Oscarnight mist spontaniteit

Het werd niet de avond van controverse of verrassingen, in het Dolby Theatre in Los Angeles. Grootste winnaar was Ben Affleck, die het laatst lachte met zijn Argo.

De Oscaruitreiking van 2013 maakte duidelijk dat ook in de Amerikaanse filmwereld zoiets bestaat als momentum. De belangrijkste prijs, het beeldje voor beste film, ging zondag naar Argo van Ben Affleck; een film die tijdens de bekendmaking van de nominaties als underdog aan de Oscarrace begon, maar de laatste weken steeds meer filmprijzen verzamelde, en gaandeweg ook de harten van de ongeveer zesduizend stemgerechtigde Academy-leden veroverde.


Groot was de prijzenoogst niet voor de film - Argo won ook in categorieën beste bewerkte scenario en beste montage - maar de hoofdprijs viel meer op dan voorgaande jaren. De film, een knappe, op feiten gebaseerde thriller over een CIA-agent die in het Iran van 1979 zes gegijzelde Amerikanen op hoogst originele wijze het land uit smokkelde, was niet genomineerd voor beste regie. Oscarhistorici wisten: om de beste film-Oscar binnen te slepen is een regienominatie eigenlijk een must. De laatste film die dat klaarspeelde, was Driving Miss Daisy (1989), en daarvoor lukte het alleen het vooroorlogse Grand Hotel (1932) en Wings (1927).


De aandacht voor historische feit-jes verhulde het gegeven dat er eigenlijk niet zo veel verrassends gebeurde tijdens de 85ste aflevering van het grote filmprijzencircus. Of het moet de liveverbinding met het Witte Huis zijn geweest, waar Michelle Obama op een groot scherm de Oscar voor Argo bekendmaakte.


Goed gemaakte, maar veilige films werden verkozen boven politiek gevoelig werk als Zero Dark Thirty (over de jacht op Osama Bin Laden), die het moest doen met een beeldje voor geluidsmontage. Samen met Bondfilm Skyfall overigens. Feitje: voor het eerst sinds 1994 eindigde een Oscarcategorie in een gelijkspel. 'No B.S.', zei Mark Wahlberg nog, na het openen van de envelop (No bullshit, ofwel: Krijg nou wat!).


Ook Daniel Day-Lewis, de winnaar van beste mannelijke hoofdrol (Lincoln), schreef geschiedenis. Na Oscars voor My Left Foot (1989) en There Will Be Blood (2007) is de Engels-Ierse acteur, die in Lincoln transformeert tot de 16de president van de Verenigde Staten, de eerste die de categorie een derde maal wint. Desondanks gold het historische drama van Steven Spielberg toch als verliezer: uit twaalf nominaties verzilverde de film er twee (ook: beste decor).


De ooit onverfilmbaar geachte boekverfilming Life of Pi van Ang Lee won als grootste concurrent van Argo vier Oscars (camera, special effects, muziek en regie). Dat betekende ook een prijs voor de in Hollywood werkzame Nederlander Erik-Jan de Boer, onder meer verantwoordelijk voor de animaties van de tijger die in de film met een jongen vastzit op een reddingssloep.


Terecht versloeg Jennifer Lawrence als beste actrice in Silver Linings Playbook onder meer de veelbesproken Quvenzhané Wallis (9 jaar, Beasts of the Southern Wild) en Emmanuelle Riva (86, Amour). Veelzeggend: haar charmant-onhandige struikelpartij op de trap naar het podium in haar hagelwitte Dior-bruidsjurk was een van de spontane hoogtepunten.


Onverwacht waren eigenlijk alleen de twee Oscars voor Django Unchained; Quentin Tarantino won beste originele scenario, Christopher Waltz beste mannelijke bijrol, een prijs die hij eerder ontving voor Inglourious Bastards, ook Tarantino.


Verwacht en verdiend: het Franstalige Amour van Oostenrijker Michael Haneke kreeg de Oscar voor beste niet-Engelstalige film, de feelgood-muziekdocumentaire Searching for Sugar Man werd beste documentaire.


De musical Les Miserables was met drie Oscars in aantal de grootste concurrent van Argo en Life of Pi, maar won in minder belangrijke categorieën (make-up en haar, soundmix en Anne Hathaway voor beste vrouwelijke bijrol). In de animatiecategorie won het veilige Brave van Pixar van vindingrijkere films Wreck-it-Ralph en vooral Frankenweenie.


Gastheer Seth MacFarlane, regisseur en scenarist van de lompe komedie Ted, moest op het podium voor een broodnodige frisse wind zorgen, nadat de presentatie de laatste jaren was uitgedraaid op een brave bedoening (Billy Crystal) of, simpelweg, een mislukking (James Franco en Anne Hathaway). Dat lukte deels: na een scherp begin, waarin een liedje over de borsten van bekende actrices tot aangenaam verkrampte grimassen leidde, bleek MacFarlane niet meer dan een lightversie van Ricky Gervais, die een aantal jaar geleden wèl voor controverse zorgde.


Het gebrek aan spontaniteit werd onbedoeld onderstreept door de beveiliging, die de producente van korte animatiefilmwinnaar Paperman volgens The Hollywood Reporter tijdelijk uit de zaal verwijderde; ze gooide papieren vliegtuigjes van het balkon om de winst te vieren.


Dus ging het vooral over Affleck, die de kroon zette op zijn comeback-jaar. Met tientallen prijzen, uitstekende bezoekcijfers en lovende kritieken nam hij met zijn derde speelfilm als regisseur opnieuw een beetje wraak op iedereen die het geloof in hem kwijt was. Affleck kwam van ver: in 1997 won hij nog een Oscar voor het scenario van Good Will Hunting, maar niet veel later scheerde hij langs de afgrond. Exact tien jaar geleden bezorgden de flops Daredevil, Gigli én Paycheck hem een drietal Golden Raspberry's voor 'slechtste acteur', de anti-Oscar die de avond voor de Oscars wordt uitgereikt.


'Ik had niet verwacht hier weer te staan', zei hij zondagavond op het podium van het Dolby Theatre in Los Angeles. Daar ontpopte de acteur-regisseur zich tot de klassieke Amerikaanse held. 'Het maakt niet uit hoe hard je in het leven onderuit gaat. Belangrijker is dat je weer opkrabbelt.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden