Oude verhalen met eigen Fries geluid

YPE POORTINGA was een verzamelaar van verhalen. Geert Mak beschrijft hem - met een onthullende eigentijdse tegenstelling - als een 'serieuze maar ook bescheiden onderzoeker', die begin jaren zeventig in zijn Dafje met een bandrecorder langs bejaarde Friese vertellers reed om ze verhalen te ontlokken....

Clara Strijbosch

Friesland zingt misschien niet, maar vertellen doet het des te meer. De bundel bevat sprookjes, legenden en humoristische geschiedenissen in bonte verscheidenheid. De karakteristieke toon van de vertellers klinkt door optekening en vertaling heen en geeft de verhalen een mengsel van dichterlijkheid en nuchterheid. Zo woont een betoverde prins, die overdag in een witte wolf verandert, achter een glazen berg 'glad als zeep'. Als zijn geliefde prinses hem na een tocht vol avonturen vindt, staat hij op het punt in het huwelijk te treden met een ander. Hij herkent zijn geliefde niet, want hij is zijn geheugen kwijt.'Daarom zou hij ook trouwen met een ander meisje', laat de verteller ons weten. Daar is geen speld tussen te krijgen. Zoals dat hoort in een wondersprookje, loopt het goed af.

In een andere reeks verhalen beleeft de 'baron Von Münchhausen' van Friesland zijn avonturen, geheel in stijl, op de fiets. Jan Hepkes Wouda uit Surhuisterveen kon naar eigen zeggen verbazingwekkend snel fietsen. Hij zat op een stormachtige dag al een kwartier achter zijn aardappels, toen zijn achterwiel aankwam: dat had de voorkant niet kunnen bijhouden. Voor Jan was een leugen niet erg, als het maar een mooie leugen was.

Echte sterke verhalen zijn er ook, zoals die over het reuzenschip van Sinter-Nuut. Wanneer een jong maatje van het achterdek eindelijk op het voordek is aangekomen met koffie, wordt er schande van gesproken dat ze een oude man zulk werk laten doen. De verhalen in de bundel hebben een onmiskenbaar eigen Fries geluid, maar ze horen ook thuis in een Europese verteltraditie. Sommige doen al honderden jaren in verschillende talen de ronde. Wie mondelinge overlevering wil vastleggen, beweegt zich op glad ijs. 'Dit soort verhalen', schrijft Geert Mak in zijn inleiding, 'moet niet verzameld, gekooid en geconsumeerd, ze moeten vliegen.' Maar opschrijven is een van de laatste mogelijkheden om de uitstervende en voor een deel uitgestorven kunst van het vertellen te bewaren. Zuiver mondeling is niets meer. Geschreven en vertelde verhalen werken al eeuwenlang op elkaar in.

Poortinga stroomlijnde zijn vertellingen wel wat, maar liet zich gelukkig niet verleiden tot drastisch gladstrijken. Hij heeft met zijn systematisch en gedreven verzamelwerk een schat bij elkaar gebracht die hij zelf 'een soort Friese Duizend-en-één-nacht' noemde. Juist een boek als dit nodigt uit om verhalen opnieuw te vertellen en te laten uitvliegen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden