Ouderen moeten het met minder doen

Voor ouderen zijn de financiële vooruitzichten niet goed, blijkt uit onderzoek. Of ze nu in het Westen wonen, China of Brazilië: tekorten bij de overheid en de vergrijzing eisen hun tol.

Nederlandse gepensioneerden, maar vooral Nederlanders die de komende tien jaar met pensioen gaan, moeten zich zorgen maken. Internationaal gezien verliest Nederland als paradijs voor ouderen snel terrein op andere landen.


Op de Global Retirement Index is Nederland uit de top-10 gevallen: van de zevende naar de dertiende plek. Landen als Nieuw-Zeeland en IJsland gingen Nederland voorbij.


Nederland doet het vooral slecht op het gebied van de financiële zekerheid bij pensionering. Van de landen in de top-30 van de wereld scoren zelfs Slovenië, Slowakije en Ierland beter.


De Global Retirement Index meet de kwaliteit van leven en de zekerheid voor gepensioneerden in 150 landen. De Index wordt jaarlijks op grond van twintig indicatoren opgesteld door Natixis, een van de vijftien grootste vermogensbeheerders ter wereld. Indicatoren zijn onder meer de kosten en kwaliteit van de zorg en de hoogte van pensioenen, maar ook factoren die de financiële zekerheid aantasten als inflatie en een toenemende staatsschuld.


Bij de kwaliteit van de zorg wordt onder meer gekeken naar het aantal huisartsen ten opzichte van het aantal inwoners, het gemiddeld aantal ziekenhuisbedden, de uitgaven aan de zorg, de niet-verzekerde zorg en de levensverwachting. Bij het materiële welzijn is niet alleen gekeken naar het gemiddeld inkomen, maar ook naar inkomensgelijkheid en het werkloosheidspercentage. Bij de pensioenvoorzieningen worden de uitkeringen voor ouderen beoordeeld en belastingdruk, het rendement op spaargeld, de financiële stabiliteit van instituten en de afhankelijkheid van ouderen van staatsuitkeringen.


Daarnaast telt ook de kwaliteit van leven mee, die onder meer wordt afgemeten aan de mate van lucht- en watervervuiling, de biodiversiteit en de zogenoemde geluksindex.


In de top-10 van de wereld staan liefst acht landen uit Europa, met Zwitserland op de eerste plek. Ook de drie Scandinavische landen bieden voldoende zekerheid.


Uit het overzicht van Natixis blijkt dat financiële zekerheid steeds moeilijker waar te maken zal zijn, zowel in de geïndustrialiseerde landen - het Westen en Japan - als de opkomende landen zoals China, Brazilië en Rusland. Brazilië zakt zelfs van de 40ste naar de 61ste plek, omdat vooral jonge werkenden hebben geprofiteerd van de groei van de laatste jaren. Van de opbrengst is niets gegaan naar verbetering van het pensioenstelsel. 'En nu de groei afneemt en de inflatie toeneemt, is de levensstandaard voor ouderen zelfs aan het verslechteren', aldus het rapport.


Volgens het onderzoek hebben de zes hoogst genoteerde landen (Zwitserland, Noorwegen, Oostenrijk, Zweden, Australië en Denemarken) de meest innovatie en effectieve pensioenstelsels, die daar al rekening mee houden.


Nog maar net begonnen

'Hoewel de hoog ontwikkelde landen goed scoren, erodeert de financiële zekerheid in de meeste landen van de geïndustrialiseerde wereld', aldus Natixis. Veel overheden kampen met grote tekorten en een vergrijzende bevolking. De staatsschuld, het risico van inflatie en budgettair beleid zullen een grote invloed hebben op de positie van ouderen. 'De bezuinigingen op de ouderenzorg zijn eigenlijk nog maar net begonnen. In veel opkomende landen hebben de pensioenvoorzieningen geen gelijke tred gehouden met de groei en ook de groeiende inkomensongelijkheid ondermijnt de financiële zekerheid. Zelfs in de hoogst genoteerde landen zoals die in Scandinavië zijn demografische veranderingen gaande waar ouderen zich op zullen moeten voorbereiden.'


De landen die in 2013 de grootste vooruitgang boekten, waren Nieuw-Zeeland, IJsland en Zuid-Korea. Nieuw-Zeeland dankte de stijging van de 22ste naar de 9de plek vooral aan de hogere netto pensioenuitkeringen als gevolg van belastingverlichting, een beter rendement op spaargeld en een kleiner wordende inkomenskloof. IJsland steeg van 23 naar 11 vanwege het feit dat het land de financi-ele crisis nu heeft verwerkt en mondiaal beschouwd relatief de kleinste inkomensverschillen heeft voor ouderen. Zuid-Korea dankt zijn hoge notering - van 27 naar 17 - aan de relatief kleine staatsschuld, die vooral een gevolg is van het feit dat het land geen recessie heeft gekend na de crisis.


Nederland staat nog voor de VS (nummer 19), maar de vooruitzichten die Natixis schetst, zijn somber. 'De Nederlandse kredietrating is in 2014 nog altijd hoog, maar het aandeel van slechte bankleningen ten opzichte van andere landen is toegenomen en de belastingdruk en het rendement op spaargeld zijn verslechterd.'


Nummer 13 op de lijst betekent nog altijd dat Nederland een goed land blijft om met pensioen te gaan, stelt Natixis, ook dankzij de relatief hoge uitgaven aan zorg en de hoge kwaliteit van water en lucht. Zorgelijk is echter de aantasting van de pensioenuitkeringen voor 65-plussers. 'Het tempo waarmee de financiële situatie van de overheid verslechtert, zal belangrijk zijn voor degenen die de komende jaren met pensioen gaan', aldus het rapport.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden