Ouders in Amsterdamse zedenzaak vragen erkenning als slachtoffer

VAN ONZE VERSLAGGEVER JAAP STAM

AMSTERDAM - In het hoger beroep in de Amsterdamse zedenzaak, dat vandaag begint, strijden onder anderen 45 ouderparen ervoor zelf als slachtoffer te worden erkend. 'Volgens de rechtbank zijn de ouders geen slachtoffer', zegt hun advocaat Richard Korver. 'Met die redenering heeft zij een fors deel van de schadevergoeding met één armzwaai van tafel geveegd.'

Schade die Korver alsnog vergoed hoopt te krijgen betreft onder meer gederfde inkomsten van ouders die door alle ellende niet hebben kunnen werken, de vervanging van een bank waarop een kind is misbruikt en het oppasgeld. 'Dat is betaald terwijl er niet opgepast is. Dat heeft Robert M. zelf toegegeven.' De rechtbank heeft enkel schadevergoeding aan de misbruikte kinderen toegekend. In totaal 830 duizend euro smartegeld. De staat heeft die voorgeschoten.

Kinderoppas Robert M. (29) werd in mei van dit jaar veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging wegens ernstig seksueel misbruik van 67 jonge tot zeer jonge kinderen. Het OM had 20 jaar geëist, de maximale straf.

Hij werkte in meerdere Amsterdamse kinderdagverblijven en was ook privé actief als oppas. Talloze malen misbruikte hij zeer jonge kinderen en maakte daar opnamen van. Die deelde hij met andere pedofielen. Van één kind zijn bijna 2.000 foto's en 138 filmpjes aangetroffen. Op sommige dagen heeft M. zich 5 keer vergrepen aan een kind. Eén kind heeft hij 90 keer misbruikt. De jongste baby was 19 dagen.

Korver zal ervoor pleiten dat het hof net zo waakt over de anonimiteit van de kinderen en hun ouders als de rechtbank heeft gedaan. Geen namen, maar nummers, geen huiselijke omstandigheden of andere privézaken noemen. Hij hoopt dat het hof dezelfde tijd en moeite stopt in de Amsterdamse zedenzaak als de rechtbank heeft gedaan. 'Die heeft elk individueel dossier besproken. Dat hebben de ouders zeer gewaardeerd.'

Het Openbaar Ministerie heeft opnieuw twee vrouwelijke aanklagers op de Amsterdamse zedenzaak gezet. Ineke van Beuningen en Marianne Bakker zijn geselecteerd op basis van hun ervaring, kennis en specialismen zeden en jeugd, aldus een woordvoerster van het OM. Van Beuningen is ruim 20 jaar gespecialiseerd in jeugd- en zedenzaken en was een jaar kinderrechter in Arnhem. Bakker doet sinds 2009 vooral jeugdzaken.

De Amsterdamse zedenzaak kwam aan het licht toen in een Amerikaans onderzoek naar kinderporno beelden opdoken van een 2-jarig jongetje met een Nijntje-doekje. Hierdoor leidde het spoor naar Nederland. Het truitje dat de jongen aan had, bleek afkomstig van een bedrijf uit Gouda. Dat had maar één maat 86 verkocht, maar het leidde niet tot identificatie van de koper. Het OM besloot een foto van de jongen te tonen in Opsporing Verzocht. Kort na de uitzending meldde de moeder zich. Zij dacht direct aan de oppas van anderhalf jaar eerder: Robert M. Die werd nog dezelfde avond opgepakt.

Zijn advocaten richten goeddeels hun pijlen op dezelfde doelen als in eerste aanleg. 'Was er voldoende verdenking van een strafbaar feit toen de woning van Robert M. werd doorzocht? Wij vinden van niet, dus is het bewijs onrechtmatig verkregen.'

Mocht het hof, in tegenstelling tot de rechtbank, dat ook vinden, rijst de volgende vraag: is er voldoende steunbewijs? Alleen de bekentenis van M. is niet voldoende.

M.'s verdedigers zetten in op een kortere gevangenisstraf en een eerder, liefst onmiddellijk, begin van de behandeling van diens ziekelijke stoornis. 'Een lange gevangenisstraf in combinatie met tbs verfoeien wij.'

Het hof houdt morgen een regiezitting, waarin het de onderzoekswensen van de verdediging en het OM bespreekt. Het eigenlijke, inhoudelijke proces is in het voorjaar.

Robert M. is nog even strijdbaar, zegt zijn advocaat Tjalling van der Goot, die samen met Wim Anker Robert M. ook in hoger beroep verdedigt. 'Hij heeft zich eraan geërgerd dat de rechtbank zijn belangen volkomen ondergeschikt heeft gemaakt aan de belangen van de slachtoffers.'

Die ergernis uitte M. door water te smijten naar de rechter, toen die het vonnis voorlas. 'Dat was een incident. Er is geen reden aan te nemen dat hij dat nog een keer doet.'

Volgens Van der Goot heeft de rechtbank te weinig rekening gehouden met verzachtende omstandigheden. Vooral het negeren van M.'s coöperatieve houding wringt, vindt hij. 'Er zou nog geen fractie van de zaak zijn als hij zijn mond had gehouden.'

Van der Goot en Anker bezoeken Robert M. geregeld. De vraag hoe het met hem is, vindt Van der Goot lastig te beantwoorden. 'Dat wordt mogelijk vanzelf duidelijk tijdens de inhoudelijke behandeling.'

Robert M. nog steeds 'strijdbaar'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden