Ouders kiezen niet op Citoscores

Voor ouders is de gemiddelde score van een basisschool op de Citotoets geen doorslaggevende factor als ze een school zoeken voor hun 4-jarig kind. Dit blijkt uit ervaringen in de twee steden waar de Cito-resultaten van scholen al langer openbaar zijn: Amsterdam en Arnhem. Ook onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) toont aan dat ouders vooral letten op de sfeer in een school en of die in de buurt staat.

AMSTERDAM - Wel blijkt dat openbare schoolprestaties de concurrentie tussen scholen bevordert. En dat kan nadelige gevolgen hebben voor zwakke leerlingen.


Deze week kondigde staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker aan een lijst van gemiddelde Citoscores van basisscholen openbaar te maken. Dat deed hij onder druk van RTL-journalisten, die de gegevens via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) hadden aangevraagd.


In Arnhem voltrok zich dertien jaar geleden al een exacte voorafspiegeling van wat zich deze week landelijk afspeelde. Een journalist van De Gelderlander wilde een ranglijst van basisscholen in Arnhem maken aan de hand van gemiddelde Citoscores en deed daartoe een beroep op de Wob. Het leidde tot de jaarlijkse publicatie van de resultaten van basisscholen, samengesteld door het door de gemeente gesubsidieerde bureau PAS, Stichting Primair Onderwijs Arnhem. Op de PAS-lijsten staan niet alleen Cito-scores.


'Als we de gegevens toch openbaar moesten maken, wilden we het ook zorgvuldig doen', zegt Peter Burgers, vanaf het begin betrokken bij de lijsten. Dus bieden ze naast de toetsresultaten ook informatie over de sociale achtergrond van de leerlingen en scores van andere toetsen. In Amsterdam bestaat sinds een paar jaar een soortgelijk systeem, de kwaliteitswijzer, opgezet onder auspiciën van voormalig wethouder van Onderwijs Lodewijk Asscher, nu minister van Sociale Zaken.


Voor de keuze van ouders maakt het niet zo veel uit, concluderen zowel Arnhem als Amsterdam. 'Er zijn wel ouders die afgaan op zo'n lijst, maar dat is toch een minderheid', zegt Herbert de Bruijne, voorzitter van de Amsterdamse schoolbesturen. 'Ouders zoeken vooral een school in de buurt waarover ze goede verhalen horen van andere ouders.'


Het belangrijkste gevolg van het openbaar maken van de gegevens is dat scholen bewuster met hun imago bezig zijn, blijkt in beide steden. 'Scholen kijken meer naar elkaar, concurreren met elkaar en worden op die manier beter', zegt Burgers. 'Er zijn scholen die in het verleden minder presteerden, maar na het openbaar maken van hun prestaties sterk verbeterden.'


Verantwoording is goed, maar zo'n systeem heeft ook nadelen, zegt Monique Volman, onderwijskundige verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Ze vreest dat scholen zwakke leerlingen weigeren om hun resultaten op peil te houden. De Bruijne beaamt dat dat gebeurt. 'Niet alleen in Amsterdam. En dat is onwenselijk. Zwakke leerlingen zijn een collectieve verantwoordelijkheid van scholen in een bepaalde gemeente, waar schoolbesturen samen afspraken over moeten maken.'


Citotoets


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden