Oud-marinier zag nog bij leven straat naar hem vernoemd

Voor een actie tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in Nederlands-Indië kreeg hij de zelden uitgereikte Militaire Willemsorde.

In augustus 1946 kreeg korporaal Albert ('Bèr') Hoeben van het koloniale commando de opdracht om met zijn manschappen een stelling van voor hun onafhankelijkheid strijdende Javanen te veroveren. In de greppel waarin de mannen lagen, wierpen de opstandelingen drie granaten. Een kwam op de rug van Hoeben terecht, de andere twee naast hem. Hij grabbelde alle drie de granaten op voordat ze zouden ontploffen en wierp ze bliksemsnel terug. Twee ontploften. Vervolgens gooide hij ook nog een eigen granaat. Hierdoor ontstond een enorme stofwolk die als dekking diende voor zijn eenmansactie. Terwijl zijn manschappen onder mitrailleurvuur lagen, sprong hij uit de greppel en rende met gevaar voor eigen leven naar de stelling. Hij schoot een van de tegenstanders dood en wist een ander met een klap van de kolf uit te schakelen. De vijandige mitrailleur, opgesteld in een bunker, schakelde hij met een volgende handgraat uit. De groep van Hoeben wist daarna een grote hoeveelheid munitie buit te maken.


Voor deze daad kreeg Albert Hoeben in 1947 de zeldzame onderscheiding Ridder der 4e klasse der Militaire Willems-Orde uitgereikt door prins Bernhard. Hoeben overleed donderdag op 94-jarige leeftijd in zijn geboorteplaats Stramproy in Limburg. Na zijn dood leven er nog vier met die onderscheiding: naast een Brit en een Amerikaan de 93-jarige Nederlandse verzetsheld Cornelis van der Hoek (een van de leden van de Partizanen van de Biesbosch) en de nog actieve 43-jarige voormalige Afghanistan-strijder Marco Kroon.


Hoeben besloot vlak na de bevrijding van het zuiden van het land zelf in dienst te treden en mee te vechten aan de verdere bevrijding van het vaderland. Op 28 maart 1945 meldde hij zich als oorlogsvrijwilliger bij het Korps Mariniers. Hij werd opgeleid in de VS voor de nieuw te vormen Mariniersbrigade. Maar de oorlog in Nederland was toen al voorbij. Hoeben werd ingezet bij het handhaven van de orde in Nederlands-Indië. Onder druk van revolutionaire jongeren riep Soekarno twee dagen na de Japanse overgave de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië uit. Omdat sprake was van een totaal gezagsvacuüm ontstond een periode van grote gewelddadigheden - Bersiap - die vooral gericht was tegen alle niet-autochtonen, onder wie vooral Nederlanders. Korporaal Hoeben werd op 1 november 1945 geplaatst als ploegcommandant van een automatische geweergroep. Op 29 augustus 1946 streed Hoeben op Oost-Java als commandant bij kampong Godang, waar de heldendaad plaatsvond. Hij keerde een jaar later terug in Nederland.


Hoeben werd ondanks zijn hoge leeftijd de laatste jaren als een van de weinige overlevenden met de Willems-Orde veelvuldig gevraagd veteranendagen en andere herdenkingen op te luisteren, waarvoor hij kon rekenen op auto met privéchauffeur. Op 29 mei 2009 woonde hij in Den Haag ook het evenement bij waar kapitein Marco Kroon de Militaire Willems-Orde ontving.


In Stramproy werd in 2011 een straat (Hoeben Passage) naar hem vernoemd, een eer die hem eerder te beurt was gevallen met het Hoebenpad in Voorschoten. Vele verzoeken had de gemeente Weert, waaronder Stramproy valt, afgewezen omdat nooit straten werden vernoemd naar levende personen. Voor Albert Hoeben werd een uitzondering gemaakt.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden