders hen, ook al zijn ze volwassen, toch nog als kind blijven zien.'

Nissink is zelf een keer gescheiden geweest en heeft die problematiek uitgebreid met zijn vrienden besproken. Toen hij de knoop had doorgehakt, vertelde hij het aan zijn ouders. Die waren stomverbaasd en vroegen zich af waarom hij niet verteld had dat er zoiets speelde. 'Dit soort aanvaringen kunnen tot verwijderingen leiden. Want ouders willen vooral nodig zijn. Ze dringen zich op, ze manipuleren, zo van: leef je nog? Kom je nog eens langs? Is dit mijn dank voor al die jaren zorg? Maar door de generatie die nu tussen de dertig en 45 is wordt vaak geroepen: wij hebben niet om het leven gevraagd! Dus ja, als je me vraagt wat ouders van hun kinderen mogen verwachten dan is dat: niks. Je kunt hopen dat je kind het contact met je maakt dat je wilt, maar dan moet je als ouder daarvoor de juiste omstandigheden creëren.'

Het was nooit leuk

Er is een groot verschil tussen wat de mensen die nu tussen de dertig en 45 jaar zijn van hun ouders verwachten, en wat hun ouders vroeger van hen verwachtten. 'Moeders en vaders worden niet meer in huis gehaald. Ster ker nog, we gaan zo ver mogelijk van ze vandaan wonen, dan hebben we er zo weinig mogelijk last van. Voor veel ouders die nu tussen de zestig en tachtig zijn, is het een schok om te zien hoe hun kinderen zich gedragen. Het is ook een maatschappelijk probleem. Zeker als ze alleen komen te staan doordat ze ouder worden. De kinderen zijn heel druk met hun eigen leven en hun vrienden. Terwijl de ouder niet van zulke vrienden heeft. De generatie dertigers heeft het wat dat betreft wel gemakkelijker. Zij hebben hun eigen nestje gemaakt en denken: zoek het lekker zelf uit.'

Het leed dat zich voltrekt tussen volwassen kinderen en hun ouders is groot, weet Nis sink. 'Van de volwassenen heeft 80 procent nog wel een appeltje te schillen met zijn ouders.' Een oplossing voor het probleem is stoppen met het afschuiven van de verantwoordelijkheid, denkt hij. 'Je moet er met elkaar over spreken. Een van de partijen moet de slimste zijn en het zou natuurlijk het mooiste zijn wanneer dat de ouder is. Je moet je afvragen wat je wilt, en wat je ervoor over hebt. En als het allemaal niet werkt, het contact verbreken.'

Zelf had Nissink een problematische verhouding met zijn moeder. Ze zeurde en klaagde altijd. 'Het was gewoon nooit leuk, dus kwam ik nauwelijks bij haar. Vervolgens besprak ik uitgebreid met mijn zussen hoe irritant ze was. Tot ik besefte dat ik zelf ook zeurde en klaagde, maar dan tegen mijn zussen. Uiteindelijk ben ik naar haar toe gegaan en heb uitgelegd waarom ik nooit kwam. Zij heeft dat opgepikt en doet er iets mee. Sindsdien heb ik eigenlijk een heel goed contact met haar.'

Niet aanstellen

'De babyboomers hebben hele andere ideeën over wat waar is in het leven.' Aan het woord is Ronald van Aggelen. Hij schreef het boek Dertigers in crisis. 'Wanneer een dertiger met een probleem naar zijn ouders gaat, krijgt hij een klap op zijn schouder, een schop onder zijn reet. Niet zeuren, niet aanstellen.'

Volgens Van Aggelen menen veel ouders dat zij hebben gevochten voor vrijheid, meer rechten en meer openheid. 'Met die normen en waarden zijn de dertigers opgevoed, ter wijl ze denken: ik hoef dat allemaal niet zo. Ze hebben andere ideeën en behoeften.' Van Aggelen noemt het een klassiek probleem, zoals iedere generatie de volgende generatie niet zal begrijpen.

Babyboomers hadden nog wel een historische verplichting naar hun eigen ouders, maar begonnen zelf ook al afstand te nemen van hun vader en moeder. 'Ze hebben sterke relaties onderling, ze hebben juist wel veel vrienden. Maar daarbij willen ze ook hun kinderen nog eens als vriend zien, als gelijkwaardig. Terwijl dertigers roepen: je ouders als vriend: ja dag!'

'Dertigers worstelen met hun ouders en met nog heel veel meer', benadrukt Van Ag ge len. 'Daarom raken ze in een vervroegde midlifecrisis. Het is een optelsom van allerlei dingen. Je moet overal voor kiezen. Stel je bent een vrouw: wil je kinderen, laat je je man voorgaan in zijn carrière, ga je zorgen voor je ouders? Zo'n vrouw vraagt zich af: wat gebeurt me eigenlijk? De claim die veel babyboommoeders op hun dochter hebben gelegd van: jij moet waarmaken waar ik voor heb gevochten, geeft zoveel druk op die dochters, dat zij alleen nog maar kunnen denken: ik kan dat niet. Dat zijn ethische dilemma's die nog niet eerder zo speelden.' Bovendien kunnen ze het er, naast hun drukke banen en eventuele gezinnen, niet bij hebben, voegt Van Aggelen eraan toe.

Geforceerd

De sociologe Iteke Weeda kwam vijftien jaar geleden met de theorie dat vriendschapsnetwerken de familiale verbanden zouden gaan vervangen. Juist omdat volgens haar het gezin en de familie onderdrukkende en benauwende samenlevingsvormen zijn. Henk Wol dring (60), hoogleraar politieke filosofie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, is het daar niet mee eens. Hij schreef het boek Vriend schap door de eeuwen heen.

'Ook vrienden kunnen heel claimend zijn. Waar om zouden alleen gezinnen dat zijn? Het zou juist een combinatie moeten worden, van familie en vrienden', zegt Woldring. 'Maar je kinderen zijn niet je vrienden. Ik heb ook wel een intiemer contact met mijn kinderen geforceerd. Ik dacht, wat nou pappa, zeg maar gewoon Henk. Maar mijn kinderen vonden dat heel moeilijk. Zij konden die knop niet omzetten.'

Tot hij een keer een biertje zat te drinken met een vriend van zijn zoon wiens ouders waren gescheiden. Hij kon het niet vinden met de nieuwe partner van zijn moeder. Die wilde dat hij hem als vader zou beschouwen. 'Maar', zei hij toen, 'ik heb al een vader.'

Op dat moment zag Woldring in dat je jezelf als ouder wel op hetzelfde niveau als je kind kunt plaatsen, maar dat het gewoon niet werkt. 'Je bent niet van hetzelfde niveau, dus: afstand. Ik heb het hele Henk-gedoe meteen weer afgeschaft.'

Dan vertelt hij hoe moeilijk het is om geen claim op je kinderen te leggen. 'Je moet echt op je woorden letten en niet zeuren.' Wol dring heeft drie volwassen kinderen, twee zonen en een dochter. Zijn vrouw studeerde en bleef destijds thuis voor de kinderen. Zij heeft het er moeilijker mee dan hij, vertelt hij, dat hun kinderen zo hun eigen weg gaan en weinig thuis komen. 'Je hebt toch zo veel in ze geïnvesteerd, zo veel van ze gehouden. En dan nu dit.'

Volgens Woldring hebben zijn kinderen, en met hen die hele generatie, de mentaliteit: ik zoek het zelf wel uit. Leraren werden met je en jij aangesproken, het politielogo is een waakvlam geworden en de dokters hebben geen witte jas meer aan. Daarvoor moeten we nu de rekening betalen. 'Het past heel erg in deze tijd om te roepen: ”Ik zoek het zelf wel uit”, en ”bemoei je er niet mee”. Maar ik had dat niet tegen mijn vader durven roepen.'

Slachtoffergedrag

Op een terrasje vertelt Pieter Eggink (34) over de breuk met zijn moeder. Hij heeft haar al tweeënhalf jaar niet gezien. Pieter is er inmiddels tamelijk relaxed onder. Zoals hij daar zit: een knappe kop, sneakers, spijkerbroek en een geribt jasje. Vijf jaar geleden zijn zijn ouders gescheiden, met alle gevolgen van dien.

'Mijn moeder kroop vreselijk in de slachtofferrol. Jarenlang ben ik er vervolgens voor haar geweest. Maar zij hield de vroegere moeder-zoonrelatie nog steeds in stand. Ik wilde dat helemaal niet meer, ik was volwassen. Ze claimde me gigantisch. Die logeerpartijtjes en etentjes, gek werd ik ervan. Tot ik op het punt kwam dat ik dacht: het is niet meer mijn taak om deze relatie in stand te houden, om voor mijn gescheiden moeder te zorgen.'

Uiteindelijk kwam de breuk door iets heel simpels. Ze zouden samen naar een concert gaan en hij weigerde haar op te halen. Zij pikte dat niet en probeerde hem te manipuleren het toch te doen. Hij hield voet bij stuk. Dat forceerde de breuk. 'Ik was op, leeg, murw. I did my duty. Het was aan haar om er iets mee te doen.' Toen hij terug ging redeneren, zag hij in dat zij op allerlei manieren grip op hem en zijn broer wilde houden.

'Ik beoordeel mensen op hun daden, niet op hun wortels. Je kunt wel iedere keer denken: het komt uit een goed hart, maar als je dan toch aan het zoveelste dramatische paasontbijt zit, ben ik daar liever niet bij. Toen ik eenmaal met haar gebroken had, kwam er zoveel energie vrij. Ik heb haar nog wel verteld wat ik anders zou willen. Laat mij vrij, maak wat van je eigen leven, wees trots op wat je kinderen bereiken. Maar je kunt dat alleen maar zijn als je trots bent op jezelf.'

Ze probeerde een wig te drijven tussen hem en zijn broer, maar dat is niet gelukt. Juist het contact met zijn broer is erg hecht geworden. Toch wil Pieter dat ze spijt betuigt van de dingen die ze gezegd heeft. Vrienden en vriendinnen die kritisch waren op hoe ze handelde, heeft ze afgestoten. Ze zoekt alleen maar bevestiging en heeft zich op haar werk gestort.

Schuldig voelt hij zich niet, ook de zorgplicht voor zijn moeder voelt hij niet. 'Het is haar lot, zij moet iets aan zichzelf doen. Dat kan ik niet voor haar doen.' Hij heeft ook geen zin in verplichte bezoekjes. Daar doe je elkaar dan ook geen plezier mee. 'Als ze nou ziek zou worden, ga ik heus wel naar haar toe. Maar psychisch ziek, nee. Je kunt hulp bieden, maar het werkt toch niet als zij zichzelf niet wil helpen.'

Ondertussen zijn de contacten met zijn vrienden dieper geworden. 'Ik heb daar echt behoefte aan. Eerder belde ik nooit iemand, als ik mijn ei kwijt moest. Ik denk dat vrienden een soort vervanging zijn van het warme nestgevoel. Dat begint al in de studententijd, waar een gezamenlijke kamer ook de huiskamer heet.' Hij heeft geen compensatie gezocht in het hebben van veel vriendinnen. Ster ker nog, het inzicht in zijn moeder maakt het vinden van de 'ware' alleen maar ingewikkelder, lacht hij. 'Ik ben allergisch geworden voor slachtoffergedrag bij vrouwen. Dan zakt mijn testosterongehalte meetbaar tot een dieptepunt.'

Met zijn vader heeft hij, zoals hij zegt, een volwassen relatie. Ook met hem had hij problemen, maar hij wilde er, in tegenstelling tot zijn moeder, wel over praten. Dat resulteerde in een intens contact. 'Natuurlijk zijn je ouders geen vrienden, maar de relatie moet gelijkwaardig worden. Ik vind dat er nog wel een gebiedje braak ligt. Namelijk tussen diepe gesprekken over hoe je je voelt en wat je nu denkt, en het holle gesprek over de huizenprijzen tijdens een verplicht diner. Het is aan een ieder persoonlijk om dat gebiedje te vinden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden