Oud-minister Gerrit Braks (1933-2017) sprak de taal van boeren beter dan die van politici

Het symbool van de emancipatie van het katholieke platteland werd hij wel genoemd. De overleden Gerrit Braks (84) sprak de taal van de boeren en hij was bijna tien jaar minister van landbouw. Hij was aimabel en vooral in Brussel zeer invloedrijk, maar op den duur vielen toch lelijke gaten in zijn beleid. Hij was de laatste minister van de twintigste eeuw die politiek sneuvelde.

Gerrit Braks in 2002. Beeld anp

Gerardus Johannes Maria Braks kwam van 'een boerderij van elf kinderen, tien zeugen en acht koeien', zoals hij zelf later zei. Hij was destijds vrijwel de enige arme boerenzoon uit Oost-Brabant die de hbs en 'Wageningen' voltooide. Hij was ambitieus en maakte schitterend carriëre aan het Groene Front, tenslotte als Nederlands ambtelijk toponderhandelaar in Brussel. De KVP wilde hem in 1977 graag als Kamerlid, hoewel hij eerst nog partijlid moest worden. 'Wees niet laks, stem Braks', stond in Brabant op de borden.

Het nieuwe Kamerlid was uiterst deskundig op zijn vakgebied en werd binnen drie jaar minister, na een herschikking van het kabinet-Van Agt I toen Andriessen (Financiën) aftrad. Braks zou met een korte onderbreking landbouwminister blijven tot september 1990.

Pijnlijke ombouw

De boerenstand kreeg het echter steeds moeilijker. Er werd veel en goed geproduceerd, maar dat vergde ook veel Europese subsidie en leidde tot enorme overschotten. Bovendien bleken de milieugevolgen in Nederland schrikbarend. En de vissers visten zoveel dat er te weinig nieuwe vis geboren werd.

Braks begon met een grote en voor zijn beroepsgroepen pijnlijke ombouw. Hij wist boze boeren in hun eigen taal toe te spreken en conflicten te sussen. In de Tweede Kamer was hij stroever en meer van het papier afhankelijk. In het voor boeren acceptabel maken van de noodzakelijke vernieuwingen lag zijn grootste verdienste.

Toch bleef Braks te veel een vakminister die eenzijdig belangen behartigde en bovendien te weinig greep had op zijn departement. De grote vernieuwingen werden op papier keurig geregeld, maar op de uitvoering ervan werd nauwelijks gelet. Zijn ministerie, steeds meer in handen van machtsbeluste jonge juristen, probeerde elk falen onder het tapijt te vegen. Hun controledienst, de AID, werd een lachertje. De inspecteurs werden vaak van de erven en de visserskotters gejaagd.

Braks op bezoek bij Lubbers als kandidaat-minister in 1982. Beeld anp

Falend beleid

In 1987 bleek het visserijbeleid compleet mislukt. Braks kon de schuld toen nog grotendeels afschuiven op zijn staatssecretaris in de vorige periode, de VVD'er Ad Ploeg. Toch werd hem 'verwijtbaar medeweten' aangewreven en kon hij zichzelf alleen nog redden met veel excuses en royale beloften van beterschap. Van dat laatste kwam weinig terecht. Vangstoverschrijdingen, fraude en geweld van vissers bleven aan de orde van de dag.

Ook ander beleid, zoals beperking van mest en bestrijdingsmiddelen, faalde. De boeren voelden zich, evenals de vissers, geheel eigen baas. Het ministerie liet alles te veel op zijn beloop. In 1989 hadden premier Lubbers en fractieleider Brinkman liever een andere minister dan de ietwat doorgesleten Braks, maar ze vonden niemand.

Naast het voortdurend falen van het visserijbeleid, kwam rond 1990 ook het disfunctioneren van zijn departement meer aan het licht. In september dat jaar zegde regeringspartij PvdA, in navolging van de hele oppositie, het vertrouwen in Braks op. Deze bleek volkomen verrast, terwijl toenmalig CDA-premier - en raspoliticus - Ruud Lubbers het al zag aankomen en meteen vaststelde dat dit geen kabinetscrisis mocht zijn.

Voorzitter

Officieel bleef het CDA achter Braks staan, maar deze zou Lubbers nog vaak verwijten dat die hem niet beter had beschermd. Braks heeft de argumenten voor zijn wegsturen nooit geaccepteerd. Hij kon niets met onaangename politieke en maatschappelijke realiteiten. Hij was te veel een man gebleven van het Groene Front en het Brusselse spel.

Gerrit Braks werd later nog (onwennig) voorzitter van de publieke omroep KRO en ging aan de slag als CDA-senator, maar miste wel enkele grote internationale benoemingen. Het CDA bleef altijd achter hem staan. In 1993 was hij voorzitter van de programcommissie en in 1998 werd hij voorzitter van de CDA-senaatsfractie. Toch nog een generalist, maar vijftien jaar te laat. Voor een goedhartig en sympathiek mens met grote - wat eenzijdige - kwaliteiten kan de politiek wreed en tragisch zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.