Otter

Geen Nederlandser dier dan de otter. Ecoloog Hugh Jansman zag de herintroductie van het waterbestendige roofdier met groot genoegen slagen. 'Het bruist van de otter.'

'Ach, hoe werkt beeldvorming. Sinds we zijn begonnen met het herintroduceren van de otter, in 2002, hebben we geregeld te maken met dode exemplaren, vooral verkeersslachtoffers. Ik heb ze vaak op de snijtafel en omdat we elke dode otter melden, krijg je een aaneenschakeling van berichten: dode otter hier, dode otter daar. Ik spreek soms mensen in Nationaal Park Weerribben-Wieden die zeggen: hij zit er vast niet meer, ze zijn allemaal doodgereden. Maar het barst er van de otters.


'De herintroductie van de otter is in werkelijkheid een groot succes gebleken. We hebben in 2002 de eerste groep uitgezet in de Weerribben-Wieden, de zomer daarna werden al jongen geboren. Nu zit de uitzetbiotoop vol. Jonge otters gaan op zoek naar nieuwe leefgebieden. Ze gaan van het brongebied naar minder optimale gebieden eromheen. Van bron naar put, zoals dat heet.


'Ja, de sterfte is daardoor fors. De kans dat een mannetje in zijn eerste levensjaar wordt doodgereden, is 85 procent. Terwijl de sterftekans van een gevestigd wijfje in een goed gebied nog geen 15 procent is. Ik kan me voorstellen dat je het belang van dierenwelzijn vooropstelt en dat doodgereden dieren dus een probleem zijn. Maar verkeer is voor bijna alle roofdiersoorten doodsoorzaak nummer 1. De otter bewijst dat-ie desondanks groeit in aantal. Bovendien: op veel plekken worden loopplanken aangelegd onder wegen door, otters hoeven dan niet meer de weg over te steken, want dat doen ze. De otter jaagt in het water, maar verplaatst zich bij voorkeur lopend langs de oevers.


'Ik vind het spectaculair om te zien hoe er onder de roofdieren één is die zich heeft gespecialiseerd in het watermilieu. De otter heeft daardoor drie tot vier keer zoveel energie nodig om warm te blijven als andere marterachtigen; in het water koel je nu eenmaal sneller af. Dus moet een otter per dag ongeveer 10 procent van zijn lichaamsgewicht eten. Een otter van 10 kilo eet 1 kilo vis per dag. Dat jagen doet hij doorgaans 's nachts, overdag slaapt hij vooral.


'Het spectaculairst aan de otter vind ik die aanpassing aan het water. Zijn zwemvliezen, de 50 duizend haren per vierkante centimeter. Zijn kop is ook fantastisch: de ogen, neus en oren liggen als een driehoek in één vlak, technisch gezien is dat het enige wat hij boven water hoeft te houden om alles waar te nemen. En dat doet hij dus ook. Ik heb in al die jaren in de Weerribben-Wieden twee keer in een flits een otter gezien en twee keer was hij me te snel af. Ze weten vele malen beter waar ik ben dan omgekeerd.


'Aan de andere kant: otters zien vrij slecht. Als je op een strategische plek een tijd lang gaat stilzitten, dan kan de otter op een paar meter afstand langslopen zonder dat hij je in de gaten heeft. Er zijn al veel mensen in de Weerribben-Wieden die jonge, spelende otters hebben gezien in de tuin. En tijdens een wandeling zou je zomaar kunnen stuiten op een slapende otter, want otters zijn notoir vaste slapers. Een ontmoeting met een otter is geweldig, het is een charismatische soort. Alleen al het idee dat hij er zit, geeft dit gebied een enorme meerwaarde. Zowat het hele ecotoerisme is erop gebaseerd; otterwandelingen, ottersloep, otterpannekoek. Het bruist van de otter.


'Een Nederlandser dier dan de otter bestaat eigenlijk niet. Ons land is niet meer of minder dan de delta van twee grote Europese rivieren, we hebben een gigantische hoeveelheid waterwegen, met een enorme biomassa aan vis. De otter hoort daarbij. Bij de delta, bij het wetland, hij kan in marien water, in zoet water, hij kan overal terecht. Kijk naar de oude verspreidingskaarten van de otter: hij zat overal. Het is eigenlijk een grote schande dat we het voor mekaar hebben gekregen dat hij is uitgestorven. In 1988 werd officieel de laatste otter doodgereden.


'Dat uitsterven had vele oorzaken. Vroeger werd de otter veel bejaagd. Vanwege de otterpels, en vissers zagen de otter als concurrent. In de jaren zeventig en tachtig nam het wegennetwerk enorm toe, het verkeer werd intensiever, ook de das werd toen bijna weggereden uit Nederland. Otters verdronken daarnaast massaal in visfuiken en de waterkwaliteit bereikte een dieptepunt. Pcb's en landbouwbestrijdingsmiddelen hoopten zich op in otters. Door al die oorzaken raakte de balans tussen voortplanting en sterfte verstoord.


'De nieuwe Nederlandse otterpopulatie is de best onderzochte otterpopulatie ter wereld. We hebben ze vanaf het begin gevolgd, eerst via zenders, tegenwoordig vooral in het veld, bijvoorbeeld door het analyseren van keutels. Dus weten we nu dat otters hun voedselpatroon aanpassen aan het aanbod. Paling is verdwenen, jonge otters voeden zich nu met exoten als Amerikaanse rivierkreeft en Chinese wolhandkrab, stapelvoedsel voor jonge otters die het kunstje nog moeten leren. Want het kost een otter minimaal twee jaar om zo goed te leren jagen dat-ie probleemloos een vis kan pakken. Oudere otters eten ook snoek.


'Wat we ook weten, uit dna-onderzoek, is dat het weliswaar goed gaat met de ongeveer honderd otters die er nu zijn, maar dat het inteeltpercentage gevaarlijk hoog is. Vers bloed is nodig.


'Ik ben dan ook voorstander van het uitzetten van nog een aantal otters, bijvoorbeeld in de Gelderse Poort. Op die plannen is kritiek, maar het is te laat om nu te zeggen: we stoppen ermee. Dat hadden we dan in 2002 moeten zeggen .


'Ja, je zou kunnen wachten tot er vanzelf meer otters uit Duitsland komen. Maar in Duitsland komen nu ook verweesde otters beschikbaar, die hun moeder verloren hebben en te jong zijn om zelfstandig te overleven. Die worden dan een tijdje opgevangen. Deze otters kunnen de populatie hier een positieve impuls te geven. Bijplaatsen zorgt voor genetische variatie en voor minder zwervende otters, die op zoek zijn naar een leefgebied met paringspartners. Dat vinden ze nu niet of nauwelijks. Dus blijven ze rondlopen, tot ze worden overreden. Als je op goede plekken, binnen het bereik van de Weerribben-Wieden, een groepje neerzet, dan fungeert dat als een magneet op zwervende dieren. Dan neemt de verkeerssterfte af. En vanuit die nieuwe gebieden kunnen de jonggeborenen zich op natuurlijke wijze invechten in de Weerribben-Wieden. Dus ik zeg: doen, hoe eerder hoe beter.


'Wat weleens vergeten wordt, is dat het uitzetten van otters veel geforceerd heeft. De kwaliteit van de Weerribben-Wieden en omgeving moest omhoog, het water moest schoner, obstakels moesten uit de weg worden geruimd en vissers hebben visfuiken ontoegankelijk gemaakt voor otters. Dat is allemaal gelukt, dankzij de otter. Het is zonde dat het ministerie de vruchten niet plukt van het eigen beleid. Ze hebben het aangedurfd om natte verbindingen aan te leggen en om de otter te herintroduceren. Dan denk ik: vier het feestje, wees trots op wat je bereikt hebt en draag het uit.'


OTTER

Wetenschappelijke naam: Lutra Lutra


Familie: Marterachtigen


Kenmerk: Zwemt zeven tot acht uur achter elkaar


Leefgebied: Europa, Azië (grotendeels) en Noordwest-Afrika


Hugh Jansman (41) is dierecoloog en werkzaam bij onderzoeksinstituut Alterra in Wageningen. Hij is sinds 2002 betrokken bij de monitoring van de Nederlandse otterpopulatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden