Oude glorie heeft toekomst

Het karakter van veel steden en dorpen wordt mede bepaald door de aanwezigheid van militaire objecten, die vaak, maar niet altijd, hun oorspronkelijke functie hebben verloren....

Misschien dat de Spanjool zich nog bedenkt als hij het bordje ziet bij de stadspoort.

Stadswallen.

Betreden op eigen risico.

Hij is gewaarschuwd. Heusden lust hem rauw. De vesting is er net zo klaar voor om hem buiten te schoppen als in 1588, toen hij na een belegering van vijf maanden de aftocht blies. Sterker: Heusden is er nu nog veel méér klaar voor. Destijds waren de machtige muren nog in aanbouw. Kwam nu de Prins van Oranje (1533-1584) langs voor inspectie van zijn verdedigingswerken – hij zou opgelucht ademhalen.

Hij zou zeer te spreken zijn over de ontvangst in de gouverneurswoning, zo te zien pas net gebouwd, waar de aanvoerder van zijn garnizoen hem zou inlichten over de laatste troepenbewegingen. Hij zou goedkeurend knikken bij het zien van de metershoge vestingwallen en de strategisch geplante bomenrijen – uitstekende kogelvangers zoals iedere veldheer weet.

Hij zou tevreden opmerken dat het geschut dag en nacht gereed staat voor een kruisvuur tot ver over de vestinggracht. En hij zou met genoegen het Hoorn Bolwerck beklimmen, vanwaar hij de vijandelijke troepen uit het zuiden van kilometers afstand zou zien aankomen – ruim op tijd om de hele omliggende polder onder water te zetten. Hier aan de Bergsche Maas, met strategisch uitzicht over Holland, Gelre en Brabant, zou het hem, ook in 2010, weinig moeite kosten zichzelf moed en vastberadenheid in te spreken. Je maintiendrai mes amis et le Dieu.

Dat is het resultaat dat Heusden inmiddels heeft bereikt met de indrukwekkende stadsrestauratie die in 1968 begon en nog altijd niet helemaal is voltooid. Met de stadsplattegrond van Willem Janszoon Blaeu uit 1649 als blauwdruk is de vesting in veertig jaar tijd heropgebouwd van een wegkwijnend, snel verpauperend stadje tot de trotse vesting van weleer, het strategische bolwerk dat hier vanaf 1581 door ingenieur Van Alkmaer werd gebouwd in opdracht van de vader des vaderlands zelf. De acht bastions, de zes ravelijnen, de wallen, de grachten en bovendien bijna álle huizen in de nauwe straatjes: ze liggen er bij alsof ze gisteren zijn aangelegd.

Magnifiek, vindt de één. Geforceerd gestold verleden, vindt de ander. Heusden is een ‘stadje van ooit’ geworden, stelde deze krant jaren geleden al eens vast, niet zonder scepsis over zoveel behoudzucht en hang naar de oude glorietijd. En hoewel het gemeentebestuur het niet graag hoort, is Heusden inmiddels inderdaad een oord dat in veel opzichten doet denken aan een openluchtmuseum, waar geen voeg los zit, geen tegel scheef ligt en geen likje verf ontbreekt. Alles ten dienste van de toerist die hier de vaderlandse geschiedenis komt opsnuiven.

Maar die ligt dan ook voor het oprapen in deze vestingstad der vestingsteden, door de grote oorlogsbouwmeester Adam Freitag in 1630 al als lichtend voorbeeld beschreven. Vele woelingen van de vaderlandse geschiedenis hebben Heusden door de eeuwen heen beroerd. In de vroege middeleeuwen al voortdurend het toneel van twisten tussen hertogen, heren en graven uit de omliggende provincies. In de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) eerst trouw aan de Spaanse koning maar na 1577 pal aan de zijde van de Prins van Oranje en definitief getransformeerd tot welvarende legerstad, met een garnizoen van duizenden soldaten binnen de stadsmuren. In het rampjaar 1672 en in 1793 belegerd door de Fransen (vergeefs!) maar in 1795 dan toch in handen van de vijandelijke troepen gevallen dankzij de bevroren grachten die opeens nauwelijks meer een hindernis vormden. De laatste oorlog die diepe sporen naliet in de vesting was die van 1940-1945 (zie kader).

Is het ook in 2010 nog prettig om in zo’n gereconstrueerde vesting te wonen, waar alles oud is of tenminste oud moet ogen? Stadsgids Harrie van Delft (1946) is een groot bewonderaar van de hersteloperatie van de afgelopen decennia, maar hij kent de bezwaren die een deel van de bevolking ook altijd heeft gehad. Er was een stroming in de na-oorlogse jaren die het liever anders had gedaan. Van Delft: ‘Ze wilden alles plat gooien, de hele vesting met de grond gelijk, om ruimte te maken voor woonwijken, flats en brede doorgaande wegen. Dat waren serieuze plannen hoor, geboren uit de woningnood. Wat moeten we met een ruïne van vierhonderd jaar oud, vroegen ze zich af: weg ermee. Gelukkig zijn ze nog net op tijd tot inkeer gekomen.’

Van Delft kan zich niettemin voorstellen dat het sommigen weleens op de zenuwen werkt, het dagelijks leven in een monument: wie het onkruid laat groeien en zijn voordeur niet op tijd van een voorgeschreven likje ‘Heusdens groen’ voorziet, kan rekenen op een bezoekje van een ambtenaar die komt vragen wat eraan scheelt. De middenstanders zijn aan strenge eisen gebonden: géén lichtbakken, geen afwijkende luifels, geen schreeuwerige reclameteksten of andere uitingen die aan 2010 doen denken. Veel Heusdenaren vrezen het moment dat het gemeentebestuur de vesting autovrij zal verklaren – het is al meermalen geopperd.

Aan de andere kant, zegt Van Delft, beseft Heusden inmiddels heel goed dat de hang naar de oude glorietijd de stad toch vooral een nieuwe toekomst heeft gebracht als toeristische topattractie. En nieuwe welvaart. De garnizoenen van de prins hebben plaatsgemaakt voor een leger van 350 tot 400 duizend bezoekers dat jaarlijks door de stadspoorten naar binnen stroomt. Op zondag, als de winkels en de vele galeries standaard open zijn, loopt het verkeer naar de vesting soms vast.

Er is bijna geen bewoner die er geen garen bij spint. De bakker, de slager, de kaasboer en de bierbrouwer, ze hebben zich allemaal aangepast aan de Heusdense 17de-eeuwse huisstijl, zijn ‘ambachtelijk’ geworden, hebben hun eigen vestingspecialiteiten en pikken hun graantje mee.

Van Delft vindt dat Heusden zijn zegeningen mag tellen: ‘De vestingwallen brengen opnieuw de voorspoed die ze in vroeger eeuwen ook al brachten. Dat zal niemand hier meer ontkennen.’

Hoe en wat in Heusden
Veel in Heusden is bewaard gebleven maar er is toch ook veel verloren gegaan. Tijdens de grote stadsbrand van 1572 werd bijna de hele stad in de as gelegd. In 1680 werd het Heusdens kasteel uit de 12de eeuw verwoest door blikseminslag. Slechts de fundamenten zijn gereconstrueerd en dienen nu als omheining voor een speeltuintje.

Heusden telt liefst 120 rijksmonumenten en heeft daarmee een van Nederlands grootste monumentenconcentraties: ongeveer één monument op iedere twaalf inwoners van de vesting.

Voor de stadsrestauratie, die toen nog lang niet klaar was, kreeg Heusden in 1980 al de hoogste Europese restauratieprijs Urbes Nostrae.

De laatste oorlog
Door de eeuwen heen lag Heusden vanwege zijn strategische positie voortdurend in de frontlinie van het oorlogsgeweld. Diverse oorlogen brachten de vesting welvaart en glorie maar de laatste, de Tweede Wereldoorlog, liet een wond achter die nog altijd niet is geheeld. In het najaar van 1944 zochten de Duitsers in Heusden dekking tegen de optrekkende geallieerde divisies. Tijdens de geallieerde artilleriebeschietingen hielden veel Heusdenaren zich schuil in de grote kelder van het stadhuis.

Toen de Duitsers in de nacht van 4 op 5 november merkten dat ze de strijd niet zouden winnen, bliezen zij alle hoge punten in de vesting op: twee kerktorens én het stadhuis. 134 Heusdenaren die in de kelder zaten kwamen om het leven. Destijds was dit 10 procent van de totale bevolking. Vier uur na de ontploffing trokken Britse troepen de vesting binnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden