Oud-bankier was baken van behoedzaamheid

Postuum..

Peter de Waard

Amsterdam Een gemoedelijke pijproker met een weelderige witte haardos, een grote bril en een kwinkslag. Hij zag zichzelf niet als topman maar als teamleider – ‘de besluitvorming lijkt daardoor traag te zijn, maar is wel altijd weloverwogen’.

Met zijn schraperige bromstem wilde oud-ABN-topman Rob Hazelhoff nog wel eens ironisch uit de hoek komen. Hij hield van het understatement – iets waar de Amerikanen die altijd de grootste en de beste wilden zijn, geen weg mee wisten, zei zijn voorganger André Batenburg.

Hazelhoff, die zaterdag op 79-jarige leeftijd tijdens een vakantie op St. Maarten aan een hartaanval overleed, werkte zijn hele leven bij ABN Amro en de voorgangers.

Krantenkoppentaal bezigde hij zelden. ‘Hij blijft altijd de relativiteit in het oog houden’, zei toenmalig collega Wijffels over hem.

Bankbestuurders moeten betrouwbaar zijn. En dus een beetje saai. Collegialiteit is belangrijk. En excessieve honorering via bonussen is onacceptabel. Het meest had Hazelhoff een hekel aan mensen die boven hun stand leefden.

In de tijd dat Hazelhoff de ABN en later de ABN Amro leidde, was er nog geen haantjescultuur in het Nederlandse bankwezen. ‘De belangrijkste taak van een topbankier is to avoid disaster’, zegt Hazelhoff vlak na zijn pensionering.

Hazelhoff wordt op 21 oktober 1930 geboren in Delft. Zijn vader is daar directeur van het Arbeidsbureau. Hij is een verwoed lezer. De roman Max Havelaar van Multatuli geeft hem de inspiratie om een baan te zoeken bij een handelsmaatschappij. Op zijn 22ste wordt hij werknemer bij de Nederlandsche Handel-Maatschappij, de voorloper van de ABN, en wordt hij achtereenvolgens in Nairobi, Kampala en Jakarta gedetacheerd. Hij leert vooral behoedzaamheid.

‘Als je je eerste krediet verspeelt, en dat was in mijn geval 300 gulden, dan wordt er meteen gezegd: ‘Volgende keer vermelden we dat op je conduitestaat.’ Ik heb een heel weekend in een bazaar in Afrika naar de man gezocht om mijn 300 gulden terug te krijgen.’

Hazelhoff is een ouderwetse conservatief die de koloniale elementen van de bank koestert. In 1966 wordt hij baas van de ABN in Buenos Aires en daarna in New York. In 1971 keert hij als bestuurslid terug in Amsterdam en in 1989 wordt hij op grond van anciënniteit voorzitter van de raad van bestuur. Een jaar later begint Hazelhoff fusiebesprekingen met Roelof Nelissen van de Amrobank.

De beide juristen bereiken snel een akkoord en Nederland krijgt zijn eerste financiële grootmacht. De cultuurverschillen blijken al op de eerste dag. De ABN’ers geven hun collega’s van de Amrobank in de raad van bestuur een presentje van 12,50 gulden. Andersom worden gouden dasspelden van 1.250 gulden cadeau gedaan.

Hazelhoff wordt topman. Afwachten is zijn parool. ‘Wat ik wil nalaten is een betrouwbare bank, niet een die qua balanstotaal de twintigste van de wereld is geworden.’ In 1994 gaat hij met pensioen en wordt opgevolgd door Jan Kalff die een ambitieuze expansie in het buitenland begint. Hij blijft nog tot 2001 commissaris.

Met lede ogen en uiteindelijk zelfs met walging ziet hij wat daarna met de bank gebeurt – de uitlevering aan de aandeelhouders, bestuurders die voor hun eigen gewin opereren. Hazelhoff vindt dat Groenink de bank verkwanselt. En daarom mag hij geen lid worden van de club van oud-bestuurders.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden