Oud uit Afrika

'La creátion du monde' was in 1923 omstreden, en nu nog. Maar om andere redenen. Hoe konden intellectuelen destijds met zo'n naïef, vrolijk Afrikaans scheppingsverhaal komen, vroeg choreograaf Linyekula zich af. Zijn antwoord is te zien op het Holland Festival.

Onder toeziend oog van drie reusachtige goden komt een bos vol vogels, krokodillen, apen en insecten tot leven. Daarna worden een man en een vrouw geboren die elkaar kussen, net als Adam en Eva. Maar dan met minder schuldige gevolgen.


Dat is zo'n beetje het verhaal van La création du monde, waarvoor schrijver en dichter Blaise Cendrars het libretto schreef. De kubistische kunstenaar Fernand Léger ontwierp kleurrijke kostuums en decors, met zetstukken die door dansers worden voortbewogen. Componist Darius Milhaud, met de nachtclubs van Harlem vers in zijn oren, kwam met muziek waarin jazz en andere Afro-Amerikaanse ritmes lustig zijn verwerkt.


In zijn La création du monde 1923-2012, gemaakt bij het Ballet de Lorraine, heeft de Congolese choreograaf Faustin Linyekula het stuk opgenomen als een citaat, een objet trouvé à la Marcel Duchamps. De reconstructie is van het duo Millicent Hodson en Kenneth Larcher, die haar in 2000 in Genève maakten op basis van beschrijvingen en foto's. (Les Ballets Suédois was het eerste gezelschap dat met film op toneel werkte, maar er zijn geen films van eigen balletten bewaard gebleven.)


Les Ballet Suédois trok destijds talrijke voorhoedekunstenaars, zoals René Clair, Jean Cocteau, Francis Picabia, Erik Satie en liet ook met artikelen en een manifest van zich horen. 'Alleen het Ballet Suédois heeft echt lef. Alleen het Ballet Suédois staat voor het eigentijdse leven. Alleen het Ballet Suédois keert zich werkelijk tegen het academische.'


De groep had succes, maar La création du monde ging sommigen toch te ver. De muziek werd bestempeld als 'te frivool', als 'herrie'. Zoiets moest wel thuishoren bij 'achterlijke volken'. Veel dansers - Léger zag hen als 'voorstellingsobjecten' - voelden zich gereduceerd tot onzichtbare toneelknecht in bewegende schilderijen en verlieten na deze exercitie het gezelschap.


Parijs in de jaren twintig stond bol van het experiment. Daarom had de Zweedse miljonair en kunstverzamelaar Rolf de Maré 'zijn' Ballet Suédois in deze stad gevestigd, net als impresario Serge Diaghilev met zijn (nog altijd) veel beroemdere Les Ballets Russes. Beide heren benaderden dans als een multidisciplinair kunstwerk, maar De Maré ging, wordt gezegd, een stap verder. Bij hem kwam choreografie op de laatste plaats. Ze diende om schilders en musici te etaleren, om het doek tot leven te brengen. In de korte vijf jaar dat hij zijn gezelschap draaiende wist te houden (1920-1925), produceerde De Maré 23 stukken waarvoor hij werkte met 32 schilders en slechts één choreograaf: Jean Börlin, tevens de enige sterdanser én zijn geliefde. Ondanks Börlin kwam de dans er met veel statische, pantomimische bewegingen vaak bekaaid van af.


Het sjorren en sleutelen aan vorm en stijl was grensverleggend en dus soms lastig. Waar geen kritiek op kwam, was de inhoud van La création du monde.


En dát aspect prikkelt Linyekula juist het meest. Hoe konden kunstenaars, intellectuelen, in 1923, vlak na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en met kennis van de koloniale exploitatie in Afrika, met zo'n 'naïef, exotisch, vrolijk' Afrikaans scheppingsverhaal op de proppen komen? 'Van hen had men meer mogen verwachten', stelt hij aan de telefoon vanuit Frankrijk. 'Europa was een verloren continent, maar Afrika ook. Congo was een kolonie van België, mannen waren gedwongen gerekruteerd, om ver van huis te vechten. Ze lazen erover, in Batouala, véritable roman nègre van René Maran, die in 1921 een van de grootste literaire prijzen van Frankrijk won. Toch gingen ze juist in Afrika op zoek naar het verloren paradijs. Ze wilden niet zien dat het paradijs ook daar, mede dankzij hen, niet meer bestond.'


De kritiek is typerend voor Linyekula. Hij werkt zowel in zijn geboorteland Congo als in Europa en is gefascineerd geraakt door het onderwerp perceptie. Hoe zien mensen uit verschillende culturen elkaar en waarom zo? Het Afrikaanse perspectief blijkt daarbij nog altijd ondergeschikt aan dat van het Westen, Linyekula loopt er voortdurend tegenaan. 'In een toespraak die Sarkozy een tijdje geleden in Dakar hield, meende hij dat Afrika helaas nog onvoldoende deel uitmaakt van de geschiedenis. Welke geschiedenis? Wiens geschiedenis?'


Een boek over de geschiedenis van zwarte kunstenaars in het Franse theater zette Linyekula op het spoor van Les Ballets Suédois. Hij ging verder op onderzoek in het archief van De Maré, in Stockholm. Twee saillante details: aan La création du monde deed geen enkele Afrikaanse danser mee, hoewel het stuk over Afrika gaat en er in de jaren twintig al een grote 'black presence' in Europa was. En ter inspiratie van de dans is gebruikgemaakt van etnografische films van dansers in, jawel, Congo. 'Grote kans dat ze destijds naar mijn voorouders hebben zitten kijken. Maar dan zonder te weten waarover hun dansen gaan.'


Linyekula overtuigt. Toch is zijn visie ook weer slechts een deel van het verhaal. La création du monde werd in 1923 gepresenteerd als een 'negrokubistische fantasie', Léger sprak simpelweg van 'een negerballet'. Het was onderdeel van een grotere Afrikamanie die was begonnen in de beeldende kunst (Picasso, Matisse). Tijdens de oorlog hadden de dadaïsten Afrikaanse avonden georganiseerd, Amerikaanse soldaten namen de jazz mee. Börlin danste in 1920 het soloprogramma Sculpture nègre, waarin hij een soort Afrikaans houten beeld is. Later in de jaren twintig werd de Amerikaanse zwarte danseres Josephine Baker, die door Börlin in Parijs was geïntroduceerd, een sensatie met haar erotische, halfnaakte dansen.


De westerse kunstwereld dook op Afrikaanse kunst, verhalen, muziek en dans omdat die hen hielpen los te breken uit allerlei klassieke vormtalen en romantische idealen. (Ballet? Nee!) Afrika stond voor vrijheid en puurheid, voor het robuuste, het aardse, het sensuele. Het mag een geïdealiseerd en incompleet beeld zijn, de dansende voorouders van Linyekula zouden wel eens serieuzer bekeken kunnen zijn dan hij kan geloven. Op weg naar een nieuwe artistieke orde.


De Congolese choreograaf Linyekula (Ubundu, 1974) studeerde literatuur en theater in Kisangani. Etnische onlusten en een burgeroorlog dreven hem in 1993 naar Nairobi, waar hij Kenia's eerste eigentijdse dansgezelschap oprichtte. Na omzwervingen door onder andere Europa keerde hij in 2001 terug naar zijn geboorteland. In zijn Kabako Studios in Khinshasa wordt lokaal artistiek talent op het gebied van theater, dans, film en muziek ondersteund. In zijn eigen stukken gaat Linyekula vaak in op de geschiedenis van zijn land. 'Ik, die niets anders kan dansen dan mijn naam en de talrijke ruïnes die ik erfde: Democratische Republiek Congo, Zaïre, Mobutu, Lumumba, Leopold II, en nog maar eens negers die creperen.' Linyekula werkt geregeld als gastchoreograaf en geeft les in Afrika, de Verenigde Staten en Europa. Eerder zei hij in de Volkskrant: 'Ik ben een documentalist, maar hopelijk ook een poëet.'


Nog altijd omstreden

In 1923 veroorzaakte de voorstelling La création du monde door Les Ballets Suédois, over het ontstaan van de wereld volgens Afrikaanse mythen, ophef. Bijna negentig jaar later blijkt dit 'succès de scandale' de gemoederen nog steeds te beroeren: op het Holland Festival brengt de Congolese choreograaf Faustin Linyekula (38), in 2007 winnaar van de Prins Claus Prijs, zijn commentaar op het stuk. Zijn ergernis van nu is echter een totaal andere dan die van publiek, pers en ook dansers van toen. Het perspectief is veranderd, en daarmee ook de controverse.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden