Osama Bin Laden wilde losgeld in goud beleggen

Eind 2010 zat Al Qaida plotseling goed bij kas, na 5 miljoen dollar aan losgeld te hebben opgestreken. De terreurgroep stond voor de vraag wat er met het geld moest gebeuren. Ten tijde van de financiële crisis was goud een gewild beleggingsobject, wat ook Al Qaida-leider Osama Bin Laden niet ontging; hij keek net zo gretig naar het edelmetaal als een bankier op Wall Street.

null Beeld afp
Beeld afp

Anno 2016 staat Islamitische Staat (IS) voor dezelfde vraag: wat moeten we aan met contant geld? De terreurgroep, wellicht de rijkste in de geschiedenis dankzij oliesmokkel, afpersing en andere praktijken, heeft stapels geld in pakhuizen opgeslagen. Die zijn echter kwetsbaar voor bombardementen; sinds de luchtaanvallen van de coalitie onder leiding van de VS zijn zeker tien van zulke opslagplaatsen vernietigd.

Speculeren

Bin Laden gaf destijds een naaste medewerker opdracht om het bedrag van vijf miljoen dollar gedeeltelijk om te zetten in goudstaven en gouden munten. Het geld was afkomstig van de Afghaanse regering en de Amerikaanse geheime dienst CIA, in ruil voor de vrijlating van een ontvoerde Afghaanse diplomaat. Dit blijkt uit documenten die aangetroffen werden bij de geslaagde actie van elitetroepen tegen Bin Laden in 2011 in Pakistan, en die de CIA onlangs vrijgaf.

'De prijsontwikkeling van goud gaat omhoog', schreef Bin Laden aan de 'algemeen directeur' van Al Qaida, Atiyah Abd al-Rahman. 'Zelfs met incidentele dips zal de goudprijs de komende jaren oplopen tot 3.000 dollar per ounce'. Dat bleek een overschatting; niet lang nadat hij was doodgeschoten door de Amerikanen bereikte de prijs een piek van 1900 dollar. Maar de Al Qaida-leider was niet de enige die speculeerde op een verdere stijging van de goudprijs. Topinvesteerders als George Soros en John Paulson staken veel geld in goud. De bank JPMorgan Chase legde onder de straten van New York zelfs een opslagplaats aan.

Timing niet perfect

Met financiële instellingen wilde Al Qaida evenwel geen zaken doen. De militanten vreesden dat het bezit van dollars hen binnen het bereik van de lange arm van de VS zou brengen. Al Qaida zocht daarom toenadering tot goudhandelaren in Pakistan en Dubai. 'Wat het geld van de Afghaanse gevangene betreft', schreef Bin Laden, 'ik denk dat we een derde moeten gebruiken om goud te kopen en een derde voor de aankoop van euro's.' De resterende dollars waren bestemd voor 'lopende zaken'. Goud kon volgens hem worden gekocht in Zwitserland, Zuid-Afrika en -bij voorkeur- de Verenigde Arabische Emiraten. Daar konden ook andere gewapende groepen terecht, zoals het aan de Afghaanse Taliban verwante Haqqani-netwerk. Dat belegde geld in onroerend goed.

De goudkoorts hield Bin Laden in de greep, al maken de gevonden documenten niet duidelijk of Al Qaida het advies van de leider opvolgde. Zo ja, dan was de timing niet perfect. Toen Bin Laden zijn brief schreef, eind 2010, stond de goudprijs op ruim 1.400 dollar per ounce. Nu kost een ounce 1.200 dollar. Wel aanzienlijk meer dan, zoals hij schreef, voor de aanslagen van Al Qaida in New York en Washington.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden