Othello is eendimensionale vertoning

Othello van W. Shakespeare door Noord Nederlands Toneel. Regie: Karst Woudstra. In: Machinefabriek, Groningen. Tournee...

Hoe kan een nobel man als Othello, die de hoge functie van generaal heeft en geliefd is bij zijn manschappen, in luttele dagen veranderen in een wraakzuchtig monster? Hij is tot over zijn oren verliefd op zijn jonge bruid Desdemona, met wie hij in het geheim is getrouwd. Maar Jago, zijn vaandrig, begint een giftig spel en in een mum van tijd tuimelt Othello zijn ondergang tegemoet.

Othello is zwart, hij heeft een ruig leven achter de rug, maar van de liefde weet hij weinig. Dat maakt hem kwetsbaar voor de influisteringen van Jago, die hem stap voor stap het gif van de jaloezie toedient. De afloop is bitter: de onschuldige Desdemona wordt door Othello vermoord en 'de moor' slaat de hand aan zichzelf.

Karst Woudstra regisseert Othello bij het Noord Nederlands Toneel met een cast van louter mannen uit de jonge spelersploeg die het gezelschap nieuw leven in moet blazen. Het gebeurde in Shakespeare's tijd niet anders, en Woudstra deed het eerder in Hippolytus. In volle ernst. Maar nu heeft de provocerende manier waarop hij zijn spelers aankleedt veel weg van een parodie.

De acteurs die een vrouw spelen dragen jurken met een keurslijfje dat hun blote herenborst vrij laat; hun tepels zijn rood geverfd. Dat biedt een lachwekkende aanblik, die de geloofwaardigheid van deze 'vrouwen' danig in de weg zit. De regisseur gunt de meesten zelfs het voordeel niet van een pruik.

Desdemona probeert onder haar kalende schedel de illusie te scheppen van een onschuldig meisje. Maar in deze krankzinnige uitdossing doet ze eerder denken aan een eunuch. Othello lijkt op een met schoenpoets bewerkte barkeeper, en het is onmogelijk ook maar een ogenblik aan te nemen dat hier een hartstochtelijk liefdespaar staat.

Daarmee maakt de regisseur het zichzelf en de kijker niet eenvoudig. Want wie de oprechte liefde tussen Othello en Desdemona onderuit haalt, schopt en passant ook de bodem weg onder het stuk. Jago, de geniale intrigant die ons de meest duistere uithoeken van de menselijke geest laat zien, heeft vrij spel.

Jago geniet van het gemak waarmee hij mensen kan laten doen wat hij wil. Maar Woudstra negeert de complexe kwaadaardigheid van de figuur, en geeft hem één enkel motief: hij is zijn promotie misgelopen en neemt wraak op Othello. Dat is niet alleen te simpel, het is volstrekt oninteressant. Shakespeare legt Jago meesterlijke teksten in de mond en laat hem samenzweren met het publiek. Hij maakt ons daarmee als het ware medeplichtig, zodat we tegen Othello willen roepen: man, kijk toch uit! Nu Jago's terzijdes goeddeels zijn geschrapt, staat het publiek buitenspel.

Door dat alles wordt deze Othello een eendimensionale vertoning. Het foeilelijke decor sluit daar feilloos bij aan. Een zeventiende-eeuws stilleven verwijst naar de plaats en de tijd van handeling. Maar wat doet die malle stapel gymnastiekmatten midden op de speelvloer? Handig voor iedereen die valt, maar het is niet om aan te zien.

De spelers doen wat ze kunnen. Marc de Corte zet mooie typetjes neer en Dries Vanhegen als Jago sleept je soms even mee, maar op den duur walst hij in zijn heftigheid over alle nuances heen. Om van het grove, lamentabele slot, waarin Othello zich aan de dode Desdemona vergrijpt, maar te zwijgen.

Anders dan in het stuk laat de regisseur Jago ontsnappen, alsof hij wil zeggen: misdaad loont. Woudstra wil Shakespeare kennelijk overtroeven en het publiek schokken met een harde, extreme uitvoering. Die opzet is jammerlijk mislukt. Het draait allemaal uit op smakeloze nichtenkitsch.

Marian Buijs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden