Ouder dan 35 worden ze nooit

Noem ze geen etalagepoppen – ‘We doen niet in speelgoed’. De moderne etalagefiguur in fiberglas, hoogglans gespoten en desgewenst met pruik en make-up, weerspiegelt de tijdgeest: zelfverzekerd en relaxed, niet star of hautain, eerder losjes....

`Kijk, we komen uit de jaren negentig’, zegt Marco Ouwerkerk. ‘Dat was zo...’ En hij staat op van achter zijn bureau om te laten zien wat hij bedoelt. Een beetje stijfjes staat hij daar, de commercieel manager van Hans Boodt Mannequins – rechtop, met zijn armen strak langs het lijf. ‘Zie je?’ Dan is de attitude van nu heel anders: zelfverzekerd én relaxed. Dat betekent bijvoorbeeld dat het bekken een beetje naar voren wordt geduwd, één arm achter de heup richting kontzak gaat en de andere arm midvoor, in de buurt van het kruis, blijft steken. Het is een pose die zegt: ‘Kijk, hier ben ik’, maar niet star of hautain is, eerder losjes. Met andere woorden: het luistert nauw. Kom bij Ouwerkerk dus niet aan met ‘etalagepoppen’ als het om zijn vak gaat. ‘We doen niet in speelgoed.’ Wat hij en zijn collega’s bij Hans Boodt Mannequins in Zwijndrecht doen, is niet meer en niet minder dan de tijdgeest op de staart trappen – teneinde die te vertalen naar en vast te leggen in eigentijdse, krachtige etalagefiguren of mannequins (‘Window mannequins, zeggen ze in Amerika’). Daar gaat dus best wat werk in zitten. Serieus werk. Want het merk Hans Boodt streeft de hoogste kwaliteit na én wil trendsettend en herkenbaar zijn, met een jeugdige uitstraling en een hoge mate van realisme, aldus de commercieel manager.

Ongeveer dertig jaar geleden begon Hans Boodt – naamgever van de firma en intussen Ouwerkerks compagnon – zijn etalagebedrijf in Zwijndrecht. De etalagefiguren waren een bijproduct in een breed palet aan etalagematerialen. In 2001 werd het bedrijf grotendeels van de hand gedaan, alleen de mannequin-tak bleef bestaan. Hans Boodt is het enige bedrijf in Nederland dat etalagefi guren ontwerpt, produceert en verkoopt aan klanten in binnen- en buitenland. Vanzelfsprekend zitten ze ‘boven op de modeindustrie’, zegt Marco Ouwerkerk. Hij haalt zijn inspiratie waar ook trendwatchers en ontwerpers hun inspiratie vandaan halen. Ouwerkerk reist dus veel. En als hij signaleert dat wereldwijd de sushi-tentjes oprukken in de grote steden en de Japanse straatmode – zie fotoboeken als Fruits en Gothic & Lolita van Phaidon Press – de aandacht trekt, meent hij dat het tijd wordt voor een etalagefiguur met Aziatische trekken. ‘Het is de nieuwe neger’, zegt hij, met een knipoog naar de bekende modeslogan ‘Bruin (rood, blauw) is het nieuwe zwart’. Alleen hebben zijn klanten het nog niet helemaal door; ze vinden Aziaten in hun jeanswinkel nog een tikkeltje te wild.

Bestofte werklui komen uit het bedrijfspand lopen, binnen ruikt het naar verf en vers hout – de verbouwing is nog niet helemaal voltooid. Het losse en het zelfverzekerde van de tijdgeest vertaalt zich hier op de eerste verdieping in een glazen wand met – op ooghoogte – zwart-witfotoprints van stoere etalagefiguren. Daarachter werken Ouwerkerk en zijn sales- en creatieve collega’s aan forse, spierwit gelakte tafels met dito houten banken voor het bezoek. Soms heeft een klant een speciaal verzoek, zegt Ouwerkerk. Die zou kunnen zeggen: maak mij maar na. Maar meestal ontstaat een nieuwe figuur in de wisselwerking tussen opdrachtgever – van Prénatal tot G-Star – en producent. De producent werkt bovendien gestaag en op eigen kracht door aan de eigen collectie. Daarin valt de semizachte vintage-buste op, ideaal voor kleermakers, en de futuristische lijn in hoogglans met geabstraheerde gezichtskenmerken en lichaamscurven. In de nieuwe showroom op de begane grond (850 vierkante meter) staan ze allemaal uitgestald, sfeervol uitgelicht en aangekleed in kleurige college wear of spierwitte zomermode. Er is ook een dynamisch sportgroepje: juichend met de handen omhoog, of halverwege een luchtsprong

Of het bezoek even wil meekijken op het computerscherm. Het productieproces laat zich beter uitleggen aan de hand van beeld. Eerst is er een idee, dat wordt uitgewerkt in schetsen of een collage. In dit geval was er behoefte aan een young urban girl van een jaar of twintig, om het bestaande gat in de collectie te vullen tussen tiener en ‘25’er’. Dat meisje bestaat echt; ze werd uit het bestand van een modellenbureau gelicht. Maar wie ze ís, dat is fictie, een kwestie van een storyboard maken. Op Ouwerkerks scherm zijn de pentekeningen intussen vervangen door een filmpje van een sessie met de beeldhouwer en het meisje uit de kaartenbak, in bikini. De beeldhouwer – een van de vier vaste met wie Hans Boodt werkt – is aan het bijschaven. Het evenbeeld van het meisje staat al recht overeind, of beter: heel eigentijds met een been naar buiten gekanteld, maar de details (een kniebuiging, schouderspieren) behoeven nog wat schaafwerk aan de hand van het levende voorbeeld. Dit is nou zo’n zelfbewust, Amsterdams meisje, zegt Ouwerkerk, dat in de binnenstad woont en op de fiets naar het café gaat; een urban meisje. Qua lichaamsmaten is ze geen ‘vrouw van de straat’, maar ook geen catwalkmodel. ‘Ze is een goeie maat 36.’ Als alle afgietsels en lichaamsdetails kloppen en zijn goedgekeurd, wordt er een mal gemaakt. Het meisje wordt in fiberglas nagemaakt, geschuurd en gelakt en klaar is Kees. Waar de productie plaatsvindt, is geheim. Maar niet in Nederland, wil Ouwerkerk wel prijsgeven. De figuren zijn naar keuze headless, in hoogglans gespoten, voorzien van make-up en pruik of juist niet. Hoe oud ze zijn? ‘Tussen de zes maanden en 35 jaar en alles ertussenin.’ Nee, ouder dan 35 worden ze niet gemaakt, zegt Ouwerkerk. En dan nog: ‘Die 35-jarige moet eruitzien als een 30-jarige.’

Ideaalbeelden voorspiegelen, de werkelijkheid mooier maken; daar gaat het om. Tegelijkertijd blijft Hans Boodt Mannequins ‘realisme’ nastreven in de afwerking van de figuren én hameren op een passend winkelconcept. Ouwerkerk: ‘Uiteraard groeit de markt van de grote maten. Die standaardmaat 36 zal op den duur opschuiven naar maat 38. En misschien dat er een maat 42 naast komt te staan. Maar dat zijn ontwikkelingen die langzaam gaan.’ Bizarre verzoeken zijn er ook. Vandaag nog – een mail uit Schotland. Ouwerkerk draait zijn beeldscherm nogmaals bij om de tekst te laten lezen: ‘Do you manufacture anatomically correct mannequins as per the attached image?’ In het attachment verschijnt een Ken-achtige, mansgrote pop met een stijve. Ouwerkerk heeft al geantwoord dat Hans Boodt Mannequins een andere opvatting heeft over ‘anatomisch correct’, maar dat hij graag meer wil weten over de toedracht van het verzoek; en hoeveel ze er nodig dacht te hebben. Zíjn mannelijke mannequins hebben bobbels op die plek. Nogal geprononceerd, vond G-Star. ‘Ze waren iets te prominent aanwezig in hun broekjes’, aldus Ouwerkerk. ‘Die gaan we dus afvlakken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden