Interview Treinkaping De Punt

Oud-mariniers doen boekje open over treinkaping De Punt: 'Wij zijn killers'

Het proces over de treinkaping bij De Punt is een schijnvertoning. Dat zeggen twee oud-mariniers in 2017 tegen de Volkskrant. Zij moesten in 1977 op hetzelfde moment een gegijzelde school in Bovensmilde ontzetten. Antwoorden van getuigen zijn ingefluisterd, stelden ze. 'Ons is maandenlang gevraagd om onze kop te houden. Maar hier stopt het.'

'Ik zou uit die getuigencabine zijn gestapt, weg van de stemvervormer, voor die rechters zijn gaan staan en hebben gezegd: kijk me aan, kijk in mijn ogen, hier ben ik, dit ben ik, dit is wat ik heb gedaan om die gijzeling te beëindigen. Dat was mijn werk en daar ben ik fucking trots op.'

Oud-marinier Jack Schollink (68) van de antiterreureenheid BBE (Bijzondere Bijstandseenheid) reed de afgelopen weken bijna dagelijks om zes uur 's ochtends van zijn woonplaats Almelo naar de Haagse rechtbank om zijn oud-collega's onherkenbaar en met stemvervorming te horen getuigen. Zeer tegen hun zin moesten elf mariniers na veertig jaar komen uitleggen hoe ze de treinkaping bij De Punt in 1977 hebben beëindigd. Zes van de negen kapers en twee passagiers verloren daarbij het leven.

Uit geheim gehouden documenten bleek in 2013 dat sommige treinkapers van dichtbij zijn doodgeschoten, hoewel ze al zwaargewond en ongewapend op de grond lagen. Namens hun nabestaanden klaagt advocaat Liesbeth Zegveld de staat aan: gaf de Nederlandse regering opdracht hen te doden? Zijn gewonde kapers onnodig geëxecuteerd?

Het proces is een schijnvertoning, zeggen Schollink en zijn collega Peter Gatowinas (61) in een hotel langs de snelweg bij Amersfoort. 'De jongens verklaren dingen waar ze zelf niet achter staan.'

De rechters zaagden de getuigen door over de vraag of ze zich hebben gehouden aan geweldsinstructies die de overheid zou hebben voorgeschreven: terroristen eerst op de benen schieten en krijgsgevangen nemen bij duidelijke overgave. 'Ja', verklaarden ze vrijwel allemaal, daar hebben ze zich keurig aan gehouden.

'Geweldsinstructies? Wij zijn mariniers!', foetert Gatowinas. 'Wij worden ingezet als laatste redmiddel om de democratie te herstellen. Wij zijn getraind om te doden. Martelen. Een strot doorbijten als het moet. Wij zijn killers. Na ons is er niemand meer. Als je ons inzet, wordt doden ingecalculeerd. Anders bel je de politie.'

Heeft de overheid opdracht gegeven om kapers te doden?

Schollink: 'Die nacht, om vijf uur, hebben langeafstandsschutters 8 minuten lang met mitrailleurs de trein doorboord met 15 duizend pantserpatronen - die gaan door alles heen. Ze schoten continu op de coupés waarvan werd vermoed dat daar terroristen sliepen, om te voorkomen dat zij zich richting gijzelaars zouden verplaatsen. Er is gericht geschoten. Als je een trein volpompt met zoveel dodelijke munitie, zo lang, kan het alleen maar de bedoeling zijn dat daar doden vallen. Die aanval is door de Nederlandse overheid geïnstrueerd en goedgekeurd. Dan kun je nu niet volhouden dat de mariniers daarna in de trein levensbesparende geweldsinstructies moesten opvolgen. Hou toch op.'

Schollink en Gatowinas zijn ervan overtuigd dat de getuigenissen van hun collega's zijn voorbereid en op elkaar afgestemd, in opdracht van de overheid, om de opdrachtgevers van destijds - 'de hoge heren in Den Haag' - vrij te pleiten.

Keuze van de hoofdredactie

Als u vandaag slechts één verhaal leest, laat het dan ons interview met twee oud-mariniers zijn. Verslaggeefster Wil Thijssen rustte niet voordat zij het verhaal van de mariniers over de Molukse gijzelingen in de krant kreeg. De twee maken in levendige woorden gehakt van de officiële mededelingen van de staat en hun getuigende collega’s over de geweldsinstructie.

'Luisterend naar de antwoorden van onze mede-BBE'ers werd ik boos', zegt Gatowinas. 'Ik dacht: dit kan alleen maar ingefluisterd zijn. Ze hadden het over schieten op de benen, op de knieën. Wij schieten niet op benen. Dat doet een wijkagent.'

Schollink: 'Ik was hun schietinstructeur. De jongens trainden met uzi en revolver. Ik leerde ze: richt op romp en gezicht. Vanuit alle standen: gebarricadeerd, liggend, staand, links, rechts, koprol - alle soorten. Ik heb in mijn hele leven nog nooit meegekregen dat ik ze op benen moest leren schieten. Als de Haagse geweldsinstructie klopt, waarom hadden wij dan alleen schietschijven met kop en romp, en niet met benen?'

Zelf werden Jack Schollink en Peter Gatowinas destijds ingezet om de gegijzelde basisschool in Bovensmilde te bevrijden. Dat moest gelijktijdig met de treinbestorming, om te voorkomen dat de kapers in de school wraak zouden nemen.

'Bij onze briefing werd letterlijk gezegd dat er kapers zouden sterven', zegt Gatowinas. 'Ons werd verzocht, nee, bijna gesmeekt: 'Heren, ik heb een dringend verzoek: in de trein gaan doden vallen. Om de goeie naam van het korps mariniers hoog te houden verzoek ik jullie met klem, als je de mogelijkheid hebt, de terroristen levend uit de school te halen'.'

Schollink: 'Men ging er dus van uit dat wij ze zouden doden.'

Wie deed dat verzoek?

Gatowinas: 'De commandant van de marechaussees die de tanks bestuurden. Ik weet dat honderd procent zeker. Bij die briefing waren 48 getuigen.' Schollink knikt bevestigend - ook hij was erbij.

Het lukte. In Bovensmilde kwamen vier kapers levend naar buiten. Dat mag gerust een wonder heten, zegt Gatowinas, want de haat bij de mariniers zat diep. Ze hadden de eerste Nederlandse treinkaping meegemaakt, bij Wijster in 1975, en zagen hoe 'afschuwelijk kil' de Molukkers executies voltrokken.

Gatowinas lag daar tussen de scherpschutters en zag hoe de treindeuren opengingen, hoe een passagier - een militair - op zijn knieën in de deuropening werd gezet en naar buiten werd geschoten. 'Niet met een nekschot, maar gewoon door zijn lijf.' Hij hoorde later hoe de soldaat met z'n vingers in het grind had gekrabd, want hij leefde nog. Hij zag hoe de man opzettelijk in zijn kruis werd geschoten en pas daarna, 'heel berekenend', een genadeschot door zijn hoofd kreeg.

Een paar dagen later gingen de treindeuren weer open. 'Ik zag daar iemand knielen. Er was een doodse stilte. Je weet wat er gaat gebeuren en je krijgt het ijskoud. Dan zie je iemand voorover vallen. Bam. Naar buiten. Pas daarna hoor je de knal. Dan gaat er iets door je heen: we hadden ze al drie keer kunnen overmeesteren. Dit had niet gehoeven. Maar de overheid durfde niet in te grijpen. We mochten de lijken niet weghalen. Man, wat waren wij kwaad.'

U zegt eigenlijk: we hebben de kapers levend uit de school gehaald, maar we hadden ze het liefst doodgeschoten.

Gatowinas: 'Ja natuurlijk! Die terroristen gingen die trein en de school niet binnen met een tompouce en een kopje thee, hè? Dat ging met grof geweld. Wij zaten daar met 105 gegijzelde kinderen in de leeftijd van 5 tot 9 jaar. Waar haal je het gore, vieze lef vandaan om kleine kinderen met de dood te bedreigen? Ze dreigden een granaat in het lokaal te gooien. Ze lieten die kinderen roepen: Van Agt, wij willen leven. Weet je hoe bang die kinderen waren?

'Het zijn lafaards, daar zat onze haat. Dat zijn dan die klootzakken waarvan wij hebben gezegd: we halen ze er levend uit.' De oud-marinier slaat hard met zijn vuist op tafel: 'En dat deden we. Wij weten: je hoeft maar één keer die trekker over te halen, en ze gaan eraan. Dat hadden we al tienduizend keer geoefend. En toch konden we het opbrengen om ze, geheel in lijn met de opdracht, alle vier levend naar buiten te halen. Daar ben ik trots op.'

Is het mogelijk dat de mariniers in de trein de verleiding niet konden weerstaan om uit wraakzucht gewonde kapers dood te schieten?

Schollink: 'Een goede marinier doet zoiets niet.'

Gatowinas: 'Maar een compagnie bestaat niet alleen uit tienen, hè. Er lopen ook zesjes tussen.'

Een geluidsopname van de treinbestorming is heel belastend. Daarop is onder meer te horen: 'Deze is dood?' 'Ja nu wel.' En: 'Ik heb ze allebei kapotgeschoten.'

Schollink: 'Daar wil ik niet op reageren. Daar moet de rechter zich over uitspreken.'

Getuigen legden alleen verklaringen af over zichzelf en herinnerden zich niets over hun collega's. Zelfs niet toen de rechter daar 'met klem' op had aangedrongen.

Schollink: 'Dat is mij ook opgevallen. Ik denk dat dat van tevoren is afgestemd. Natuurlijk weet je wat je collega heeft gedaan. Zo'n treincoupé is een kleine ruimte.

'Bovendien behoor je van elkaar te weten wie wat doet. Je leven hangt immers van je collega's af.'

Wat is er waar van twee anonieme verklaringen dat een vertegenwoordiger uit Den Haag kwam vertellen dat de kapers dood moesten?

Schollink: 'Ik acht het aannemelijk.'

Gatowinas: 'Kijk uit met wat je zegt, hè. Laat ik het zo zeggen: Dries van Agt, destijds minister van Justitie, was in die tijd erg aan het armpjedrukken met minister-president Joop den Uyl.'

Schollink: 'Die twee lagen elkaar niet.'

Gatowinas: 'Van Agt zei: hup, oplossen, maak er een einde aan. Alles wat hij zei in interviews en in de Kamer kwam op ons over als: het interesseert me niet dat er dooien vallen.'

Schollink: 'Ik zal je een ander verhaal vertellen: waarom hebben de overlevende kapers maar 6 tot 8 jaar celstraf gekregen? Waarom kregen ze geen hogere eis, van moord op twee gegijzelden in de trein? Omdat alles heel snel in de doofpot moest. Men wilde toen geen onderzoek doen. Later bleek dat passagiers helemaal niet door kapers maar door kogels van onze militairen waren omgekomen. Het was verkiezingstijd - op die waarheid zaten Van Agt en Den Uyl kennelijk niet te wachten.'

De staat is de schuld van alles, vinden de mariniers. Die heeft die Molukkers hierheen gehaald en beloofd dat ze ook weer teruggezonden zouden worden naar een eigen staat. 'Daarom gingen ze tot gijzelingsacties over', zegt Schollink. 'Ze zijn genaaid en belogen door de Nederlandse overheid. De regering naait ook altijd haar militairen. Wij worden altijd opgeofferd. Kijk naar Srebrenica. Kijk naar de KNIL-militairen. Kijk naar de berechting van Eric O., die in Irak gewoon z'n werk deed. Kijk naar Mali. Kijk naar onze Bijzondere Bijstandseenheid. Mariniers moeten nu onder ede vertellen dat het niet zo is gegaan zoals het in werkelijkheid wél is gegaan.'

Gatowinas: 'Kom eens een keer op voor je manschappen. Daar had een minister moeten staan die zegt: ik sta hier voor het korps mariniers en voor de BBE. Kom maar met je vragen, ik zal je open en eerlijk antwoord geven. Laat die jongens met rust, die deden gewoon wat wij ze in Den Haag hadden opgedragen. En ja, wij wisten van tevoren dat er doden zouden vallen.'

Schollink: 'Van Agt heeft destijds in het Kamerdebat geantwoord op de vraag wie hiervoor verantwoordelijk is: die kerel staat voor jou. Dat ben ik. Ik neem alle verantwoordelijkheid op mij. Waar blijft hij nu in deze zaak?'

De staat moet zaken oplossen en niet de schuld afschuiven uit functionele zelfbescherming, zegt Schollink. 'Eigenlijk zegt de overheid in dit proces: wij hebben de goeie opdracht gegeven, maar die mariniers hebben het niet goed begrepen. Bullshit!'

Voor diezelfde overheid voerden jullie kritiekloos opdrachten uit.

Schollink: 'Juist. Wij voerden uit. Wij doen wat er gezegd wordt. Maar diezelfde staat laat ons vallen als bakstenen als het te heet wordt onder hun voeten. Deze getuigen moeten hun trots verloochenen om de overheid te dekken. Dat doet me pijn.'

Gatowinas: 'Weet je waarom ik bij het korps ging? Ik had een hekel aan leren. Ik had drie jaar op de LTS leren timmeren. Ik kon marinier worden omdat ik stom en gewillig was, en fysiek goed in elkaar zat. Piepjong, stom en gewillig, dat waren wij. Als ze riepen: spring! was onze enige reactie: hoe hoog?'

De BBE'ers wilden meelopen in het defilé ter ere van het 400-jarig bestaan van het Korps Mariniers op de Rotterdamse Coolsingel in 2015. Met de BBE-vlag en speciaal ontworpen jasjes met hun embleem. 'Mocht niet', vertelt Schollink. 'Mijn oud-commandanten vonden het geen goed idee omdat de treinkapingszaak toen al liep. Waarom mogen wij daar niet lopen? Waarom mag niemand zien wie we zijn? Wij zijn trots op wat we allemaal voor Nederland hebben gedaan.'

Gatowinas: 'Ze zeiden: Jack kan het niet loslaten. Maar wat moet je loslaten? Eens marinier, altijd marinier? Moet je dat loslaten? Moet je loslaten dat je trots bent? Dat je vijf gijzelingsacties hebt beëindigd? Dat je steeds naar binnen ging met het hoogst inzetbare, je eigen leven?'

Al maandenlang mogen de mariniers niet over deze zaak praten, vertellen ze. Oud-officieren verzochten alle BBE'ers van de gegijzelde trein en school om niet met journalisten te praten. 'Ons is herhaaldelijk gevraagd onze kop dicht te houden', zegt Gatowinas. 'Het moest klein en binnenshuis blijven. Maar hier stopt het. Er moeten dingen worden rechtgezet.'

De getuigen vinden dat advocaat Zegveld het korps mariniers in een kwaad daglicht stelt.

Schollink: Zegveld valt de mariniers niet aan, maar de staat. Haar cliënten hebben recht op antwoorden. Zegveld helpt hen. Dat is wettelijk en normaal. Collega's die haar bekritiseren snappen niet hoe de rechtsstaat in elkaar zit.'

Zegveld overweegt aangifte te doen van meineed: volgens haar spreken sommige getuigen niet de waarheid. Hoe kijken jullie daar tegenaan?

Schollink: 'Ik vind dat zeer aannemelijk, als niemand zegt zich daden van collega's te herinneren. En die geweldsinstructies zijn zo echt niet gegeven. Een getuige herkent op band zijn stem, maar ontkent wat er is gezegd... enzovoorts.'

Gatowinas: 'We misten een vraag. De rechters hadden de mariniers moeten vragen: had je met jullie wapens iemand kunnen uitschakelen zonder hem te doden? Antwoord: nee. Wij hadden een uzi en een revolver. Eén schot met een uzi zijn vier, vijf patronen in een lichaam. Prrrrrt. Een schot vanuit een revolver met een Magnum hollow-point - inderdaad verboden, maar die hadden wij - doodt je eveneens. Wij noemen dat stopkogels, maar in de praktijk sloop je daarmee een heel lichaam van binnen. Dat kan voor de Haagse heren geen verrassing zijn geweest.'

In de rechtbank in Den Haag waren de afgelopen weken veel Molukse nabestaanden en sympathisanten aanwezig, evenals collega's van de getuigende mariniers. Tijdens schorsingen zochten Molukkers contact met de mariniers, en andersom. Daar was geen haat of nijd, zegt Schollink. 'Integendeel: daar was harmonie. Vriendelijkheid. Nieuwsgierigheid naar elkaar. Begrip van beide kanten. Daarom snap ik niet waarom die getuigen zo afgeschermd moesten worden.'

Ze hebben niks tegen Molukkers, benadrukken de twee oud-mariniers. Ze hebben alleen iets tegen terroristen. Gatowinas: 'Als morgen een trein vol Molukse passagiers wordt gegijzeld door een witte, Hollandse kaaskop, trek ik die klootzak eruit en sloop ik hem.'

Nu de geest uit de fles is, mag wat Gatowinas betreft ook alle geheime informatie in de openbaarheid. Niet alleen bij de treinkaping bij De Punt, maar ook bij die in Wijster werden geluidsopnamen gemaakt, vertelt hij. Kikvorsmannen plakten opnameapparatuur onder de trein om de kapers te kunnen afluisteren. 'Binnen onze eenheid ging het gerucht dat Manusama, de Molukse president in ballingschap en tevens onderhandelaar namens de Nederlandse regering, helemaal niet zijn best deed om de kapers uit de trein te krijgen, maar dat hij juist zei: blijf hier, hou vol. Dat moet op band staan. Waarom wordt dat geheim gehouden? Als het klopt, heeft de Nederlandse regering dat geweten. En toch mochten wij niet ingrijpen. Dat heeft drie levens gekost.'

Het is jammer, zegt hij, dat de Molukkers tot deze drastische, gewelddadige acties overgingen. Er was immers een moment dat een groot deel van de Nederlandse bevolking achter de Molukkers stond wegens niet nagekomen beloften. Dat was hun belangrijkste wapen tegen de Nederlandse regering, stelt Gatowinas. Juist dat wapen keerde zich tegen hen door gijzeling van diezelfde bevolking, mannen, vrouwen, kinderen, en het maken van slachtoffers daarbij.

'Het ergst van alles vind ik dat de nabestaanden zoeken naar antwoorden, maar in hun zoektocht worden zaken door Nederland nog steeds verdedigd en verzwegen, misschien zelfs door getuigen te instrueren. Daardoor komen twee bevolkingsgroepen weer tegenover elkaar te staan. Na veertig jaar is de wond geheeld, maar het korstje zit er nog op. Laat het genezen. Waarom kan de staat niet gewoon zeggen: sommige zaken hadden we beter anders kunnen doen?'

Wat willen jullie met dit interview bereiken?

Jack Schollink, na een stilte: 'Ik wil dat de staat eindelijk eens op z'n knieën gaat' - hij raakt geëmotioneerd - 'en ons allemaal excuses aanbiedt.'

Peter Gatowinas: 'En aan de Molukse gemeenschap.'

Reacties

Aan voormalig minister-president Dries van Agt, in 1977 als demissionair minister van Justitie verantwoordelijk voor de beëindiging van de gijzelingen, is de kritiek van de mariniers voorgelegd. Hem is inzage in dit interview aangeboden om een weerwoord te kunnen geven. Hij weigerde de tekst te ontvangen. Zijn commentaar: 'Ik geef geen reactie; ik ga hierover niet in discussie zolang het proces loopt.'

Defensiewoordvoerder Klaas Meijer namens de Nederlandse staat: 'De staat betreurt het dat er bij deze twee mariniers onrust is ontstaan. Mariniers die niet bij de actie bij de trein betrokken zijn geweest. De mariniers die hebben getuigd in de rechtszaak hebben dat naar eer en geweten gedaan. Er is geen sprake geweest van een instructie van de staat aan de mariniers die zijn gehoord. De voorbereiding van deze mariniers heeft plaatsgevonden door de advocaat die zij zelf hebben gekozen, de heer Knoops. Inhoudelijk kan de staat verder niet reageren, omdat de zaak onder de rechter is.'

Advocaat Geert-Jan Knoops reageerde in de Volkskrant al eerder op aantijgingen van beïnvloeding van getuigen: 'Beïnvloeding van getuigen is iets anders dan voorbereiding. Het is onze verantwoordelijkheid als advocaat om een cliënt-getuige voor te lichten over wat een getuigenverhoor inhoudt en wat hem of haar te wachten staat. Dat veel getuigen tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd over de gebeurtenissen in de trein toont juist aan dat er géén sprake van beïnvloeding is geweest.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden