Oude hippie Fidel Castro komt dineren

'Het is hier een beetje saai', constateert de zoon van Isadora Tattlin, 'het is altijd hetzelfde.'..

Cuba gewikt en gewogen door een vijfjarig Amerikaans jongetje. Hij is duidelijk niet gevoelig voor de spanning in huize Tattlin wanneer Fidel Castro komt dineren.

Het is eind jaren negentig en Cuba heeft de periodico especial achter de rug, de periode waarin de dictator zijn volk vroeg de vele tekorten te dulden teneinde de socialistische revolutie te laten overleven. Liberalisatie lijkt de overhand te krijgen totdat de Cubaanse luchtmacht twee vliegtuigjes van de anti-Cubaanse organisatie 'Hermanos al rescate' (Broeders voor de redding) neerhaalt. Ze zouden vanuit Florida het Cubaans luchtruim hebben geschonden. Prompt scherpen de Verenigde Staten het embargo aan via het Helms-Burton-wetsontwerp dat nog datzelfde jaar wet wordt.

Nick, de man van Isadora Tattlin, heeft niets met politiek te maken. Hij is energieconsultant van een multinational en wordt van China overgeplaatst naar Cuba. Zijn (Europese) nationaliteit houdt Tattlin angstvallig geheim. Ze is zelf Noord-Amerikaanse en heeft dankzij haar huwelijk twee paspoorten, net als haar beide kinderen.

Castro komt dus op bezoek. Een even curieuze als hilarische gebeurtenis. Een beveiligingsdetachement 'in gebleekte spijkerbroeken en imitatie-Lacoste shirts' neemt bezit van het huis. Het toilet beneden wordt exclusief voor de president gereserveerd en het Cubaans toiletpapier ('hebt u geen betere kwaliteit?') gaat in een verzegelde plastic zak.

Aan tafel mag Castro slechts van één bepaalde kant bediend worden. Ook moet hij met zijn rug naar de muur zitten. In de keuken is de voedselproever de hele middag druk met proeven terwijl zijn collega's het huis, inclusief lampenkappen en kussens, doorzoeken. De gewone zwarte telefoon vervangen ze door een rode.

Een uur voor de maaltijd verschijnen in de straat vrachtwagens waarop soldaten met machinegeweren. Castro 'arriveert in een rumoerige stoet van zwarte Lada's en één Mercedes'. Tattlin merkt op dat de dictator topzwaar is en ondanks de hitte minstens twee lagen olijfgroen polyester draagt, Beatles-achtige laarzen daaronder en licht verhoogde hakken. 'Oude hippies, daar doet dit alles me aan denken.'

De subtitel van Een huis in Havana is Wat zet je op tafel als Castro komt eten? De vraag wordt niet beantwoord. Wél de vraag wat je te drinken schenkt als Castro op bezoek komt. De president vraagt om een zoete vermout, maar die heeft de gastvrouw niet in huis. Dan maar een Franse wijn. Ook die is er niet, wel Chileense. De keus valt tenslotte op een glas witte Chileense wijn. Dit ritueel herhaalt zich na de maaltijd. Castro vraagt om een Sambuca, maar moet genoegen nemen met cognac.

Bij het derde glas praat hij moeiteloos 25 minuten over de oorlog in Angola en vervolgens even lang over de toestand in Eritrea. Om middernacht meldt het hoofd van de lijfwacht dat het tijd is. Castro: 'Verbazend hoe snel de tijd gaat' - hij grinnikt - 'als je constant aan het woord bent!'

Het bezoek van Castro daargelaten, is het vooral de dagelijkse worsteling om het bestaan waarvoor Isadora Tattlin op Cuba een scherp oog heeft. De problemen om aan vers voedsel te komen, de medische verzorging, de scholen, de om zeep bedelende Cubanen, de kleine criminaliteit, de slogans, de corruptie. Met veel humor en met een grote dosis mildheid geeft ze een openhartig beeld van Cuba rond 1998 waar ook nog plaats is voor muziek, theater en een dagje strand.

Jammer alleen dat ze te pas en onpas met Spaanse woorden en uitdrukkingen strooit. Daar doet de verklarende woordenlijst achterin niets aan af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden