Oude wegen openen

Kate Clow raakte verliefd op de oude wegen van Turkije. Haar eerste tocht, ruim twintig jaar geleden, overtrof alles wat zij ooit in Europa had gezien. Sindsdien zoekt de Britse wandelaarster de mooiste routes door het land.

KATE CLOW

In het voorjaar van 1995 zag ik de vuurtoren van Gelidonya Burnu, de Zwaluwenkaap, voor het eerst. Ik liep over een steil paadje omhoog, sloeg een bocht om en stond pardoes voor het witte gevaarte. Een oude vrouw die haar geiten water gaf, nodigde me uit om bij haar op het erf te komen, waar hoge muren de wind tegenhielden. En daar stond een huisje met alles erop en eraan: een houtskooloven, een waterput, een voorraad brandhout, een werkplaats en een paar kamers.

De vuurtorenwachter lag geveld door jicht op een tuinbank, een troostrijke fles raki binnen handbereik. Over een nauwe wenteltrap beklom ik de toren, wurmde me langs het kapotte glas van een gaslamp en posteerde me op de smalle galerij. Beneden in de diepte beukten de golven tegen de rotsen en probeerde een motorbootje grommend de kaap te ronden. Achter me lagen de kalkstenen flanken van het Bey Daglari-gebergte en de besneeuwde top van de Kizlar Sivrisi.

Ik probeerde een pad te vinden dat van Karaöz, via de Zwaluwenkaap, naar de baai van Adrasan moest lopen. Al twee keer had ik een poging ondernomen vanuit Adrasan, maar beide keren strandde ik door struikgewas of neergestorte rotsblokken. Nu had ik een goede uitleg gekregen van de vuurtorenwachter, bij wie ik had mogen overnachten, en klom ik met frisse moed naar de top van de Markiz Tepesi. Daarna liep ik over de bergrug naar een plek met een fantastisch uitzicht over het azuurblauwe water van Firenceki, waar een van de oudste scheepswrakken ter wereld is opgegraven, en het eilandje Sulu, dat steeds van vorm leek te veranderen - eerst was het net een kikvors, toen een piramide. En ditmaal vond ik het overwoekerde pad, al was ik toch weer een paar keer verdwaald en had ik twee dagen gedaan over een traject dat je nu in zeven uur kunt lopen.

Ik kwam voor het eerst in Turkije voor een wandelvakantie in 1989. Bakken in de Lycische zon, rondstruinen door open graftombes, slapen op het dak van een huis tussen drogende tomaten - het was een geweldige ervaring. Later trok ik met een rugzakje rond over het schiereiland Bodrum, waar mensen me tot mijn verbazing te eten vroegen en uitlegden waar de mooiste ruïnes en de stilste strandjes waren, als ze me er al niet heen brachten. En ik werd verliefd op de vele oude wegen, die allemaal weer heel anders waren, en alles overtroffen wat ik ooit in Europa had gezien.

Binnen een jaar was ik terug in Turkije, om in Istanbul te gaan werken, maar elk vrij moment trok ik erop uit om oude wegen, ruïnes, bergen en dorpen in het zuiden te verkennen. Al snel kreeg ik het idee om een lange wandeltocht uit te zetten, wat na zes jaar spoorzoeken, zonder moderne middelen, resulteerde in het Lycische pad.

In diezelfde tijd besloot de Raad van Europa zich sterk te maken voor cultureel erfgoed, cultuurroutes en duurzaam toerisme, en in het kader daarvan kreeg de ontwikkeling van cultuurroutes in het Middellandse-Zeegebied ineens de hoogste prioriteit.

Een van de routes die dit jaar in gebruik worden genomen is het 800 kilometer lange Carische pad langs de zuidwestkust van Turkije, van het Bafameer via Bodrum en het schiereiland Datça tot aan Marmaris. In deze streek vind je ongelooflijk veel oude ruïnes en de mensen leven er nog steeds van de opbrengst van hun olijf- en amandelboomgaarden en de visserij. Het traject voert, net als het Lycische pad, langs een paar kleine pensions, van waaruit je zonder al te veel bepakking kunt gaan wandelen. Yunus en Altay, de twee jonge archeologen die de route uitzetten, zijn elk uur dat het licht is in touw om de laatste markeringen aan te brengen. Dit is het eerste lange wandelpad dat door de Turkse overheid is gesubsidieerd; zonder het geld uit Ankara was de ambitieuze route er nooit gekomen.

Het ministerie van Cultuur en Toerisme steunde vorig jaar ook de oprichting van onze vereniging Kültür Rotalar Derne¿i, die internationaal opereert onder de naam Culture Routes Society. We ijveren voor de bescherming van bestaande wandelroutes en zetten nieuwe routes uit, waaronder twee internationale: de Sultansweg van Wenen naar Istanbul en het Abrahampad van Zuidoost-Turkije naar Mekka. Maar vooral zetten we ons in voor duurzaam toerisme, want doordat de lokale bevolking daarvan profiteert, wordt de trek naar de steden afgeremd.

De Turkse overheid wil ook buiten de kustgebieden het toerisme stimuleren, en heeft aansluiting gezocht bij diverse organisaties, waaronder de Unesco en Tarihi Kentler Birli¿i, een Turkse vereniging die zich om historische plaatsen bekommert. De contacten tussen de plannenmakers uit Ankara en de arme bevolking in het binnenland lopen een stuk gesmeerder dankzij de tussenkomst van de jonge, talentvolle medewerkers van deze ngo's. De laatste jaren komen er meer toeristen voor culturele stedentrips en het Unesco-werelderfgoed naar Turkije en in het kielzog daarvan neemt ook de belangstelling voor de cultuurroutes toe.

Het mooiste deel van Turkije vind ik nog altijd Kaçkar Da¿lar¿, oftwel het Pontisch gebergte, een granieten bergrug bij de grens met Georgië die evenwijdig loopt aan de Zwarte Zee. Het wandelseizoen is er nog heel kort. De populairste tochten voeren langs bergpassen op 3.000 meter hoogte, die tot eind juni gesloten zijn vanwege de sneeuw. Maar nu dankzij het werk van vrijwilligers in de buurt van Barhal een paar minder hooggelegen paden zijn hersteld en gemarkeerd, kun je er al vanaf eind mei wandeltochten maken, die geschikt zijn voor het hele gezin. In het voorjaar kun je berenmoeders met hun jongen zien, die net uit hun winterslaap zijn ontwaakt.

In de omgeving van Barhal leven zo'n driehonderd beren. Ik heb er tijdens mijn tochten heel wat gezien, maar ze zijn niet makkelijk te fotograferen, omdat ze vooral 's nachts actief zijn. Mijn honden hebben de beren allang geroken voordat ik ze in de gaten heb, en waarschuwen me dan door hun opgewonden gekef. Op een keer was ik in een dal bezig met koken toen er twee jonkies, nog in hun lichtgrijze winterjas, van de besneeuwde helling af renden en door het ijskoude riviertje recht op mijn tent af kwamen. Toen ik mijn honden hoorde blaffen, griste ik snel mijn camera uit de tent, maar mijn honden stoven naar buiten en joegen de beertjes op de vlucht - ik kreeg alleen hun achterwerk op de foto. De volgende ochtend legde ik voor vertrek wat fruit neer bij hun pootafdrukken in de sneeuw.

De Turkse paden zijn er niet alleen voor wandelaars; ook fietsers komen steeds meer aan hun trekken. Zo zijn er goede, niet al te zware fietsroutes door de bossen van Yenice, het noordwesten van Turkije en de Hettietenroute ten oosten van Ankara. Liefhebbers van een zwaarder parcours kunnen hun hart ophalen op de zuidelijke hellingen van Kaçkar Da¿lar¿. En er is inmiddels ook een paardrijroute, de Evliya Çelebi-weg, van de Zee van Marmara naar U¿ak, in het westen van Turkije. In deze streek spelen paarden een belangrijke rol in het dagelijks leven; je kunt er kijken naar een partijtje cirit, een sport die ontstaan is uit een oefening van de Ottomaanse cavalerie, of naar een rahvan-wedstrijd, waarbij paarden in draf moeten lopen.

Er zijn nog steeds veel wegen uit de Hettitische, Griekse, Romeinse en Ottomaanse tijd waar niemand naar omkijkt. Onlangs liet iemand me een stuk van een prachtige Romeinse weg zien die vanuit Pednelissos naar het zuiden loopt en die bedolven lag onder de pijnboomnaalden. En op Oudjaarsdag zochten we in de stromende regen naar een gedeelte van het aquaduct van Perge, dat compleet overwoekerd bleek door struikgewas. Deze wegen zullen allebei in het Pauluspad worden opgenomen.

Maar er gebeuren nog altijd onnodig rampen: pas nog is 15 kilometer van een verharde middeleeuwse weg bij Selçuk door bulldozers verwoest; binnen een week was het drama geschied. En de eerste twee kilometer van het Lycische pad, een eeuwenoud muilezelweggetje, is vernield voor de aanleg van een uitkijkplatform bij Olü Deniz; nu proberen we met man en macht om de bouw van een hotel boven op het pad te voorkomen.

De wandelroutes genieten geen enkele bescherming; die is in de Turkse wet alleen geregeld voor historische ruïnes. Maar het ministerie van Cultuur en Toerisme wil nu het voortouw nemen bij gesprekken tussen lokale gouverneurs en ambtenaren van de ministeries van onder meer Bosbouw en Milieu, om samen in elk geval één wandelpad veilig te stellen. Dat tijdrovende proces zou weleens de eerste stap naar de officiële bescherming van de cultuurroutes kunnen zijn. En als die er komt, breken er betere tijden aan in het zo lang verwaarloosde binnenland, zowel voor de bevolking als voor de liefhebbers van de schitterende Turkse wandelpaden.

Vertaling: Cecilia Tabak

FRANS ACCENT OP WANDELBEURS

Frankrijk krijgt dit jaar veel ruimte op de Fiets- en Wandelbeurs in de Amsterdamse RAI op 9 en 10 februari. Meer dan honderd touroperators en fabrikanten bieden er vakanties aan, maar ook spullen en uitleg. Populair zijn de tientallen lezingen en workshops; over bestemmingen, maar ook over fietsonderhoud, kampeertechnieken of de kunst van het schrijven van een reisblog. Toegang 14 euro, 11 euro via internet. fietsenwandelbeurs.nl

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden