Oud-CPN-voorman Marcus Bakker (86) overleden

Marcus Bakker is donderdag op 86-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn familie bekendgemaakt.

Heel lang werd hij ‘de beste parlementariër’ genoemd. Hij was parlementair leider, maar nooit partijleider, van de CPN. Een partij die het parlement niet hoog had en de begenadigde politieke artiest Bakker eerder wantrouwde.

Communist

Gijs Schreuders, later ook zo’n klimmer in de CPN en bij De Waarheid, schreef over Bakker: ‘Een man uit één stuk. Eens gezegd blijft gezegd. Marcus ging de rechte weg. De met een lineaal getrokken weg.’ Na de val van de Muur in 1989 schimpte hij op het ‘lepelen in de psyche’ dat bij ex-communisten en de gnuivende buitenwacht populair werd. Schreuders: ‘Zijn wereldbeeld versplinterde, maar hemzelf zou dat niet overkomen’.

Prachtig schelden

Bakker was een vechtjas en kon prachtig schelden. Als theoreticus en beschouwer van de samenleving was hij minder geslaagd. Maar zijn uitstraling was bij niet-communisten zo groot dat hij de CPN belangrijker deed lijken dan die wereldvreemde club verdiende. In de Tweede Kamer stelde hij de zaken helderder en bijtender dan de sociaal-democraten.

Verzet

Marcus werd op 20 juni 1923 geboren in een SDAP-milieu. In 1943 sloot hij zich aan bij het communistisch verzet. In zijn memoires Wissels, bespiegelingen zonder berouw (1983) - kenmerkende ondertitel - beschreef Bakker hoe hij via illegale CPN-cellen gestolen vleesbonnen aan de armsten deed toekomen. Al gauw werd hij voor groter verzetswerk ingeschakeld. Belangrijk was dat hij ergens bij kon horen en met anderen tegenmacht tegen de bezetter kon vormen. ‘Je werd niet alleen meer geschoven. Je schoof zelf ook.’

Hij vond bij de CPN ‘gewone mensen’, maar ‘die net iets meer hadden dan de anderen’. Hij bewonderde hun moed en herkende hun diepe angst. Bij de bevrijding zei Bakker: ‘Nu hoef ik nooit meer bang te zijn’. Hij was als 22-jarige buitenproportioneel gehard, wat hem in het algemeen meer geschikt maakte voor de CPN- en andere arena’s dan voor de hoffelijke en tactvolle omgang met de burgerlijke medemens.

Hoofdredacteur

Bakker maakte snel carriére in de CPN. Op zijn 22ste zat hij in het partijbestuur, op zijn 24ste in het dagelijks bestuur en op zijn 30ste was hij de jongste hoofdredacteur van Nederland, bij De Waarheid. Een begaafd partijdig journalist, die messcherpe stukken met de hand maakte.

In Wissels schreef hij: ‘Wij waren eenzijdig, hypereenzijdig in die koude-oorlogstijd. Maar de wereld zag eruit zo plat als een dubbeltje, er waren maar twee zijden te onderscheiden.’ En: ‘Ik kan nog steeds niet rouwen om die prioriteitenkeuze in die kille en rauwe tijd.’ In 1951 mocht het jonge talent met de bewonderde leider Paul de Groot het verkiezingsprogram schrijven, waarin Stalin ‘de grootste veldheer aller tijden’ werd genoemd.

Voor de CPN-hardheid en -spionnenwaan had Bakker een opmerkelijke verklaring. De communisten hadden lang in de illegaliteit geleefd en namen elkaar min of meer de maat met de oorlogsperiode. Zij vreesden elk moment opnieuw in de illegaliteit te kunnen komen en leefden daarnaar. Zelfs waren er plannen om van De Waarheid een ‘brochure-apparaat’ te maken als het blad werd verboden, iets waar KVP-leider Romme vaak voor pleitte.

26 jaar kamerlid

In 1956 werd de Waarheid-hoofdredacteur Tweede Kamerlid en hij zou dat 26 jaar blijven. Het verse kamerlid moest voor zijn beëdiging een uur wachten op Kamervoorzitter Kortenhorst en kreeg daarna géén hand. Zijn parlementariërschap werd succesvol, maar Paul de Groot wantrouwde dat soort werk en kwam zelf als kortstondig kamerlid nauwelijks in Den Haag.

Pas in de jaren zeventig werd de CPN, vooral dankzij Bakker, op het Binnenhof steeds meer salonfähigen in 1972 werden zeven kamerzetels behaald. In de PvdA begonnen meer mensen aan een ‘volksfront’ te denken. Er was zelfs een actiegroep met de niet zo wervende naam: ‘Geef De Groot een poot’. Toch kwam er niets van. De CPN-campagne van 1977 onder De Groots leus ‘Van Agt eruit, de CPN erin’ werd zo opdringerig dat Den Uyl die variant nadrukkelijk uitsloot.

Na treurige verkiezingen (twee zetels) werd De Groot half gek. Hij begon de hele CPN-top, Bakker, Hoekstra en de gebroeders Wolff incluis, aan te vallen. Het was Bakkers eerste en laatste echte ruzie met de leider. En het betekende het einde van de klassieke CPN en van De Groots invloed. De partij kwam meer in handen van de vroeger zo belerend toegesproken ‘kameraden studenten’ en feministen. Bakker mocht het roemruchte uithangbord in Den Haag zijn.

Politiek spel

‘Ik haat de uitdrukking ‘‘het politieke spel’, schreef de CPN-fractieleider, maar hij speelde het met verve. Hij was een vaste klant van de interruptiemicrofoon en werd alleen door de grootste debattijgers niet gevreesd. Bakker kwam steeds op voor de rechten van het parlement tegenover de regering. Na zijn vertrek werd in het nieuwe Kamergebouw een zaal naar hem genoemd, overigens tot woede van enkele parlementaire veteranen uit de Koude oorlog.

Volgens Gijs Schreuders bezat Marcus Bakker het vermogen om zinnen met Hoofdletters uit te spreken: ‘Maar Het Gaat Toch Om De Macht’. Uiteindelijk ging het hem om veel meer dan de (voor hem onbereikbare) macht. Geen echt aimabel mens. Maar als hij in volle woede concreet onrecht aanviel, voelden veel mensen bewondering en sympathie.

Marcus Bakker (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.