ReportageTweede Kamer verruimt werkzaamheden

Oude routines Tweede Kamer blijken in het nieuwe normaal flink opgeschud

Hoe verliep de eerste Kamerdag in het nieuwe normaal? Onwennig, stellen hunkerende Kamerleden vast. Maar, zegt voorzitter Arib: ‘Het is echt een misvatting dat we volledig waren gestopt.’

Kamerleden in de plenaire zaal tijdens het eerste vragenuur in de Tweede Kamer in tijden van het coronavirus. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

De wandelgangen in de Tweede Kamer, normaal broeierig van verwachting, zijn nu klinisch als in een ziekenhuis. Ze zijn goeddeels leeg en overal staan de bekende pompjes, vergezeld van de dwingende tekst: ‘Ontsmet hier je handen.’

Maandag was daar die hoopgevende brief van Kamervoorzitter Khadija Arib: ‘De Tweede Kamer verruimt haar werkzaamheden.’ Voor het eerst sinds 10 maart is het vaste ritme van de dinsdag terug, en de hunkerende Kamerleden zijn daar blij mee. ’s Ochtends fysieke fractievergaderingen en ’s middags het mondelinge vragenuur, de stemmingen en de regeling van werkzaamheden.

Opgeschud

Maar de oude gewoonten blijken in het nieuwe normaal flink te zijn opgeschud. De fracties hebben andere vergaderruimten toebedeeld gekregen, wat tot vreemde wisselingen van decor leidt. De Partij voor de Dieren komt nu bijeen in de stemmige fractiekamer van D66. Daar kunnen de vier fractieleden en hun medewerkers op voldoende afstand zitten.

De negentien Kamerleden van D66 vinden onderdak in de grote Thorbeckezaal. Het veertiental van de SP is grappig genoeg ondergebracht in de fractiekamer van de VVD. De kartonnen Mark Rutte in de hoek houdt er een knalrode SP-baret aan over. En het negental van de PvdA is op zijn beurt bijeen op de plek waar eigenlijk de SP vergadert: de Grenadierszaal, een zolderruimte op de tweede verdieping.

Het Kamerrestaurant aan de kant van het Plein, op vergaderdagen rond lunchtijd doorgaans een opgewonden kakofonie, is veranderd in een steriele ruimte met een looproute langs geelzwarte tape. Geen soep of kroketten. In papieren tassen staan lunchpakketten klaar. Kamerleden halen ze op en eten aan het bureau.

‘Ik heb mij onthand gevoeld’, zegt SP-Kamerlid Ronald van Raak in zijn werkkamer. ‘Deze periode heeft voor mij vooral aangetoond hoe belangrijk dit gebouw is. Je moet als volksvertegenwoordiger een minister naar de Kamer kunnen halen en dan kunnen doorbijten in je vraagstelling. Nu kon dat niet en dat heeft de positie van de Kamer uitgehold.’

Looplijnen

Bij de patatbalie, waarachter de bodes hun werk doen, is de beschikbare ruimte in twee gescheiden looplijnen opgedeeld: een voor de pers, een voor bewindslieden en Kamerleden. ‘Ik ben nog nooit zoveel avonden thuis geweest’, verzucht PvdA-Kamerlid Lilianne Ploumen. ‘Ik bracht veel tijd door in mijn tuinhuisje op de volkstuin, dat fungeert als kantoor. En als ik vond dat ik ergens schriftelijke vragen over moest stellen, dan deed ik dat.’

Op 10 maart wilde PVV-leider Geert Wilders in het vragenuur van toenmalig minister Bruno Bruins (Medische Zorg) weten wat hij tegen het coronavirus ging doen. Het lijkt een eeuwigheid geleden. Het antwoord van Bruins, dat hij ‘passende maatregelen’ zou nemen, vond Wilders ‘niet veel soeps’.

Nu gaan de vragen juist niet over corona, maar over homohaat, criminele asielzoekers en de belastingdienst. Staatssecretaris Alexandra van Huffelen (D66), sinds 29 januari een van de opvolgers van Menno Snel, is voor het eerst in de Kamer – in andere tijden ondenkbaar.

Broederlijk bijeen zijn de Kamerleden Selçuk Öztürk en Farid Azarkan, die de gehele coronaperiode ruziënd over straat gingen. ‘Ah, meneer Öztürk, dat is lang geleden’, plaagt voorzitter Arib. ‘Bent u hier namens Denk?’

Plezierig

En daar is CDA-minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid), die de controlezorgen relativeert. ‘We leggen overal verantwoording over af, is het niet nu dan wel straks.’ Hij zegt de debatten gemist te hebben. ‘Ik wil niet zeggen dat ik ernaar snakte, maar ik vind het heel plezierig hier weer te zijn.’

VVD-staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Asiel en Migratie) is de intelligente opsluiting ‘redelijk oké’ doorgekomen. ‘De eerste veertien dagen was ik in thuisquarantaine, omdat een medewerker besmet was. Dat videobellen gaat best goed, maar je moet je enorm concentreren, je hebt geen oogcontact en small talk is er niet bij. Aan het eind van de dag ben je doodmoe.’

De stemmingen worden gedaan met twee leden per fractie. Na afloop stelt Arib dat het ‘hartstikke goed’ is dat bewindslieden weer over actuele onderwerpen bevraagd kunnen worden. ‘Maar het is echt een misvatting dat we volledig waren gestopt. We moesten zoveel mogelijk thuisblijven, maar er kon nog van alles. Alleen op een laag pitje.’

Politiek verslaggever Ariejan Korteweg verdiepte zich in de vergoedingen aan Kamerleden in tijden van corona. U leest zijn column hier.

De decorwisseling voor de Eerste Kamer is wel heel rigoureus: de senaat vergadert nu in de Ridderzaal. In dit interview legt de voorzitter uit waarom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden