Oude sabeltand blijkt een jonkie

De Europese sabeltandtijger is niet driehonderdduizend jaar geleden uitgestorven, maar relatief recent. Dat blijkt uit de vondst van een 28 duizend jaar oud kaakbeen in de Noordzee....

Door Eric Hendriks

'Ik zag iets aparts zitten tussen die beenderen', zegt Klaas Post, ondernemer te Urk. 'Ik dacht eerst dat het een kaak van een grottenleeuw was, maar bij nader inzien was het van een sabeltandtijger.' Het bleek een vondst die de Europese geschiedenis van dit uitgestorven dier met honderdduizenden jaren verlengt.

Klaas Post zit in de visverwerking, maar is ook bekend in de wereld van de fossielen. Regelmatig krijgt hij van Noordzee-vissers beenderen toegespeeld van uitgestorven dieren.

Zulke botten komen geregeld in de netten terecht van vissers die op platvis uit zijn en dus de zeebodem afschrapen. Al meer dan een eeuw worden zo stokoude resten in flinke hoeveelheden uit de Noordzee opgehaald.

Zo ook in maart 2000. De bemanning van de UK 33 vist zo'n zestig kilometer ten westen van IJmuiden de onderkaak op van een prehistorisch dier. De vissers doen deze 'bijvangst' in hun speciale fossielenkist aan boord, bij de andere oude beenderen die voor Klaas Post zijn bestemd.

Drie jaar later, deze maand nog, verschijnt dit stuk gebeente in een artikel in het wetenschappelijke blad Journal of Vertebrate Paleontology. Tot dusver ging de wetenschap ervan uit dat de sabeltandtijger (Homotherium latidens) in Europa en Azië driehonderdduizend jaar geleden uitstierf. Maar de kaak van de UK 33 bleek slechts 28 duizend jaar oud.

Het was Post in 2000 al opgevallen dat het bot in een gebied was opgehaald waar voornamelijk relatief jonge overblijfselen van uitgestorven dieren worden geborgen. De kaak - er zaten nog twee gebitsresten in - was dan ook niet erg gefossiliseerd, terwijl eerder gevonden, veel oudere botten wel volledig waren versteend.

Post toog met het been naar het Natuurmuseum Rotterdam, naar zoogdier-paleontoloog dr. Jelle Reumer. Die zocht zekerheid bij de Universiteit Utrecht, voor de datering met de koolstof-14-methode. Reumer: 'De eerste twee dateringen waren minder betrouwbaar. Nature weigerde publicatie met als argument dat er maar twee dateringen waren gedaan.

Te weinig, vonden ze in Londen. Vier latere dateringen gaven echter definitief uitsluitsel: leeftijd 28 duizend jaar.'

Toen deze sabeltandtijger leefde, was de Noordzee nog een uitgestrekt, grazig gebied tussen Engeland en het huidige Europese continent. Vele dieren leefden er. Mammoeten en wolharige neushoorns voedden zich met het lange gras, veel van hun jongen werden gegeten door grottenleeuwen en sabeltandtijgers. Dat laatste leiden onderzoekers vooral af uit de bestaande praktijk in bijvoorbeeld Afrika. Daar jagen roofdieren zoals leeuwen vaak op jonge exemplaren van grote planteneters - jonge olifanten bijvoorbeeld - omdat die minder weerbaar zijn en makkelijker van de kudde afdwalen.

Grottenleeuw en sabeltandtijger waren ongeveer even groot, zo groot als een moderne leeuw. Maar de sabeltandtijgers hadden grote, sterke hoektanden, tot vijftien centimeter lang, waarmee ze hun prooi vermoedelijk in de hals beten om het slachtoffer snel te laten doodbloeden. Hun voorpoten waren wat langer dan hun achterpoten, zodat hun rug achterwaarts iets omlaag helde, als die van een hyena. Waarschijnlijk konden ze grote afstanden afleggen, maar waren ze niet bijzonder snel.

Hoe ze er verder hebben uitgezien, is onbekend. Vast staat wel dat ze niet oogden zoals ze vaak worden afgebeeld: ongeveer als de kat van de familie Flintstone met enorme slagtand-achtige hoektanden die altijd zichtbaar waren naast de bek. De echte sabeltandtijger had hoektanden die weliswaar ook relatief groter waren dan die van moderne roofdieren, maar ze waren niet te zien als het dier zijn bek dichthield.

Vermoedelijk zo'n twaalfduizend jaar geleden, aan het eind van de laatste ijstijd, kwam er in Europa een eind aan het drie miljoen jaar oude bestaan van de H. latidens, denken deskundigen nu. Dat zou in lijn zijn met het uitsterven van andere dieren als de mammoet. Het klimaat werd warmer, de grote ijskap smolt grotendeels en het Noordzee-gebied liep vol water. Ook elders in Eur

azië verdwenen steppen en daarmee de grote grazers en de roofdieren die van hen leefden.

'Van deze top-roofdieren zijn maar heel weinig resten gevonden', zegt Reumer. 'Eén zo'n beest heeft een populatie van vele prooidieren nodig om in leven te blijven. Bovendien fossiliseren mammoetbeenderen makkelijker dan die van sabeltandtijgers.'

Van de laatste soort zijn dan ook niet veel resten gevonden in Nederland. Er is een onderkaak bekend uit de Oosterschelde, 1,8 miljoen jaar oud en een hielbeentje uit de Noordzee van zeshonderdduizend jaar geleden. In Senèze, Frankrijk, is een vrij compleet skelet opgegraven (1,7 miljoen jaar) en de jongste Europese resten, van driehonderdduizend jaren oud, komen uit een steengroeve in het Duitse Steinheim an der Murr.

In Amerika ligt de situatie anders. Daar zijn wél 'moderne' resten van sabeltandtijgers gevonden - uit de periode vlak vóór het einde van de laatste ijstijd. Uit de teerputten bij Los Angeles kwamen duizenden resten van een sabeltandtijgersoort met de geslachtsnaam Smilodon. Twaalfduizend jaar oude resten van Homotherium-exemplaren vormen een beroemde verzameling in Texas.

Sinds 1970 was er één aanwijzing dat ook in Europa de sabeltandtijger nog lang na driehonderdduizend jaar geleden leefde. In dat jaar vond de Tsjechische zoöloog V. Mazak in het Zuid-Franse Isturitz een beeldje in de vorm van de kop van een sabeltandtijger. Op grond van de ouderdom van de vindplaats werd de leeftijd geschat op circa dertigduizend jaar.

Mazaks claim werd echter niet serieus genomen: zijn vondst werd in de wetenschappelijke literatuur nauwelijks aangehaald.

'Tsja, ook wetenschappers hebben zo hun stokpaardjes', verzucht Reumer. 'Wie de sabeltandtijger in Europa op jonger dan driehonderdduizend jaar schatte, werd vaak zo'n beetje voor gek verklaard. Dit soort geluiden zullen na onze publicatie wel verstommen.'

De 'gevestigde' wetenschap reageert inderdaad welwillend. De vondst van de UK 33-vissers is 'verbazingwekkend', zegt prof. Alan Turner van de John Moores Universiteit in Liverpool. Hij is de schrijver van een standaardwerk over de evolutie van de katachtigen. 'Dit verandert ons idee over het uitsterven van deze dieren.'

Misschien gaat de grottenleeuw die verandering nog verder helpen. Reumer: 'Er bestaan betrekkelijk jonge resten van roofdieren die in collecties terechtgekomen zijn als overblijfselen van de grottenleeuw. Ik durf te wedden dat bij nader onderzoek heel wat van die resten afkomstig blijken te zijn van sabeltandtijgers.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden