Oude en nieuwe machteloosheid

Bij de oprichting van het programma De Ombudsman in 1969 was een van de doelstellingen ‘de machteloosheid te doorbreken’ van mensen die niet meer geloofden dat er een oplossing bestond voor hun problemen....

Pieter Hilhorst

Sommige dingen zijn zonder meer ten goede veranderd. Wie ziet waar ombudsman Marcel van Dam begin jaren zeventig tegen te hoop liep, gelooft zijn ogen niet. Zo maakte hij uitzendingen over de onaantastbare macht van verzorgers en directie in bejaardenhuizen. Sommige bejaarden werden geslagen, andere voor straf opgesloten. Dat is nu ondenkbaar. Er is een veel grotere bereidheid verantwoording af te leggen. Het is ook heel normaal geworden vergelijkingen openbaar te maken van de kwaliteit van verzorgingstehuizen, ziekenhuizen en scholen.

In het algemeen is de overheid veel minder paternalistisch dan veertig jaar geleden. Instellingen in de publieke sector willen vandaag de dag juist aansluiten bij de wensen van hun cliënten. Tegenwoordig wordt alom geroepen dat de klant centraal staat en de zorg vraaggericht moet zijn. Het paternalisme van vroeger is ingeruild voor een filosofie van dienstbaarheid.

Ook gedwongen passiviteit van mensen die steun van de overheid krijgen, is taboe verklaard. Mensen worden juist aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid. Er is ook veel meer ruimte voor eigen initiatief. Zo zijn er persoonsgebonden budgetten gekomen, waarbij mensen die recht hebben op zorg, die zorg naar eigen inzicht kunnen inkopen.

Deze positieve ontwikkeling wordt echter gedwarsboomd door een tweede verandering ten opzichte van veertig jaar geleden. De overheid is zo bang voor misbruik dat ze een systeem van georganiseerd wantrouwen in het leven heeft geroepen. Om te weten of mensen recht hebben op hulp, zijn indicatieorganen opgericht. Om te controleren of er van die hulp geen misbruik wordt gemaakt, zijn voorschriften bedacht en controlemechanismen in het leven geroepen. Het gevolg is een enorme juridisering die haaks staat op het streven tegemoet te komen aan de wensen van burgers en hen de ruimte te geven voor eigen initiatief.

Neem de man die vanwege een spierziekte slecht ter been is. Na een tocht langs instanties heeft hij uiteindelijk een persoonsgebonden budget gekregen voor een scootmobiel. Maar daar heeft hij weinig aan omdat de kou dan op zijn benen slaat. Gelukkig heeft hij een oplossing gevonden. Hij heeft via marktplaats van een particulier een Canta-karretje gekocht. Dat sluit beter aan bij zijn wensen en is ook nog eens duizenden euro’s goedkoper voor de gemeente. Toch is dat niet toegestaan. In de voorschriften staat dat iemand zijn persoonsgebonden budget alleen mag besteden bij een instelling die bij de Kamer van Koophandel is ingeschreven. Uit angst te worden belazerd geeft de overheid liever duizenden euro’s te veel uit. Zo wordt het eigen initiatief hardhandig afgestraft.

Een overheid die recht wil doen aan de verschillen tussen mensen vergt ook veel van haar ambtenaren. Ze moeten bereid zijn met burgers mee te denken. Die houding is in de bureaucratie helaas niet vanzelfsprekend. Ambtenaren hebben vaak last van een ‘kan-niet, mag-niet virus’. Ze verschuilen zich graag achter regels en verwijzen burgers graag door naar een andere instantie. Deze passieve houding maakt het ook onmogelijk problemen vroegtijdig op te lossen. Pas als het echt uit de hand loopt komen mensen voor ondersteuning in aanmerking.

Zo kan het gebeuren dat iemand die thuis woont bepaalde medicijnen niet vergoed krijgt, maar daar wel recht op heeft in het ziekenhuis. Moet je dan wachten tot het zo erg wordt dat ziekenhuisopname nodig is? Zo ontstaat een kloof tussen de logica van het systeem en de leefwereld van de burgers, die vergelijkbaar is met die van veertig jaar geleden.

Er is echter een groot verschil tussen toen en nu. Het vertrouwen in de overheid is enorm afgenomen. Als ik mensen vertel dat ik ombudsman word, vragen ze of ik werkelijk geloof dat er iets ten goede kan veranderen. Blijkbaar denken zij dat de overheid onverbeterlijk is. Ze lijken zich erbij neer te leggen dat burgers machteloos staan tegenover de bureaucratie. Tegen deze machteloosheid van eigen makelij wil ik als ombudsman ten strijde trekken.

Reageren?vk.nl/opinie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden