analyse

Orthodoxe kerkgangers hebben nooit een bezienswaardigheid willen zijn op de Dag des Heren

Bij de Sionkerk op Urk reed een auto in op een journalist van PowNed. Hij werd belaagd en geschopt. Beeld ANP
Bij de Sionkerk op Urk reed een auto in op een journalist van PowNed. Hij werd belaagd en geschopt.Beeld ANP

In Krimpen aan de IJssel en op Urk werden zondag journalisten aangevallen door kerkgangers. Een blik op het verleden laat zien dat de incidenten onderdeel zijn van een traditie die teruggaat tot de vroegste dagen van de camera.

Jos Schrijnen, auteur van boeken over volkscultuur, had het in 1930 al ondervonden: orthodox-protestantse christenen zijn in de regel niet dol op camera’s. Al helemaal niet op zondag, de ‘Dag des Heren’. Wil men hun kerkgang (‘een stuk volksleven’) vastleggen, ‘dan doet men dat het liefst onopgemerkt. Men make er geen vertooning van om die te verfilmen’. De bewoners van de zogenoemde Bijbelgordel zijn tenslotte gesteld op hun zondagsrust. Ze bewaken de ‘soevereiniteit in eigen kring’, zoals de gereformeerde voorman Abraham Kuyper het noemde, tegen pottekijkers van buiten. Zeker als aan die pottekijkers geen eerbare motieven worden toegedicht.

Zondag werd in Krimpen aan den IJssel een verslaggever van RTV Rijnmond van achteren aangevallen en in zijn buik getrapt. Op Urk reed een auto in op een journalist van PowNed. Hij werd belaagd en geschopt. Ook andere journalisten zijn lastiggevallen. Lees hier meer.

Pottekijkers hebben de schijn per definitie tegen: ze komen uit de wereld waarvan orthodoxe christenen geen deel willen uitmaken. En ze komen vooral om afwijkingen van de maatschappelijke norm te registreren. Het afgelopen weekend ging het daarbij om vieringen van Palmzondag waarbij de geldende coronamaatregelen werden genegeerd. Die maatregelen beroven gelovigen tenslotte van een fundamentele vrijheid, en gaan naar hun overtuiging in tegen de goddelijke voorzienigheid. Met deze verwijzing naar een hogere macht, is de weerspannigheid van orthodoxe christenen net iets pikanter dan die van de demonstranten op het Museumplein, of de deelnemers aan illegale feesten. Zeker als die orthodoxe christenen op weg naar de kerk journalisten belagen.

De incidenten van zondag zijn onderdeel van een traditie die teruggaat tot de vroegste dagen van de cameratechnologie: in streken waar de moderniteit werd afgewezen, liepen fotografen – of mensen die anderszins met stadse fratsen werden geassocieerd – een gerede kans te worden uitgejouwd, bespuugd en betast. Dat overkwam een Frans gezelschap, waarvan schrijver Jules Romain deel uitmaakte, dat tijdens een rondreis door Nederland in 1914 op Paaszondag Harderwijk aandeed.

Franse autoriteiten

Het voorval bleef niet onopgemerkt: de Franse autoriteiten uitten er hun misnoegen over, en daar werden in Den Haag weer Kamervragen over gesteld. Kort daarna meldde zich een reiziger bij wie, eveneens in Harderwijk, een levende mol in de auto werd gegooid. Want van auto’s waren behoudende protestanten indertijd evenmin gediend.

Staphorst genoot ook een kwalijke reputatie onder fotograferende toeristen. In 1937 werden twee Nijmeegse vrouwen volgens het Algemeen Handelsblad ‘zonder vorm van proces door een paar Staphorster jongelui (…) beet gegrepen en in een sloot geworpen’ nadat zij hun fototoestellen tevoorschijn hadden gehaald.

De man in spijkerbroek en groene jas is een beveiliger van de NOS (ook aanwezig om verslag te doen) die ingrijpt nadat een journalist van RTV Rijnmond is aangevallen bij een gereformeerde kerk in Krimpen aan de IJssel. Beeld Arie Kievit
De man in spijkerbroek en groene jas is een beveiliger van de NOS (ook aanwezig om verslag te doen) die ingrijpt nadat een journalist van RTV Rijnmond is aangevallen bij een gereformeerde kerk in Krimpen aan de IJssel.Beeld Arie Kievit

Als verklaring voor dit ruwe gedrag werd aangevoerd dat de Staphorsters ‘komende uit de Zondagmorgen-Godsdienstoefening’ geregeld door ‘ten minste vijftig en meestal meer toeristische fotografen’ werden opgewacht. Kort daarop legde de gemeenteraad van Staphorst in de plaatselijke politieverordening vast ‘dat het voortaan zonder toestemming verboden is aan of op den openbaren weg iemand te fotograferen’.

Polio

Dat verbod was nog van kracht toen in 1971 39 kinderen in Staphorst door polio werden getroffen (van wie vijf zouden overlijden). Voor de internationale pers was dit geen beletsel om massaal neer te strijken in deze gemeente met 13 kerken in uiteenlopende gradaties van orthodoxie. ‘Hier mag niemand vrouwen fotograferen’, kopte Bild – boven een artikel waarin werd gesuggereerd dat Staphorst radio en televisie nog buiten de deur had weten te houden, waar de hanen op zondag van de kippen werden gescheiden, en waar overspel-plegers op een mestkar door het dorp werden gereden (wat feitelijk al sinds 1961 niet meer was gebeurd).

‘Nog steeds weigeren de orthodoxe Staphorsters voor de camera te verschijnen’, stelden de makers van Andere Tijden in een aflevering over de polio-uitbraak. ‘Dat heeft behalve de algehele afwijzing van het medium ook te maken met het trauma van 1971.’

Destijds werd de protestantse orthodoxie nog als het laatste residu van een verdwijnende wereld gezien. Inmiddels is echter duidelijk dat de orthodoxe kerkgenootschappen een steeds groter bestanddeel zullen vormen van de (per saldo nog steeds krimpende) kerk, en dat het percentage jongeren onder de trouwe kerkgangers stijgt. Alleen al in het Gelderse deel van de Bijbelgordel zijn de laatste vijftien jaar ruim veertig nieuwe kerkgebouwen verrezen, waarvan de capaciteit varieert van enkele honderden tot bijna drieduizend zitplaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden